Ochtendhumeur te koop, danspassen achter het kursaal en wafels uit opa’s keuken
We trapten de sessie af met een glimlach: een speels gedicht over een “ochtendhumeur te koop” zette meteen de toon. Herkenning alom, en het universele wondermiddel dook snel op: een goeie tas koffie (met melk en suiker) en een stevig ontbijt. De zaal ontspande. Van daar ging het huiselijk verder: de stofzuiger (en zijn eigenzinnige robotneefje), het al dan niet nog strijken, en dat heerlijke alledaagse van koken. Favorieten vlogen over tafel: spaghetti bolognese, stoofpot, en biefstuk met frietjes — ja, Vlamingen blijven trouw. Er verscheen zelfs een zoete herinnering: een grootvader die wafels bakte voor de kleinkinderen. Daarna trokken we de dansvloer op. Een luchtig dansgedicht nodigde uit tot meebewegen, ritme of geen ritme. We hadden het over wals en tango, en schreven samen korte elfjes: mini-versjes waarin “tango” en “wals” plots twee hele mooie herinneringen werden. De liefde kreeg ook een plek: van bekende versregels tot eigen liefdesbrieven en briefjes die vroeger stiekem werden doorgegeven. Herinneringen aan het kursaal van Turnhout doken op — na de cinema nog even gaan dansen — en ineens zat iedereen opnieuw in die sprankelende avonden. Maar liever niet vertellen tegen dat lief in de Kazerne Blairon. Tussendoor klonken nog een paar knipooggedichten uit het huishouden (een koppige wc, een kapotte stofzuiger, een barbecue met gegarandeerde afwas). Daarna gingen we naar buiten: een mijmerend schommelgedicht bracht ons bij speeltuinen, wip en glijbaan, bij kermissen met de paardenmolen en het draaiorgel. Het stadspark of speeltuin de Koekoek passeerden als vaste zondagstek: volwassenen met koffie, kinderen die spelen — en maar af en toe van hun frisdrank komen nippen.
✨ Zo werd deze sessie opnieuw een zalige belevenis voor iedereen. De groep was weer heerlijk, sommigen luisterden, andere vertelden, maar voor iedereen dwarrelden herinneringen weer rond in de ruimte. Daar ging ik voor.
📸 Heb jij ook een verhaal over het huishouden, de danszaal achter het kursaal of je lief in de kazerne? 👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be – misschien lees je het wel terug in een volgende sessie
Zilveren Verhalen in de Nieuwe Kaai – Circus, limericks en Minoes de Poes
Ben je nog mee? Dit is DEEL 2 van de sessie van 22 augustus. Hier lees je DEEL 1.
Na Turnhout namen we de sprong naar het circus. Eerst met mijn eerder trieste gedicht Circus, daarna met herinneringen aan clowns en kleurrijke tenten. Daaruit ontstond het eerste elfje geschreven door de deelnemers: Circus. Soms moet je voor een titel niet te lang peinzen.
En omdat de buurt nooit ver weg is, volgde ook het elfje Bremstraat. Gewoon omdat het kan.
De lach zat er terug goed in, dus ik bracht een persoonlijke favoriet: de limerick. Ik bracht er twee Het schip van Grenada en De Vegetariër. Van Spanje tot Italië, van lasagne tot oranje – rijmen bleek kinderspel. Er werd luid gelachen om de spitsvondigheden. Oef.
Maar niet alles bleef bij humor. Eerst las ik een liefdesgedichtwaarin spaghetti, frietjes en zelfs een doodgemepte wesp figureerden. Alles kan in de liefde. Daarna volgde Het gebakje – een gedicht waarin een geliefde vergeleken wordt met een lekkernij in een doosje, te mooi om zomaar uit handen te geven. Beide teksten zorgden voor een stille glimlach in de groep.
Daarna kwam er chaos en kattenkwaad met Minoes de Poes. Mijn verhaal over een kat die een vogel mee naar huis brengt, riep bij de groep meteen herinneringen op aan huisdieren: geiten, bokken en kippen kwamen voorbij. De bokken bleken soms vechtlustig, de geitjes schattig, maar altijd veel werk. Vooral met die melkkoeien!
Afsluiten deden we muzikaal, met Twee ogen zo blauw van Willy Derby. Meezingen, neuriën, of gewoon luisteren – het paste perfect als zachte landing na zoveel verhalen.
✨ Zo werd deze sessie opnieuw een bont geheel: van geluk tot puree in de eerste sessie, naar Turnhout, circus, limericks en liefdesgedichten, tot een kat die op avontuur ging. Zilveren Verhalen in de Nieuwe Kaai was een warme mix van herinneringen, poëzie en samenzijn.
📸 Heb jij ook een verhaal over geluk, koken, Turnhout of je eerste huisdier? 👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be – misschien lees je het wel terug in een volgende sessie.
Deze tweede keer in de Nieuwe Kaai was ik al heel wat minder zenuwachtig, toch weet ik: elke sessie verrast opnieuw. Deze keer begonnen we luchtig, met een kwinkslag dat ik vooral niet moet zingen (“dan lopen jullie allemaal weg”). Maar verhalen en gedichten? Dat kan ik, en daar komen we voor!
Eerst blikten we terug naar de vorige keer. Het groepsgedicht Eerste auto en het eerbetoon De zon werden nog eens voorgelezen. Herkenning en glimlachen alom. Wat hadden ze dat toch prachtig geschreven.
Daarna las ik mijn gedichtGeluk. Het zette meteen de toon: waar zit geluk in? In een glimlach, een danspas, een vakantie, of gewoon in iemand die de afwas voor je doet. “Waar worden jullie blij van?” vroeg ik. Het antwoord: van goed weer, van wandelen, van fietsen… en bij één deelnemer vooral van zijn boerderij. Koeien, kippen, varkens – en urenlang melken. Met de hand, natuurlijk.
Op dat moment luisterden we naar Ann Christy’s bekende lied Gelukkig zijn. Een zucht van herkenning door de zithoek.
Daarna kwamen de foto’s op tafel: aardappelen die puree beloven, een pot met confituur. Dat leidde naar mijn luchtige gedicht Koken. Het koken (en knoeien) bracht meteen gespreksstof: wie kookte er vroeger, wat aten ze het liefst? Pizza en hamburgers passeerden, maar ook gewoon “alles wat vettig is.” (Dat zei ik 😉)
Dat leidde tot een eerste groepscreatie: het gedicht Lekker eten. Kort, krachtig en herkenbaar.
Ik vroeg de deelnemers waar ze nog een gedicht over wilden schrijven en dat bleek Turnhout te zijn. Dus we trokken de stad in. Ik vroeg: wat betekent Turnhout voor jullie? De markt, de Sint-Pieterskerk, de kasseien – alles kwam voorbij. Samen maakten we het gedicht Turnhout, compleet met een extra slotstrofe: We willen hier blijven wonen voor altijd, Turnhout staat aan de top, hoera!
👉 En toen… kwam het circus in beeld. Clowns, tenten, schooluitstappen en kermissen. Maar hoe dat precies poëzie werd? Dat lees je in deel twee. 😉.
📸 Heb jij ook een verhaal over geluk, koken of je stad Turnhout? 👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be – misschien hoor je het wel terug in een volgende sessie.
Voor de eerste keer voorlezen in de Nieuwe Kaai had ik toch wat zenuwen. Een nieuwe groep, een nieuwe omgeving. Daarom begon ik met een zomers gedicht van Annie M.G. Schmidt: Pas op voor de hitte. Dat scoort altijd en met dit humoristisch gedicht was de toon meteen gezet. Al is jezelf naast zo’n grote dame plaatsen natuurlijk altijd een beetje risicovol.
We startten met het gedicht Een versje voor beginners. Snel bleek dat de leuze “rijmen en dichten zonder ons gat op te lichten” niet alleen gekend is, maar ook écht toegepast kan worden. Er werd wat teruggedacht aan schoolopstellen en rijmpjes op school – en eerlijk? Daar was toen niemand fan van. Oei, waar was ik beland? Gelukkig kwam er meteen een kwinkslag toen ik naar vroeg naar beroepen: “In de Kempen zijn we allemaal boeren”, riep iemand. Maar nee hoor – er zaten ook een naaister, een schrijnwerker en zelfs iemand met ervaring in het onderwijs bij. Dat laatste werd wel bestempeld als het moeilijkste beroep. Misschien door al die opstellen en gedichten die verbeterd moesten worden? Of ligt het toch aan de ongehoorzaamheid van de huidige jeugd?
Daarna doken we in drie gedichten over vervoer: de trein, Alles van de baan en de auto. Herinneringen aan de eerste auto (bij de één rood, bij de ander wit) werden enthousiast gedeeld, en natuurlijk werd daar meteen een gedicht over geschreven. Dat lees je hier. Iedereen aan de Nieuwe Kaai kent de trein van Turnhout naar Blankenberge of Oostende – ze wonen immers vlak bij het station. Gelukkig geen geluidsoverlast, wel glimmende oogjes bij het vertellen.
We luisterden naar Aan het strand van Oostende van Louis Neefs, dat meteen zomerse beelden opriep: wandelen langs de vloedlijn en – uiteraard – shoppen op de dijk. Na Jefs verhaal over zijn treinreis genoten we van het nummer Benjamin, die in de zomer overal op ontdekking gaat.
Dan volgde een apart gedicht: Rimpel. Dat deed iets met de groep. Niemand kon ontkennen dat hij of zij rimpels heeft, maar op deze manier klonken ze ineens best mooi. Bij het woord fronsrimpel hoort wat het woord ‘zorgen’, en dus volgde Ooh ooh ik heb zorgen – opnieuw van Louis Neefs.
Toen was het weer tijd voor een eigen creatie: het gedicht De zon. Want als ze zo uitbundig over onze schouders straalt, dan verdient ze ook een eerbetoon.
We sloten af met een kort gedichte Held en toen was er nog wat tijd over voor muziekvoorkeuren. De Bee Gees scoorden hoog, maar ook Op de purperen heide blijft een klassieker. En ja, ook daarvan draaiden we de versie van Louis Neefs. Wie weet doen we volgende keer wel een volledig uur over deze inspirerende man. 😉
Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit de Nieuwe Kaai. En wie weet – herken jij jezelf.
📸 Heb je zelf ook een verhaal over je eerste auto, de trein naar zee of je favoriete onderwijzer?