WZC Sint-Lucia – 6 augustus 2026

Vandaag bracht ik opnieuw een bezoek aan WZC Sint Lucia voor een zomerse voormiddag vol poëzie, verhalen, muziek en vooral herinneringen.

We openden met Avondliedeke van Alice Nahon. Meteen kwamen herinneringen boven aan vroeger. Verschillende deelnemers herkenden het gedicht nog uit hun jeugd en één deelneemster vertelde hoe haar moeder het vroeger vaak voordroeg. Daarna volgde het klassieke Jantje zag eens pruimen hangen, dat opnieuw heel wat herinneringen opriep aan de schooltijd.

Ook hedendaagse poëzie kreeg een plaats. We luisterden naar een pantoum van Bette Westera uit Dichter bij de seizoenen en genoten daarnaast van drie elfjes uit hetzelfde boek. Het bleek opnieuw hoe weinig woorden soms nodig zijn om een groot beeld of gevoel op te roepen. Op het einde bracht klassieker Pas op voor de hitte van Annie M.G. Schmidt nog voor een flinke dosis humor, helemaal passend bij de zomerse temperaturen van de afgelopen dagen…. weken?!

Tussendoor was er ook ruimte voor verhalen. Jef gaat dansen zorgde voor heel wat gegrinnik. Later mochten ook de avonturen van Minoes de poes niet ontbreken. De herkenbare kattenstreken leverden opnieuw veel plezier op.

Natuurlijk werd er ook gezongen. Zowel De lichtjes van de Schelde als Aan het strand van Oostende werden enthousiast herkend en meegezongen. Muziek blijft telkens weer een mooie manier om herinneringen tot leven te brengen.

Daarna was het tijd om zelf creatief aan de slag te gaan. Eerst ontdekten we dat de dichtvorm pantoum zijn oorsprong vindt in Maleisië. Vervolgens schreven we samen een eigen pantoum over vakantie. Het gedicht gaat over uitkijken naar een reis, geduldig kunnen wachten en tegelijk beseffen dat mooie momenten altijd veel te snel voorbijgaan. Gelukkig eindigt het hoopvol met: “Tot de volgende reis!”

Tot slot ontstonden nog twee heerlijke elfjes over koekjes. 🍪 De ene persoon schreef over kruimels op de schoot nadat alle koekjes op waren, de andere over koekjes met confituur die altijd blijven smaken. (Gebakken door zijn ouders!) Kleine gelukjes blijken vaak de mooiste inspiratiebron voor poëzie.

Het werd opnieuw een warm moment waarin luisteren, meezingen, lachen en zelf schrijven elkaar mooi afwisselden. Klassieke gedichten, hedendaagse poëzie, herkenbare verhalen en vertrouwde liedjes vormden samen de aanzet voor twee elfjes en een prachtig pantoum.

Bedankt voor de fijne ontvangst, Sint Lucia. Tot de volgende reis!

Sint Lucia – 9 december 2025

Sinterklaas brengt pakjes… en herinneringen

Op 9 december doken we in Sint Lucia nog één keer de sfeer van Sinterklaas in. Niet met een grote zak vol cadeaus, maar met een tafel vol verhalen: over chocolade van vroeger, over spanning in huis, over liedjes, over “braaf zijn” (of net niet) en over dat moment waarop je als kind plots doorhad: Sinterklaas bestaat niet echt.

We begonnen met een kort rijmgedichtje om de toon te zetten — en meteen zat het thema goed: de volgorde van december, de winterkriebel, en ja… de kerstboom die soms véél te vroeg verschijnt. (Schande, vonden sommigen. Helemaal terecht.)

Daarna lazen we een stukje achtergrond over Sinterklaas uit het boek ‘in mijn tijd’ van Elke Uijtewaal: hoe de intocht groot werd door televisie, hoe de figuur van Zwarte Piet doorheen de jaren veranderde, en hoe de cadeautjes vroeger vaak heel anders waren dan vandaag. En toen kwamen de herinneringen vanzelf.Herinneringen: spanning, snoep en soms een tegenvaller

Er werd gelachen met de klassieke dreiging: “als ge niet braaf zijt, gaat ge mee in de zak naar Spanje.” Sommigen vonden dat vroeger écht spannend. Anderen vertelden over dat ene kind in de straat dat “eigenlijk wel had mogen meegaan” (soms zijn bewoners heerlijk eerlijk ).

En er kwamen kleine details die alles warm maken: speculaas, letterkoekjes, chocolademannetjes… en chocolade van Jacques, met prentjes om te verzamelen. Zelfs het zilverpapier kreeg een plek in het geheugen: bewaren, netjes houden, alsof het ook ergens bij hoorde.

Ook “cadeautjes die tegenvielen” passeerden: wie een elektrische trein vroeg en een poppenkast kreeg, vergeet dat dus nooit meer. Dat soort verhalen blijven hangen — en maken tegelijk dat iedereen knikt: ja, zo was dat.

We schreven ook twee teksten, lees het elfje hier en het rijmgedicht hier.

Op een bepaald moment viel een zin die de hele voormiddag samenvatte:
we zijn geen kinderen meer, maar Sinterklaas brengt nog altijd iets — herinneringen.

Sinterklaas

strooi wat lekkers in een of andere hoek, 
staan we in het Grote Sinterklaas boek?
Zijn we braaf of zijn we stout?
Ook al zijn we dan wat oud,
hij komt nog steeds langs.
en brengt ons fijne herinneringen
of snoep en andere lekkere dingen
-------------------------------
Sinterklaas is een feest
zelfs al ben je niet braaf geweest.
Hij is er voor iedereen
ook al denk je dat niet meteen.
Het draait niet om wat hij geeft,
zolang je maar een fijne tijd beleeft.
Vol verwachting blijven we dromen:
waar zal de Sint dit jaar mee komen?

Sint Lucia – 20 januari 2026

We waren samen een uurtje, maar het voelde langer. Niet omdat de tijd traag ging — integendeel — maar omdat herinneringen zich opstapelden en elkaar begonnen te verwarmen.

Poëzie als vertrekpunt

We begonnen met poëzie, met een winters sonnet.

Al snel kwamen de eerste herinneringen boven. Niet abstract, maar heel concreet: hoe sneeuw eruitzag, hoe kou voelde op wangen, hoe je lichaam reageerde op winter.

Vanuit die gesprekken groeide een gezamenlijk gedicht. Regel per regel, herinnering per herinnering. Over sleeën op de Konijnenberg, een verloren sjaal, handschoenen “op de dool”, bloemen op de ruiten en ijzel die verraderlijk glad kon zijn.

Ook de warmte van vroeger kreeg een plek:

  • klompen die deugd deden aan de voeten
  • kolenkachels die aan moesten blijven
  • de Leuvense stoof
  • een “gevaarlijk duveltje” dat warmte gaf, maar ook rook en risico

Het gedicht werd een mozaïek van stemmen — niet nostalgisch alleen, maar eerlijk. Warm én vuil. Gezellig én gevaarlijk.

In het tweede halfuur verschoof het gesprek vanzelf naar het nu. Zijn winters veranderd? Waren ze vroeger kouder, of voelden ze kouder aan?
Er werd nagedacht over donsdekens, elektrische kacheltjes, beter geïsoleerde huizen. Over comfort, maar ook over hoe we de winter vandaag anders beleven.

De conclusie kwam niet in grote woorden, maar in een eenvoudige zin waar iedereen zich in kon vinden:

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.

Daarna werd er opnieuw gelezen:
het sneeuwgedicht van Toon Hermans, over liefde en lente onder wintervlokken
– een eigen verhaal over een typemachine en een moeder aan de afwas, waar geur van Dreft en geduldige uitleg herinneringen losmaakten
– en tot slot een nieuwjaarsgedicht, zacht en speels, met een glimlach en “een zoen van je kapoen”

Er werd geluisterd, herkend, gelachen. En vooral: gedeeld.

✨ Het werd een sessie over de winter, die uiteindelijk vooral warmte bracht.

📸 Wat brengt jou warmte op een koude dag?

👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be!

Winter

De sneeuw dwarrelt naar benee
kinderen op een slee
op de konijnenberg spelen
we waren met velen

door de wind op onze wangen
blijven we naar de lente verlangen,
door de koude naar school
een sjaal kwijt en een handschoen op de dool

winter is ijzel en gevaarlijke gladheid
Waar is de tijd?
de bloemen op de ruiten
toen was het pas koud buiten

voor de warmte zal de vuile kolenkachel aan moeten
klompen deden deugd aan onze voeten
ze leggen op de Leuvense stoof deden we ook
een gevaarlijk duveltje werd warm en had veel rook

nu zijn de winters minder eng
ze lijken minder streng,
maar we kunnen beter verwarmen en koken,
we moeten niet meer met hout of kolen stoken

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.





Sint Lucia – 27 november 2025

Heeft het een ziel?

Soms begint een sessie met een klein gedichtje (“Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder) en eindigt ze met een grote vraag.

Eerst kwam nog troost op tafel met het prachtige gedicht Wat helpt? van Stijn De Paepe: een lange lijst mogelijkheden (vloeken, bidden, huilen, praten, lopen, zwijgen…) die eigenlijk maar één boodschap draagt: doe ondertussen maar wat helpt. Er werd geluisterd, geknikt, en ook gelachen — want in die opsomming zit tegelijk een soort luchtigheid die spanning wegneemt.

Daarna werd de aandacht heel natuurlijk naar woorden getrokken. Ik las een kort zelfgeschreven gedicht over het tekort aan woorden (afasie), en precies dát bracht ons bij de kernvraag van de voormiddag:

Wanneer is een gedicht eigenlijk goed?

Eén iemand zei het meteen raak:

“Als een gedicht goed is, is het alsof het er altijd al geweest is.”
Alsof je het niet “maakt”, maar “vindt”. Alsof je even een medium wordt dat iets opvangt en neerschrijft.

Een ander voegde er iets aan toe dat minstens even belangrijk voelde:

“Een gedicht is goed als er een ziel in zit. Als het uit iemand zijn buik komt.”
Niet rijmen om te rijmen. Niet presteren om te presteren.
Maar iets dat raakt — al is het soms pas bij een tweede of derde lezing, zoals bij een schilderij, een film, of een liedje dat je pas later écht hoort.

We spraken over schrappen (ballast weg!), over de essentie, over hoe kunst soms ontstaat door weg te nemen in plaats van toe te voegen. En dan besloten we: als we het toch over gedichten hebben… dan schrijven we er samen één.

Het groepsgedicht vind je hier.

Na het schrijven was er nog ruimte om te genieten van enkele bekende gedichten — alsof we even mochten proeven van verschillende smaken taal. Van het “Avondliedeke III” van Alice Nahon (tijdloos, werd gezegd), tot het beeldende gedicht over het echtpaar in de trein van Willem Wilmink (“Echtpaar op de trein”), en de wonderlijke vertraging van Vasalis (“Tijd”).

En ook humor mocht niet ontbreken: het ultrakorte liefdesgedicht van Vondel — “U nu” — zorgde voor gegniffel en commentaar, zoals alleen een groep Zilveren Vertellers dat kan.

We sloten af met dankbaarheid en een gevoel dat niet luid hoefde te zijn om echt te zijn:
een sessie waarin woorden niet moesten imponeren, maar gewoon mochten landen.

✨ Zo werd het een weer een mooie sessie. Deze keer met minder eigen verhalen, want in het kader van de Voorleesweek. Maar zolang het moment samen maar waardevol is, maakt het weinig uit wat we lezen, wel dat we lezen.

📸 Wanneer vindt jij een gedicht écht goed? Heb je een favoriet?
👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

(geen titel)

Heeft het een ziel…
Bestaat het al…
dan zullen we voelen.

Geforceerd rijmen…
Zomaar om te presteren…
dat zullen we afwijzen.

Een buikgevoel volgen…
Schrappen wat niet past…
zo raken harten vervuld.