Sint-Lucia – 15 oktober 2026


Van schoolherinneringen tot purperen heide

“Hebben jullie iets met gedichten?” Het leek aanvankelijk van niet. Maar toen de eerste woorden van Jantje zag eens pruimen hangen klonken, kwam de herkenning al. Ook het Avondliedeke van Alice Nahon bracht ons terug naar de schoolbanken. “Dat hebben wij vroeger op school geleerd, hè?”

Zo begon een gesprek over de schooltijd. Over het plezier van andere leerlingen ontmoeten, maar ook over punten en onaangename ervaringen. Aan tafel bleken verschillende mensen zelf lesgegeven te hebben. Muziek, snit en naad, het middelbaar onderwijs… Er zat zelfs een voormalige directrice bij. Mijn bekentenis dat op tijd komen nooit mijn sterkste kant was geweest, kreeg plots een ander publiek.

Was het vroeger strenger op school? Daar kwam geen eenvoudig ja of nee op. Het hing af van de school, van de mensen en van de omstandigheden. De korte gedichtjes over wiskunde, geschiedenis, turnen en Nederlands sloten aan bij die herinneringen.

Daarna verlieten we de schoolbanken voor een verhaal over een typemachine. Een meisje zoekt vergeefs naar de knop om naar de volgende regel te gaan, terwijl haar moeke rustig uitlegt hoe de hendel werkt. Ook de afwas met de hand en het blauwe blikje Nivea kregen een plaats in het verhaal. “Levensecht”, klonk het achteraf.

We praatten over zelf verhalen verzinnen en schrijven. Een deelnemer vertelde over het opschrijven van dagelijkse gebeurtenissen. Een ander herinnerde zich nog wel verhalen verzonnen te hebben, maar niet meer waarover ze gingen.

Vervolgens kreeg onze fantasie vrij spel met een verhalenspel. Een eenzame slang ontmoette een verlegen neushoorn. Wat zou er gebeuren? De neushoorn probeerde de slang te pakken, maar die was hem te snel af. Toen belandden de dieren samen in een bootje. Dat kantelde. De neushoorn kon niet zwemmen en de slang verdween. Het werd een onverwacht donker avontuur, waarin iedereen mee mocht verzinnen. Er waren geen foute antwoorden.

Kilometers ver: purper

Voor ons gezamenlijke elfje kozen we de heide. Meteen kwamen er woorden en beelden: goede geuren, heide plukken en een uitzicht dat maar blijft doorgaan. De Kalmthoutse Heide werd genoemd. Zo ver je kon kijken, zag je purper.

Samen zochten we naar de woorden voor elke regel. Dit werd ons elfje.

Het gesprek ging nog even verder over de uitgestrektheid van de heide en over wandelen en fietsen op de zandgrond. Aansluitend luisterden we naar In de stille Kempen. “Dat is een klassieker”, werd er gezegd.

Van bloemen naar wensen

In een volgend verhaal hielp nichtje Noortje in de tuin. Alleen trok zij de margrietjes uit en liet ze de paardenbloemen staan. Die vond ze veel mooier: daar kon je tegen blazen en een wens bij doen. Wat voor de ene onkruid is, kan voor een ander iets bijzonders zijn.

Het blazen tegen paardenbloemen was herkenbaar. Maar wat zouden we vandaag wensen? Een nieuwe auto, bijvoorbeeld. Iemand had niet meteen nog een wens: in zekere mate waren die al vervuld. Een andere deelnemer wenste dat er geen oorlog meer zou zijn. Tussendoor was er ook ruimte voor een kwinkslag. Op mijn voorstel om een gewenst miljoen euro aan mij te geven, volgde prompt: “Moet gij maar werken.”

“Ik heb jullie opgehouden met verhalen en gedichten”, zei ik aan het einde. Daar kwam een warme reactie op: “Dat kan je geen ophouden noemen. Het was te mooi.”

Een mooie laatste gedachte na een voormiddag waarin we samen herinnerden, fantaseerden en woorden zochten.

WZC Sint-Lucia – 6 augustus 2026

Vandaag bracht ik opnieuw een bezoek aan WZC Sint Lucia voor een zomerse voormiddag vol poëzie, verhalen, muziek en vooral herinneringen.

We openden met Avondliedeke van Alice Nahon. Meteen kwamen herinneringen boven aan vroeger. Verschillende deelnemers herkenden het gedicht nog uit hun jeugd en één deelneemster vertelde hoe haar moeder het vroeger vaak voordroeg. Daarna volgde het klassieke Jantje zag eens pruimen hangen, dat opnieuw heel wat herinneringen opriep aan de schooltijd.

Ook hedendaagse poëzie kreeg een plaats. We luisterden naar een pantoum van Bette Westera uit Dichter bij de seizoenen en genoten daarnaast van drie elfjes uit hetzelfde boek. Het bleek opnieuw hoe weinig woorden soms nodig zijn om een groot beeld of gevoel op te roepen. Op het einde bracht klassieker Pas op voor de hitte van Annie M.G. Schmidt nog voor een flinke dosis humor, helemaal passend bij de zomerse temperaturen van de afgelopen dagen…. weken?!

Tussendoor was er ook ruimte voor verhalen. Jef gaat dansen zorgde voor heel wat gegrinnik. Later mochten ook de avonturen van Minoes de poes niet ontbreken. De herkenbare kattenstreken leverden opnieuw veel plezier op.

Natuurlijk werd er ook gezongen. Zowel De lichtjes van de Schelde als Aan het strand van Oostende werden enthousiast herkend en meegezongen. Muziek blijft telkens weer een mooie manier om herinneringen tot leven te brengen.

Daarna was het tijd om zelf creatief aan de slag te gaan. Eerst ontdekten we dat de dichtvorm pantoum zijn oorsprong vindt in Maleisië. Vervolgens schreven we samen een eigen pantoum over vakantie. Het gedicht gaat over uitkijken naar een reis, geduldig kunnen wachten en tegelijk beseffen dat mooie momenten altijd veel te snel voorbijgaan. Gelukkig eindigt het hoopvol met: “Tot de volgende reis!”

Tot slot ontstonden nog twee heerlijke elfjes over koekjes. 🍪 De ene persoon schreef over kruimels op de schoot nadat alle koekjes op waren, de andere over koekjes met confituur die altijd blijven smaken. (Gebakken door zijn ouders!) Kleine gelukjes blijken vaak de mooiste inspiratiebron voor poëzie.

Het werd opnieuw een warm moment waarin luisteren, meezingen, lachen en zelf schrijven elkaar mooi afwisselden. Klassieke gedichten, hedendaagse poëzie, herkenbare verhalen en vertrouwde liedjes vormden samen de aanzet voor twee elfjes en een prachtig pantoum.

Bedankt voor de fijne ontvangst, Sint Lucia. Tot de volgende reis!

Sint Lucia – 9 december 2025

Sinterklaas brengt pakjes… en herinneringen

Op 9 december doken we in Sint Lucia nog één keer de sfeer van Sinterklaas in. Niet met een grote zak vol cadeaus, maar met een tafel vol verhalen: over chocolade van vroeger, over spanning in huis, over liedjes, over “braaf zijn” (of net niet) en over dat moment waarop je als kind plots doorhad: Sinterklaas bestaat niet echt.

We begonnen met een kort rijmgedichtje om de toon te zetten — en meteen zat het thema goed: de volgorde van december, de winterkriebel, en ja… de kerstboom die soms véél te vroeg verschijnt. (Schande, vonden sommigen. Helemaal terecht.)

Daarna lazen we een stukje achtergrond over Sinterklaas uit het boek ‘in mijn tijd’ van Elke Uijtewaal: hoe de intocht groot werd door televisie, hoe de figuur van Zwarte Piet doorheen de jaren veranderde, en hoe de cadeautjes vroeger vaak heel anders waren dan vandaag. En toen kwamen de herinneringen vanzelf.Herinneringen: spanning, snoep en soms een tegenvaller

Er werd gelachen met de klassieke dreiging: “als ge niet braaf zijt, gaat ge mee in de zak naar Spanje.” Sommigen vonden dat vroeger écht spannend. Anderen vertelden over dat ene kind in de straat dat “eigenlijk wel had mogen meegaan” (soms zijn bewoners heerlijk eerlijk ).

En er kwamen kleine details die alles warm maken: speculaas, letterkoekjes, chocolademannetjes… en chocolade van Jacques, met prentjes om te verzamelen. Zelfs het zilverpapier kreeg een plek in het geheugen: bewaren, netjes houden, alsof het ook ergens bij hoorde.

Ook “cadeautjes die tegenvielen” passeerden: wie een elektrische trein vroeg en een poppenkast kreeg, vergeet dat dus nooit meer. Dat soort verhalen blijven hangen — en maken tegelijk dat iedereen knikt: ja, zo was dat.

We schreven ook twee teksten, lees het elfje hier en het rijmgedicht hier.

Op een bepaald moment viel een zin die de hele voormiddag samenvatte:
we zijn geen kinderen meer, maar Sinterklaas brengt nog altijd iets — herinneringen.

Sinterklaas

strooi wat lekkers in een of andere hoek, 
staan we in het Grote Sinterklaas boek?
Zijn we braaf of zijn we stout?
Ook al zijn we dan wat oud,
hij komt nog steeds langs.
en brengt ons fijne herinneringen
of snoep en andere lekkere dingen
-------------------------------
Sinterklaas is een feest
zelfs al ben je niet braaf geweest.
Hij is er voor iedereen
ook al denk je dat niet meteen.
Het draait niet om wat hij geeft,
zolang je maar een fijne tijd beleeft.
Vol verwachting blijven we dromen:
waar zal de Sint dit jaar mee komen?

Sint Lucia – 20 januari 2026

We waren samen een uurtje, maar het voelde langer. Niet omdat de tijd traag ging — integendeel — maar omdat herinneringen zich opstapelden en elkaar begonnen te verwarmen.

Poëzie als vertrekpunt

We begonnen met poëzie, met een winters sonnet.

Al snel kwamen de eerste herinneringen boven. Niet abstract, maar heel concreet: hoe sneeuw eruitzag, hoe kou voelde op wangen, hoe je lichaam reageerde op winter.

Vanuit die gesprekken groeide een gezamenlijk gedicht. Regel per regel, herinnering per herinnering. Over sleeën op de Konijnenberg, een verloren sjaal, handschoenen “op de dool”, bloemen op de ruiten en ijzel die verraderlijk glad kon zijn.

Ook de warmte van vroeger kreeg een plek:

  • klompen die deugd deden aan de voeten
  • kolenkachels die aan moesten blijven
  • de Leuvense stoof
  • een “gevaarlijk duveltje” dat warmte gaf, maar ook rook en risico

Het gedicht werd een mozaïek van stemmen — niet nostalgisch alleen, maar eerlijk. Warm én vuil. Gezellig én gevaarlijk.

In het tweede halfuur verschoof het gesprek vanzelf naar het nu. Zijn winters veranderd? Waren ze vroeger kouder, of voelden ze kouder aan?
Er werd nagedacht over donsdekens, elektrische kacheltjes, beter geïsoleerde huizen. Over comfort, maar ook over hoe we de winter vandaag anders beleven.

De conclusie kwam niet in grote woorden, maar in een eenvoudige zin waar iedereen zich in kon vinden:

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.

Daarna werd er opnieuw gelezen:
– het sneeuwgedicht van Toon Hermans, over liefde en lente onder wintervlokken
– een eigen verhaal over een typemachine en een moeder aan de afwas, waar geur van Dreft en geduldige uitleg herinneringen losmaakten
– en tot slot een nieuwjaarsgedicht, zacht en speels, met een glimlach en “een zoen van je kapoen”

Er werd geluisterd, herkend, gelachen. En vooral: gedeeld.

✨ Het werd een sessie over de winter, die uiteindelijk vooral warmte bracht.

📸 Wat brengt jou warmte op een koude dag?

👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be!

Winter

De sneeuw dwarrelt naar benee
kinderen op een slee
op de konijnenberg spelen
we waren met velen

door de wind op onze wangen
blijven we naar de lente verlangen,
door de koude naar school
een sjaal kwijt en een handschoen op de dool

winter is ijzel en gevaarlijke gladheid
Waar is de tijd?
de bloemen op de ruiten
toen was het pas koud buiten

voor de warmte zal de vuile kolenkachel aan moeten
klompen deden deugd aan onze voeten
ze leggen op de Leuvense stoof deden we ook
een gevaarlijk duveltje werd warm en had veel rook

nu zijn de winters minder eng
ze lijken minder streng,
maar we kunnen beter verwarmen en koken,
we moeten niet meer met hout of kolen stoken

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.