WZC Bremdael – 6 augustus 2026

Deze keer begonnen we onze bijeenkomst met enkele bekende en minder bekende gedichten. Het is goed in ’t eigen hart te kijken bleek bij sommigen nog ergens vanuit de schooltijd opgeslagen te zitten. Ook De pruimenboom met Jantje en zijn wel héél aantrekkelijke pruimen bracht herkenning.

Daarna werd het wat moderner, met Echtpaar in de trein van Willem Wilmink en Onder de appelboom van Rutger Kopland. Vooral dat laatste gedicht bracht ons even bij het verschil tussen samen en alleen zijn. Wanneer iemand naast je komt zitten, is het toch anders.

Daarna mocht ook Jef nog eens langskomen. In Jef gaat dansen probeert hij met zijn geliefde Margrietje te walsen, al blijkt tellen tot drie moeilijker dan gedacht. Het verhaal bracht ons vanzelf bij Lichtjes van de Schelde. En wanneer je zo’n klassieker opzet, hoef je in Bremdael natuurlijk niet lang te wachten voor er wordt meegezongen.

Het spel van de verbeelding

Daarna was het tijd om niet alleen te luisteren, maar vooral onze fantasie aan het werk te zetten. Met Het spel van de verbeelding trokken we willekeurige elementen en probeerden we daarmee samen verhalen te verzinnen.

Zo kregen we onder andere een stapelverliefde eekhoorn en een behulpzame neushoorn voorgeschoteld. Een combinatie waarmee je toch alle kanten uit kunt, zou je denken.

Ik vroeg wat er gebeurde wanneer de eekhoorn en de neushoorn elkaar tegenkwamen.

“Niks.”

Tja.

Dan was ons verhaal inderdaad wel héél snel afgelopen. 😄

Gelukkig bleef het daar niet bij. We probeerden verder: de dieren konden met elkaar babbelen, er kwamen nieuwe ideeën bij en het verhaal groeide al zoekend. Precies dat maakt zo’n oefening leuk: er hoeft geen perfect verhaal uit voort te komen. De ene deelnemer gooit een idee op tafel, iemand anders stuurt het een totaal andere richting uit en soms is het meest overtuigende antwoord gewoon: niks.

Het spel werd zo vooral een uitnodiging om te fantaseren. Niet alles hoeft waargebeurd te zijn, niet alles hoeft logisch te zijn en niemand hoeft het volledige verhaal zelf te bedenken. We maken het samen.

En dan zelf poëzie schrijven…

Tot slot gingen we aan de slag met elfjes: gedichten van elf woorden, verdeeld over vijf regels.

Dat leverde vier heel verschillende resultaten op.

Een schoolmeester bleek eerlijk streng en rechtvaardig. Bij Thuis kwamen gezelligheid en genegenheid naar boven. Vriendschap werd samengevat in misschien wel de mooiste regel van de namiddag:

“We zijn wie we zijn.”

En toen kwamen we bij romantiek.

Daarover wisten de dames van Bremdael blijkbaar nét iets meer te vertellen. Of liever niet?

Kijk. Ik begeleid de sessies. Ik schrijf op wat de groep zegt.

Ik verzin dit niet.

Zo zie je maar dat fantasie én goed gibberen en giechelen om die fantasie op élke leeftijd kan.

En misschien is dat wel een mooie samenvatting van deze bijeenkomst. We begonnen bij gedichten die sommigen zich nog herinnerden uit hun schooltijd, lieten Jef stuntelen op de dansvloer, zongen samen, verzonnen verhalen over verliefde eekhoorns en behulpzame neushoorns en eindigden met vier gedichten die alleen deze groep had kunnen schrijven.

Van “Het is goed in ’t eigen hart te kijken” tot “zachtjes strelen… en … heel snel naar huis!”

Het kan verkeren tijdens Zilveren Verhalen. ❤️

Bremdael – 17-6-2026

Sommige sessies draaien rond één groot thema. Andere sessies lijken eerder op een wandeling door herinneringen. Deze bijeenkomst in Bremdael werd zo’n wandeling, waarbij we van gedichten naar muziek trokken, van fruitbomen naar huisdieren en van vroegere beroepen naar zomerse vakantiegevoelens.

We begonnen met enkele bekende gedichten. Zo lazen we samen Avondliedeke van Alice Nahon, gevolgd door het klassieke Jantje zag eens pruimen hangen. Dat laatste gedicht bracht meteen herinneringen naar boven aan fruitbomen, pruimen, kersen, krieken en boomgaarden van vroeger. Verschillende deelnemers vertelden over hun eigen tuin, over het plukken van fruit en over het leven op of rond een boerderij.

Ook humor kwam aan bod. We genoten van gedichten van Annie M.G. Schmidt, waaronder het verhaal van de regenworm die liever naar de sterren keek dan naar de grond. De bewoners reageerden spontaan en kritisch op de moraal van het verhaal, wat voor de nodige lachmomenten zorgde.

Daarnaast lazen we gedichten van Toon Hermans, onder meer zijn bekende miniatuur over geluk als een klein ballonnetje. Het gesprek ging vanzelf over kleine geluksmomenten in het dagelijks leven.

Dieren vormden een tweede rode draad doorheen de namiddag. Een luchtig gedicht over honden (van Schoolmeester) bracht herinneringen naar boven aan trouwe viervoeters, maar ook aan agaporniden, papegaaien, katten en andere huisdieren die vroeger deel uitmaakten van het gezin. Vervolgens las ik opnieuw het verhaal van Minoes de poes, dat zoals wel vaker herkenning en glimlachen opriep.

Muziek was deze keer nadrukkelijk aanwezig. We luisterden naar verschillende verzoeknummers, waaronder muziek van Salim Seghers, Gerard Joling, Elvis Presley en Willy Sommers. Sommige bewoners zongen spontaan mee, terwijl anderen herinneringen deelden aan dansavonden, concerten of favoriete artiesten van vroeger.

Later in de sessie kwam het thema werk en beroep aan bod. We lazen een gedicht over verschillende beroepen en gingen vervolgens in gesprek over de jobs die de bewoners vroeger uitoefenden. Er werden verhalen verteld over textielfabrieken, naaimachines, verkoop in winkels, horeca, een discotheek op de Grote Markt van Antwerpen, boerderijen en het leven als huisvrouw. Zoals wel vaker bleek dat achter elke bewoner een rijk levensverhaal schuilgaat.

We sloten af met een gezamenlijke schrijfoefening. Samen maakten we een pantoum rond het thema zomer. Wat begon met een eenvoudig beeld van zonneschijn groeide uit tot een verrassend en humoristisch gedicht over een spiegel, een badkostuum en goede voornemens.

Zoals wel vaker ontstond er tijdens het schrijven veel gelach. De deelnemers vulden elkaars ideeën aan en gaven het gedicht een speelse en herkenbare toets. Een mooie afsluiter van een namiddag vol verhalen, herinneringen, muziek en gedeelde zomerse beelden.

Zomer pantoum

Ik hou van de zon.
Ik ben in de slaapkamer.
Ik kijk in de spiegel
en zie mijn badkostuum.

Ik ben in de slaapkamer.
Ik voel de zon
en zie mijn badkostuum.
Ik voel me rot.

Ik voel de zon.
Ik ben te dik geworden.
Ik voel me rot
Ik ga op dieet.

Ik ben te dik geworden.
Dat gaat goed.
Ik ga op dieet.
Goed volhouden,

dat gaat goed.
Ik kijk in de spiegel.
Goed volhouden.
Ik hou van de zon.

Bremdael – 13 mei 2026

Tijdens de sessie van woensdag 13 mei in WZC Bremdael doken we samen in herinneringen aan dieren, liefde, muziek en dans. Zoals wel vaker ontstond er opnieuw een prachtige mix van humor, melancholie en spontaniteit. We begonnen bij huisdieren: katten die spinnen, honden die gezelligheid brengen en parkieten die liever niet in de regen vliegen. Samen maakten we drie elfjes over dieren, waarbij iedereen enthousiast woorden toevoegde en herinneringen bovenhaalde aan vroegere boerderijdieren, poezen, honden en parkieten.

Daarnaast lazen we samen verschillende teksten en gedichten. Ik bracht eigen werk mee over huisdieren, en andere dieren een auto, een typemachine en liefde en vriendschap. Ook klassieke poëzie kwam aan bod: we luisterden naar een gedicht van Toon Hermans over echte vriendschap en sloten af met het prachtige “Voor een dag van morgen” van Hans Andreus.

Halverwege de sessie speelden we ook met de kaarten van Kasper Bormans — een spel rond verbeelding en gesprek. De bewoners trokken dieren- en voorwerpenkaarten en verzonnen samen verhalen. Zo ontstond er een absurd maar heerlijk verhaal over een zebra en een arend op een verjaardagsfeestje, waarbij de arend eerst werd weggestuurd omdat hij geen cadeautje had meegebracht. Het spel zorgde voor veel gelach, fantasie en spontane interactie tussen de bewoners.

Uit de gesprekken groeiden opnieuw enkele gezamenlijke gedichten. Over liefde schreven we dit groepsgedicht. Later ging het over dansen, zot doen en plezier maken: je leest het hier.

Opvallend was hoe de groep deze keer zelf sterk de richting van de teksten bepaalde. Het liefdesgedicht begon nog vrij onschuldig en romantisch, maar gaandeweg werd duidelijk dat de bewoners de onnozelheden van de liefde al lang “in ’t snotje” hebben. Ik probeerde het hier en daar nog wat positiever te trekken, maar uiteindelijk won de democratie van de groep. Liefde maakt blind, zo klonk het beslist, en naïef als een kind.

Ook het laatste gedicht liep heerlijk uit de hand. Eigenlijk wilden we schrijven over dansen en de spiegeltent, maar onderweg veranderde het spontaan in een ode aan zot zijn, plezier maken en vrolijk blijven. Misschien ook een les voor mezelf: loslaten, Sanne. Zelfs als voormalig stadsdichter moet je mensen met zoveel levenswijsheid niet proberen vertellen hoe ze moeten schrijven.

Er werd ook volop muziek beluisterd en meegezongen. Het werd dus weer een sessie vol chaos, herinneringen, plezier en mooie pareltjes van teksten! Tot volgende keer.

Liefde

Je bent wat traag, 
maar ik zie je graag,
Een beetje plagen
is liefde vragen?

In de liefde is geduld een schoon deugd,
en brengt me veel vreugd.
De liefde maakt blind,
en maakt je naïef als een kind.