
Deze keer begonnen we onze bijeenkomst met enkele bekende en minder bekende gedichten. Het is goed in ’t eigen hart te kijken bleek bij sommigen nog ergens vanuit de schooltijd opgeslagen te zitten. Ook De pruimenboom met Jantje en zijn wel héél aantrekkelijke pruimen bracht herkenning.
Daarna werd het wat moderner, met Echtpaar in de trein van Willem Wilmink en Onder de appelboom van Rutger Kopland. Vooral dat laatste gedicht bracht ons even bij het verschil tussen samen en alleen zijn. Wanneer iemand naast je komt zitten, is het toch anders.
Daarna mocht ook Jef nog eens langskomen. In Jef gaat dansen probeert hij met zijn geliefde Margrietje te walsen, al blijkt tellen tot drie moeilijker dan gedacht. Het verhaal bracht ons vanzelf bij Lichtjes van de Schelde. En wanneer je zo’n klassieker opzet, hoef je in Bremdael natuurlijk niet lang te wachten voor er wordt meegezongen.
Het spel van de verbeelding
Daarna was het tijd om niet alleen te luisteren, maar vooral onze fantasie aan het werk te zetten. Met Het spel van de verbeelding trokken we willekeurige elementen en probeerden we daarmee samen verhalen te verzinnen.
Zo kregen we onder andere een stapelverliefde eekhoorn en een behulpzame neushoorn voorgeschoteld. Een combinatie waarmee je toch alle kanten uit kunt, zou je denken.
Ik vroeg wat er gebeurde wanneer de eekhoorn en de neushoorn elkaar tegenkwamen.
“Niks.”
Tja.
Dan was ons verhaal inderdaad wel héél snel afgelopen. 😄
Gelukkig bleef het daar niet bij. We probeerden verder: de dieren konden met elkaar babbelen, er kwamen nieuwe ideeën bij en het verhaal groeide al zoekend. Precies dat maakt zo’n oefening leuk: er hoeft geen perfect verhaal uit voort te komen. De ene deelnemer gooit een idee op tafel, iemand anders stuurt het een totaal andere richting uit en soms is het meest overtuigende antwoord gewoon: niks.
Het spel werd zo vooral een uitnodiging om te fantaseren. Niet alles hoeft waargebeurd te zijn, niet alles hoeft logisch te zijn en niemand hoeft het volledige verhaal zelf te bedenken. We maken het samen.
En dan zelf poëzie schrijven…
Tot slot gingen we aan de slag met elfjes: gedichten van elf woorden, verdeeld over vijf regels.
Dat leverde vier heel verschillende resultaten op.
Een schoolmeester bleek eerlijk streng en rechtvaardig. Bij Thuis kwamen gezelligheid en genegenheid naar boven. Vriendschap werd samengevat in misschien wel de mooiste regel van de namiddag:
“We zijn wie we zijn.”
En toen kwamen we bij romantiek.
Daarover wisten de dames van Bremdael blijkbaar nét iets meer te vertellen. Of liever niet?
Kijk. Ik begeleid de sessies. Ik schrijf op wat de groep zegt.
Ik verzin dit niet.
Zo zie je maar dat fantasie én goed gibberen en giechelen om die fantasie op élke leeftijd kan.
En misschien is dat wel een mooie samenvatting van deze bijeenkomst. We begonnen bij gedichten die sommigen zich nog herinnerden uit hun schooltijd, lieten Jef stuntelen op de dansvloer, zongen samen, verzonnen verhalen over verliefde eekhoorns en behulpzame neushoorns en eindigden met vier gedichten die alleen deze groep had kunnen schrijven.
Van “Het is goed in ’t eigen hart te kijken” tot “zachtjes strelen… en … heel snel naar huis!”
Het kan verkeren tijdens Zilveren Verhalen. ❤️




