LDC Albert Van Dyck – 16 juni

Zilveren Verhalen in LDC Albert Van Dyck – 16 juni 2026

Sommige sessies beginnen met een plan. Andere beginnen met een vraag. Deze keer begon het met een versvorm uit Maleisië.

Ik bracht het gedicht De langste dag mee uit Dichter bij de seizoenen van Bette Westera. Het bleek een zogenaamde pantoum te zijn: een versvorm waarin regels telkens terugkeren en zo langzaam een verhaal opbouwen. We lazen samen over een reekalf dat verscholen ligt in het hoge gras, wachtend tot de langste dag eindelijk voorbij is. Daarna bekeken we ook een pantoum die ik eerder samen met deelnemers van De Nieuwe Kaai schreef over een fiets in de gracht en een bezoek aan de rommelmarkt.

Natuurlijk konden we het niet laten om het daarna zelf te proberen.

Maar eerst moesten we beslissen waarover we wilden schrijven. Voetbal viel al snel af – niet iedereen bleek even enthousiast over het WK. Uiteindelijk kwamen we uit bij iets veel dichterbij: de CaDo zelf.

Samen schreven we een pantun over het lokaal dienstencentrum. Over boeken, spelletjes, koken, babbelen en nieuwe mensen leren kennen. Wat begon als een eenvoudig gedichtje over een plek, groeide uit tot een gedicht over verbondenheid. Zinnen als “Ik ben niet alleen” en “Zo maak ik connectie” kwamen spontaan uit de groep en vormden de emotionele kern van het gedicht.

Na het schrijven doken we in herinneringen. We bladerden door Geboren in 1976, een boek vol gebeurtenissen uit de jaren tachtig. Boris Becker passeerde de revue, net als Bruce Springsteen, Madonna en zelfs de Bende van Nijvel. Sommige namen riepen meteen herinneringen op, andere zorgden vooral voor verwondering over hoe snel de tijd voorbijgaat.

Muziek mocht natuurlijk niet ontbreken. We luisterden naar Born in the USA van Bruce Springsteen en later naar Madonna. Zoals wel vaker bleek muziek een prachtige sleutel naar herinneringen.

Daarnaast las ik verschillende gedichten voor uit De lente bloeit van Angela Harding. We stonden stil bij Waarom ik vroeg opsta van Mary Oliver, een ode aan de zon en het begin van de dag. Daarna volgde een gedicht over narcissen die als kleine zonnetjes de lente aankondigen. Ook mijn eigen limerick over de barbecue passeerde even de revue, nadat het gesprek spontaan richting zomerse feestjes en tuinplezier was afgedwaald.

Dat bracht ons vanzelf bij het tweede groepsgedicht van de dag.

De lente loopt op haar einde en de zomer staat voor de deur. De deelnemers vertelden hoe de zon mensen vrolijker maakt, hoe sporters weer naar buiten komen, hoe de winterjas eindelijk opgeborgen kan worden en hoe fietsen, wandelen en zwemmen weer lonken. Een gesprek over barbecueën mondde uit in een onverwacht poëtische slotzin: misschien is er niet altijd plaats voor een barbecue, maar wel voor de zomer in ons hart.

Tussendoor werd er ook uitgebreid verteld over lezen, bibliotheken, schooltijd, uniformen, breien, werken in de zorg, familiehulp en de keuzes die mensen maakten in hun loopbaan. Het waren verhalen die soms grappig, soms ontroerend en vaak heel herkenbaar waren.

We sloten af met een klassieker uit de Vlaamse poëzie: Avondliedeke van Alice Nahon. Hoewel het nog lang geen avond was, bleek het een mooie manier om samen terug te kijken op een warme voormiddag vol verhalen.

En misschien bleef één uitspraak nog het langst hangen. Tijdens een gesprek over ouder worden vertelde een deelnemer een oude wijsheid die ze ooit had gehoord:

“Het komt er niet op aan hoe oud je wordt, maar hoe je oud wordt.”

Een mooie gedachte om mee naar huis te nemen — en misschien wel het mooiste cadeautje van de groep die dag. ❤️

Pantoum Cado

Ik ga graag naar de Cado
Ik ben nu een gedicht aan het maken.
Ik zie veel boeken.
We spelen spelletjes, babbelen, koken.

Ik ben nu een gedicht aan het maken.
Het doet me nadenken over dingen.
We spelen spelletjes, babbelen, koken.
Dat vind ik leuk.

Het doet me nadenken over dingen
Ik leer mensen kennen.
Dat vind ik leuk
Ik ben niet alleen.

Ik leer mensen kennen.
Zo maak ik connectie.
Ik ben niet alleen.
Afscheid nemen is niet altijd fijn.

Zo maak ik connectie
Ik zie veel boeken
Afscheid nemen is niet altijd fijn.
Ik ga graag naar de CaDo.

Als het maar een mooie zomer wordt

Zomer maakt de mensen vrolijker.
De jeugd gaat naar festival.
De sporters komen buiten.
Weg is de winterjas.
Wij gaan zwemmen, wandelen en fietsen.

's Avonds een lekkere BBQ,
we hebben er geen plaats voor,
op deze kleine studio.
Maar zeker wel de plaats
voor de zomer in ons hart.

LDC Albert Van Dyck – 21 april 2026

Verslag Zilveren Verhalen – LDC – 21 april 2026

Dinsdag 21 april waren we opnieuw samen in het LDC voor een kleine, gezellige sessie Zilveren Verhalen. Met twee deelnemers werd het een kort maar krachtig samenzijn: rustig, warm en met veel ruimte voor elkaars verhalen.

We begonnen bij het huishouden. Ik las enkele korte, humoristische versjes voor over strijken, stofzuigen, een verdwenen Roomba, barbecue-afwas en een wc-ontstopper. Al snel kwamen de verhalen vanzelf: over dagelijks afstoffen, graag proper wonen, geen poetshulp willen omdat bezig blijven belangrijk is, en over hoe een vinger over de kast soms al genoeg controle geeft.

Daaruit groeide het eerste gedicht, poetsen.

Ook de afwas kreeg een plaats in een elfje. Simpel, herkenbaar en helemaal juist.

Daarna las ik mijn verhaal over bingo en een flamingo voor. Het is een speels verhaal over een chagrijnige man, een vrouw die hem helpt, een flamingo als hoofdprijs en uiteindelijk ook een beetje vriendschap en liefde. Het bracht ons bij spelletjes, bingo, kaartjes spelen, Yahtzee, Triominos en zelfs schaken.

We praatten verder over vrije tijd: puzzelen, kleuren, wandelen, de krant lezen, koers kijken, televisie als gezelschap, stilte die soms te stil is, en het belang van bezig blijven. Ook daaruit ontstond een tweede groepsgedicht over vrije tijd.

Tussendoor luisterden we naar Waltz of the Flowers van Tsjaikovski. De muziek bracht meteen herinneringen aan dansen, walsen, trouwdansen en spiegeltenten naar boven. Daarna las ik ook mijn verhaal over Jos, Hugo en Olga in de spiegeltent: een verhaal over jaloezie, misverstanden en hoe de kortste weg naar iemand soms niet rechtdoor loopt.

We sloten af met mijn gedicht over de schommel, als kleine metafoor voor het leven: heen en weer, op en af, soms spannend, maar toch gedragen door ritme.

✨ Het was een eenvoudige, fijne sessie. Geen grote groep, geen groot spektakel, maar wel precies wat Zilveren Verhalen mag zijn: samen zitten, luisteren, vertellen, lachen, herinneren en woorden geven aan gewone dingen die eigenlijk heel veel betekenen.

👉Heb jij ooit gedicht over het huishouden? Laat het me weten via info@zilverenverhalen.be

Vrije tijd

Ook al ben je op pensioen
overdag moet je iets doen,
puzzelen, krant lezen, koers kijken of kleuren,
buiten wandelen tussen alle lentegeuren.

Iets nieuws dat aankomt kan plezant zijn,
of TV kijken vinden we ook wel fijn
Belangrijk is het bezig zijn in onze vrije tijd
dat lukt soms wel, ook niet altijd.

LDC Albert Van Dyck – 24 februari 2026

Afgelopen dinsdag verzamelden we in LDC Albert Van Dyck met een warme CADO-groep voor een sessie vol herinneringen, muziek en lentegevoel.

We begonnen met een glimlach rond het thema ochtendhumeur. Een tas koffie, een kop thee, wat goede muziek — soms is dat genoeg om de dag goed te starten. Er werd spontaan gelachen: “Volgens mij kom jij altijd vrolijk uit je bed!”

Van daaruit ging het tempo omhoog met een gedicht over een auto, snelheid en de politie, waarna de verhalen loskwamen. Rallycross, een auto die op zijn neus stond, een noodlanding met een vliegtuig… Er werd dapper gereden én naverteld (gelukkig!). Heerlijk die verhalen van de deelnemers.


Het sonnet over dieren bracht een andere sfeer.
Hondje Fleur, vissen in de vijver, een zorgpapegaai die op schouders zit — huisdieren bleken niet zomaar dieren, maar gezelschap, troost en herinnering.

“Dat is iets dat ik wel mis,” klonk het zacht.


Het verhaal over Jef die haastig de trein neemt zorgde voor herkenning.

Treinen brachten ons naar:

  • de zoo van Antwerpen
  • Blankenberge
  • Oostende
  • daguitstappen uit de kindertijd

“Met de trein naar zee,” dat blijft iets speciaals.


Zoals vaker schreven we ook een gezamenlijk gedicht.
We kozen voor een eenvoudig maar hoopvol thema: het weer. Vandaag kregen we een voorproefje van de lente. Lees ons groepsgedicht hier.


We luisterden tussendoor nog naar volgende nummers.

  • Ik spring uit een vliegmachien
  • Tulpen uit Amsterdam
  • Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente

Er werd meegezongen, gelachen en zelfs licht gedanst in de stoelen.


We sloten af met een zacht liefdesgedicht over woorden vinden — of net niet vinden — maar elkaar toch blijven horen.

✨ En zo werd deze februaridag langzaam een voorproefje van de lente. 🌷

👉 Geniet jij al van het warmere weer? Of wacht je op de échte lente op 21 maart? Laat een reactie via info@zilverenverhalen.be

Lentegevoel

de zon mag beginnen schijnen
laat onze zorgen wegkwijnen

de bloesems zullen komen
we kunnen weer gaan dromen

van een terrasje met goed weer
de lenteschoonmaak elke keer

de vogeltjes die terug fluiten
dan kom je met de glimlach buiten

na regen komt zonneschijn
laat het snel al ‘morgen’ zijn!

LDC Albert Van Dyck – 10 februari 2026

Op 10 februari vond de allereerste Zilveren Verhalen-voormiddag plaats in het LDC Albert Van Dyck. Een switch in locatie, waarom lees je: hier.

Spannend voor iedereen dus zoals het vaak gaat was dat eerst even aftasten, maar al gauw viel het welbekende ‘rijmen en dichten zonder uw gat af te lichten.’ Dat landde, dat was het. Daarmee waren we meteen vertrokken.

We startten met het sonnet over de winter (dat duidelijk niet pro-winter is), maar al snel bleek dat er wél wintersporters in de groep zaten. Ai. Sloeg ik hier de bal mis? Oostenrijk, sneeuwklassen, après-ski — het kwam allemaal voorbij. De winter bleek voor sommigen vooral gezond… en gezellig?! Gelukkig kwamen de verhalen vanzelf, daar zat ik niet mis.

Omdat februari ook de maand van de liefde is, las ik een liefdsgedicht voor.
Dat leidde tot een mooi gesprek over liefde, communicatie en “liefdestalen”: knuffels, woorden, of gewoon de vuilnis buiten zetten. Want ja — ook dat is liefde.

Daarna gingen samen schrijven.

Het onderwerp was snel gekozen: CADO. (De dagopvang)
Wat betekent deze plek voor jullie?

Er kwamen woorden als:

  • gezelschap
  • niet alleen thuis zitten
  • samen de gazet lezen
  • koffie die al klaarstaat
  • vers, zelf gemaakt eten
  • helpende handen
  • elkaar even missen en weer terugzien

En zo ontstond dit groepsgedicht:


Er werd terecht gezegd: “Daarmee is alles gezegd in een notendop.”

We lazen nog het korte kookgedicht wat leidde tot verhalen over koken voor zestig kinderen, frieten als paradepaardje, en experimenteren met soep.

Daarna volgde een verhaal “De typemachine”, wat herinneringen opriep aan daktylolessen, liefdesbrieven typen en het heerlijke ting-geluid op het einde van de lijn.

We sloten af met het gedicht Geluk”, waarin geluk zit in kleine dingen: een danspas, een grasspriet, iemand die de afwas doet.

✨ Het werd een heerlijke eerste sessie. Een klein maar fijn groepje van CADO maakte voor mij de start. Ik vroeg me meermaals af wie nu wie op z’n gemak stelt. Bedankt voor de fijne ontvangst!

👉Kom gerust langs. Om de 14 dagen op dinsdagvoormiddag in LDC Albert Van Dyck. Nog vragen? Mail me op info@zilverenverhalen.be of stel ze me in persoon 😉