De Vliet – 13-8-2026

We begonnen met verhalen en gedichten over de zomer, tuinen en dieren. Ik las het verhaal over Noortje, die tijdens het wieden alle margrietjes uit de tuin trok. Volgens haar waren paardenbloemen immers veel mooier: daarop kan je blazen én een wens doen. Daarna volgden het bekende gedicht Jantje zag eens pruimen hangen, een verhaal over de eigenwijze poes Minoes en Onder de appelboom van Rutger Kopland.

De verhalen over Minoes brachten herinneringen aan vroegere huisdieren naar boven. Zo was er een straatkat die een plaatsje in de tuin vond en daar – nadat ze eten kreeg – maar al te graag bleef plakken. Ook Lassie passeerde de revue. Want welke naam geef je anders aan een hond?

Ik las vervolgens twee zomerse elfjes voor. Die konden niet iedereen overtuigen. “Stuur ze maar terug van waar ze gekomen zijn.” Goed dan. Zelf schrijven!

We vertelden eerst wat ons aan de zomer deed denken: goed weer, buiten zitten, verlof, aardbeien, fruit en ijsjes. Daarna probeerden we al die woorden te laten rijmen.

Wat rijmt er bijvoorbeeld op verlof?

“Gezellig.”

Niet helemaal.

“Tof!”

Dat wel.

Wat rijmt er op ijsjes?

“Meisjes!”

En zo ontstond ons eerste groepsgedicht.

“Wij hebben talent!”

“Zonder een vent!”

Nu zaten er ook twee mannen in de groep, dus helemaal correct was die laatste toevoeging niet. Goed gevonden was ze wel. 😉

Na Laat de zon in je hart van Willy Sommers las ik enkele van mijn eigen rijmpjes over koffie en het huishouden. De robotstofzuiger, het strijkijzer, de afwas en zelfs een verstopte wc: werkelijk alles kan poëzie worden.

Toen ik vroeg welke huishoudelijke taak men het liefst deed, kwamen we bij koken terecht. Daar schreven we een elfje over.

Als er gekookt wordt, volgt natuurlijk ook de afwas, maar daarna naar huis? Misschien waren we op restaurant gaan eten, konden we niet betalen en moesten we daarom eerst de afwas doen. Wie zal het zeggen?

Buiten koken mocht eveneens niet ontbreken:

Drie elfjes na elkaar. Ze hadden de vorm duidelijk onder de knie.

Amen en uit

Bij de muziek hoorden we onder andere Laat ons een bloem en Aan het strand van Oostende. Ik las nog een gedicht over koken, aardbeienconfituur en puree. Daarna waagden we ons opnieuw aan een pantoum.

Een pantoum telt twintig regels, waarbij verschillende regels telkens terugkeren. We begonnen met koken en voegden gaandeweg appelspijs, aardappeltjes en een stukje kip toe. De aardappelen konden gebakken of gepureerd worden. Uiteindelijk voelden we ons meer dan voldaan. Lees het pantoum hier.

Smelten, dansen en spreekwoorden

Van Annie M.G. Schmidt las ik Pas op voor de hitte, waarin juffrouw Scholten op de Dam volledig smelt. Ook het ondeugende gedicht over een regenworm die vooral níét naar zijn moeder luistert, viel in de smaak.

Met Als de zon schijnt bleven we nog even in de zomerse sfeer. Daarna lazen we over kampeercursussen en bermtoerisme van vroeger uit het boek In mijn tijd. De groep herinnerde zich caravans, maar zomaar langs een drukke weg gaan zitten om naar de auto’s te kijken? Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen.

Tot slot testte ik een hele reeks spreekwoorden. Dat bleek bijna te gemakkelijk. De beste stuurlui staan aan wal, wie wind zaait oogst storm en ieder huisje heeft zijn kruisje. Alleen In het land der blinden is éénoog koning zorgde even voor twijfel.

We eindigden met een gedicht over geluk. Geluk zit soms in een liedje, een danspas of de afwas die iemand anders voor je doet.

Maar geluk zit blijkbaar ook in samen rijmen en dichten.

Zonder uw gat op te lichten.

Pantoum lekker eten

1.	We gaan koken
2. in de keuken
3. of op het terras.
4. We eten graag appelspijs

5. in de keuken.
6. We voegen aardappeltjes toe.
7. We eten graag appelspijs.
8. We bakken nog een stukje kip.

9. We voegen aardappeltjes toe.
10. We bakken of pureren ze.
11. We bakken nog een stukje kip.
12. We voelen ons voldaan.

13. We bakken of pureren ze.
14. We kunnen weer gaan.
15. We voelen ons voldaan.
16. Amen en uit.

17. We kunnen weer gaan,
18. of op het terras.
19. Amen en uit.
20. We gaan koken.

WZC Bremdael – 6 augustus 2026

Deze keer begonnen we onze bijeenkomst met enkele bekende en minder bekende gedichten. Het is goed in ’t eigen hart te kijken bleek bij sommigen nog ergens vanuit de schooltijd opgeslagen te zitten. Ook De pruimenboom met Jantje en zijn wel héél aantrekkelijke pruimen bracht herkenning.

Daarna werd het wat moderner, met Echtpaar in de trein van Willem Wilmink en Onder de appelboom van Rutger Kopland. Vooral dat laatste gedicht bracht ons even bij het verschil tussen samen en alleen zijn. Wanneer iemand naast je komt zitten, is het toch anders.

Daarna mocht ook Jef nog eens langskomen. In Jef gaat dansen probeert hij met zijn geliefde Margrietje te walsen, al blijkt tellen tot drie moeilijker dan gedacht. Het verhaal bracht ons vanzelf bij Lichtjes van de Schelde. En wanneer je zo’n klassieker opzet, hoef je in Bremdael natuurlijk niet lang te wachten voor er wordt meegezongen.

Het spel van de verbeelding

Daarna was het tijd om niet alleen te luisteren, maar vooral onze fantasie aan het werk te zetten. Met Het spel van de verbeelding trokken we willekeurige elementen en probeerden we daarmee samen verhalen te verzinnen.

Zo kregen we onder andere een stapelverliefde eekhoorn en een behulpzame neushoorn voorgeschoteld. Een combinatie waarmee je toch alle kanten uit kunt, zou je denken.

Ik vroeg wat er gebeurde wanneer de eekhoorn en de neushoorn elkaar tegenkwamen.

“Niks.”

Tja.

Dan was ons verhaal inderdaad wel héél snel afgelopen. 😄

Gelukkig bleef het daar niet bij. We probeerden verder: de dieren konden met elkaar babbelen, er kwamen nieuwe ideeën bij en het verhaal groeide al zoekend. Precies dat maakt zo’n oefening leuk: er hoeft geen perfect verhaal uit voort te komen. De ene deelnemer gooit een idee op tafel, iemand anders stuurt het een totaal andere richting uit en soms is het meest overtuigende antwoord gewoon: niks.

Het spel werd zo vooral een uitnodiging om te fantaseren. Niet alles hoeft waargebeurd te zijn, niet alles hoeft logisch te zijn en niemand hoeft het volledige verhaal zelf te bedenken. We maken het samen.

En dan zelf poëzie schrijven…

Tot slot gingen we aan de slag met elfjes: gedichten van elf woorden, verdeeld over vijf regels.

Dat leverde vier heel verschillende resultaten op.

Een schoolmeester bleek eerlijk streng en rechtvaardig. Bij Thuis kwamen gezelligheid en genegenheid naar boven. Vriendschap werd samengevat in misschien wel de mooiste regel van de namiddag:

“We zijn wie we zijn.”

En toen kwamen we bij romantiek.

Daarover wisten de dames van Bremdael blijkbaar nét iets meer te vertellen. Of liever niet?

Kijk. Ik begeleid de sessies. Ik schrijf op wat de groep zegt.

Ik verzin dit niet.

Zo zie je maar dat fantasie én goed gibberen en giechelen om die fantasie op élke leeftijd kan.

En misschien is dat wel een mooie samenvatting van deze bijeenkomst. We begonnen bij gedichten die sommigen zich nog herinnerden uit hun schooltijd, lieten Jef stuntelen op de dansvloer, zongen samen, verzonnen verhalen over verliefde eekhoorns en behulpzame neushoorns en eindigden met vier gedichten die alleen deze groep had kunnen schrijven.

Van “Het is goed in ’t eigen hart te kijken” tot “zachtjes strelen… en … heel snel naar huis!”

Het kan verkeren tijdens Zilveren Verhalen. ❤️

WZC Sint-Lucia – 6 augustus 2026

Vandaag bracht ik opnieuw een bezoek aan WZC Sint Lucia voor een zomerse voormiddag vol poëzie, verhalen, muziek en vooral herinneringen.

We openden met Avondliedeke van Alice Nahon. Meteen kwamen herinneringen boven aan vroeger. Verschillende deelnemers herkenden het gedicht nog uit hun jeugd en één deelneemster vertelde hoe haar moeder het vroeger vaak voordroeg. Daarna volgde het klassieke Jantje zag eens pruimen hangen, dat opnieuw heel wat herinneringen opriep aan de schooltijd.

Ook hedendaagse poëzie kreeg een plaats. We luisterden naar een pantoum van Bette Westera uit Dichter bij de seizoenen en genoten daarnaast van drie elfjes uit hetzelfde boek. Het bleek opnieuw hoe weinig woorden soms nodig zijn om een groot beeld of gevoel op te roepen. Op het einde bracht klassieker Pas op voor de hitte van Annie M.G. Schmidt nog voor een flinke dosis humor, helemaal passend bij de zomerse temperaturen van de afgelopen dagen…. weken?!

Tussendoor was er ook ruimte voor verhalen. Jef gaat dansen zorgde voor heel wat gegrinnik. Later mochten ook de avonturen van Minoes de poes niet ontbreken. De herkenbare kattenstreken leverden opnieuw veel plezier op.

Natuurlijk werd er ook gezongen. Zowel De lichtjes van de Schelde als Aan het strand van Oostende werden enthousiast herkend en meegezongen. Muziek blijft telkens weer een mooie manier om herinneringen tot leven te brengen.

Daarna was het tijd om zelf creatief aan de slag te gaan. Eerst ontdekten we dat de dichtvorm pantoum zijn oorsprong vindt in Maleisië. Vervolgens schreven we samen een eigen pantoum over vakantie. Het gedicht gaat over uitkijken naar een reis, geduldig kunnen wachten en tegelijk beseffen dat mooie momenten altijd veel te snel voorbijgaan. Gelukkig eindigt het hoopvol met: “Tot de volgende reis!”

Tot slot ontstonden nog twee heerlijke elfjes over koekjes. 🍪 De ene persoon schreef over kruimels op de schoot nadat alle koekjes op waren, de andere over koekjes met confituur die altijd blijven smaken. (Gebakken door zijn ouders!) Kleine gelukjes blijken vaak de mooiste inspiratiebron voor poëzie.

Het werd opnieuw een warm moment waarin luisteren, meezingen, lachen en zelf schrijven elkaar mooi afwisselden. Klassieke gedichten, hedendaagse poëzie, herkenbare verhalen en vertrouwde liedjes vormden samen de aanzet voor twee elfjes en een prachtig pantoum.

Bedankt voor de fijne ontvangst, Sint Lucia. Tot de volgende reis!