Diefstal

Frederik was een aardige jongen
die dacht dat hij geen meisje krijgen kon.
Hij was van dat idee volledig doordrongen.
Het was daarom dat hij een plan verzon.

Hij zou de knappe An op date vragen.
Zijn goede aard zou haar nooit kunnen betoveren,
dus hij zou haar met criminaliteit behagen.
Zo dacht hij haar hart te kunnen veroveren.

Op school vroeg hij heel casual: “Hey, hoe ist?”
Dit herhaalde hij een aantal keren.
Enkel dit, geen cadeau van een bloemist,
zelfs geen chocolade, gedichtjes of knuffelberen.

Frederik bleef volharden in zijn stuursheid.
An zou hem ooit wel opmerken.
Hij was zelfs tot slechte schoolresultaten bereid.
Thuis begon hij ook al tegen te werken.

Voor berispingen riep zijn moeder hem soms apart.
Zijn vader schudde zijn hoofd gewoon bars heen en weer.
Broer en zus negeerden hem nog steeds even hard
en Willy, de hond, kwispelde niet zo vaak meer.

Frederik trok het zich allemaal niet zo hard aan.
Voor de 57ste keer vroeg hij nog eens: “Hey, hoe ist?”
Hij bleef voor An gaan.
Totdat ze opeens zijn naam wist.

Het plan van Frederik was niet zo uitgebreid.
Toen hij dan zijn naam hoorde uit haar mond,
kreeg hij van al die moeite wat spijt.
Hij zakte namelijk compleet door de grond.

Hij stotterde snel het woord ‘date’.
Het was het enige dat hij uit zijn strot kreeg.
Zijn haar was nat van het zweet.
Zijn hoofd leek verder leeg.

An stond even wat te grijnzen.
Ze zei toen toch heel rustig: “Oké.”
Ze had er niet zo lang over moeten peinzen.
Wat zat het Frederik even mee!

Hij deelde wat knuffels uit toen hij thuiskwam.
Vader, moeder, broer en zus moesten er aan geloven.
Willy kreeg lekkere brokken in plaats van een droge boterham.
Zelfs schoolwerk kon zijn geluksgevoel niet uitdoven.

Ze gingen toen samen naar de bioscoop.
Hij stond haar verlegen op te wachten.
An en hij gezellig hand in hand was zijn grote hoop.
De afloop van zijn plan was nog steeds afwachten.

De film begon bijna en het ticketje kopen moest nog gauw.
(Uiteraard zei Frederik: “Ik zal betalen.”)
Ze gingen in stilzwijgen door het gebouw.
Ze stonden aan het winkeltje om wat snacks te halen.

An koos wat popcorn en een flesje drinken.
Frederik stond wat bij de M&M’s te dralen.
De moed begon hem in de schoenen te zinken.
Toch zei hij: “Ik ga niet betalen.”

Want nu zou het plan in werking treden.
“Ik ga dit stelen, speciaal voor jou.”
Hij zou de wereld der criminaliteit betreden.
Hopelijk niet met al te veel berouw.

‘Ik hoef zelfs niet één gestolen M&M.
Ik heb m’n popcorn toch al?” zei ze geremd.
“Je verdient eens iets extra”, zei Frederik met een stoere stem.
Hij stak de M&M’s onder zijn hemd.

Ze stonden te wachten aan de kassa’s.
An wat draaiend met haar ogen.
Camera’s hingen er massa’s.
Zijn plan leek opeens wat bevlogen.

Het drinken en de popcorn betaalde Frederik zonder beven.
Hij durfde nog een knipoog aan de kassierster te bezorgen.
Zij leek er niets om te geven,
maar An maakte zich zorgen.

“Waarom steel je nu iets?”
vroeg ze buiten gekomen,
“Sommige mensen hebben helemaal niets.”
Haar oren begonnen te stomen.

Frederik voelde zich natuurlijk slecht.
Van kalmte was bij An geen sprake.
de diefstal beviel haar niet echt.
Hij maar hopen dat het hem stoer zou maken.

Hij kon zich voor meer kwaadheid niet behoeden.
An was niet te bedaren.
Wanhopig door haar woede
begon hij maar alles te verklaren.

“De vrouw aan de kassa is mijn tante, An!
Kan je met dat roepen stoppen?
Mijn tante wist er op voorhand alles van.
Ik heb daarstraks al betaald, haar kassa gaat kloppen.”

An begon te schateren, ze kon het niet staken.
Grinnikend met gekke knorren en al.
“Er zijn vele manieren om indruk te maken.
Ik dacht dat het gekste was dat iemand M&M’s voor mij stal

Totdat je me net vertelde dat je deed alsof.
Het was toch zo al goed toen je je eigenheid behield.
Jij bent zo toch al tof?
Wat heeft je eigenlijk bezield?”

“Ik ben niet zo bijzonder”, zei Frederik,
“Ik ben niet stoer en heb blijkbaar geen denkend brein.
Ik ben gewoon maar ik.
Jij bent geweldig en dat wou ik ook zijn.”

An reageerde: “Een beetje bescheidenheid is niet mis,
maar onzekerheid is voor jou niet fijn.
Weet je wat net leuk aan deze date is?
Dat ik bij jou gewoon mezelf kan zijn.

Het was echt niet nodig dat je je zo gedroeg.
Je hoeft totaal niet te stelen.
Gewoon jezelf zijn is altijd genoeg.
Ben ik het niet, er zijn er zovelen.

De intentie is hetgeen dat telt.
Vanuit een goed hart kan veel gebeuren.
Dat alleen al maakt je een held.
Dus probeer jezelf zo niet af te keuren.”

Frederik kreeg weer geen woorden over zijn lippen.
Van haar wijsheid was hij onder de indruk.
Hij wist nu zeker dat niemand aan An kon tippen.
Gewoon oprechtheid is de truc.

Maar eerlijkheid naar zichzelf toe,
was waar hij mee moest beginnen.
De date ging weer verder, wil je weten hoe?
Dat moet je als lezer zelf maar verzinnen.







Pluk de dag – limerick reeks

Seize the day
Vertrok op vakantie naar Schotland.
Ik moest daarvoor best wel een afstand.
Vergat haast de tijd,
maar ook, met veel spijt,
mijn paspoort! Brexit! Iets in die trant.

Nutze den Tag
Op ’t lijstje staan nog vele zaken,
ik kan m’n hersens horen kraken.
Geen zin erin, nee?
Ah, het zit me mee!
Vanaf nu ga ik vooral Nutze den Tagen.

Profite du jour
Ik weet niet waar geluk te halen.
In welke landen of verhalen?
Goeiedag, bonjour.
Profite du jour!
Geluk is’ t zelfde in veel talen.

Pluk de dag
De lente, daar mag je van dromen
het begint er ook weer aan te komen…
Dus als het nu mag:
pluk ik snel de dag,
en ook wat bloesems van de bomen.

Carpe Diem
In ‘t Engels kan ik me uitdrukken.
M’n Duits zal af en toe wat lukken.
In ’t Frans als het moet.
In ’t Vlaams gaat het goed.
M’n Latijn enkel voor dit ‘plukken’.

Beroepen

De grootste kindervriend wordt kleuterjuf
en de bibliothecaris zoekt de zin in een boek zo duf.

Het vuur doven is werk voor de brandweer,
alle andere brandjes blussen doet de politie dan weer.

De dichteres dicht de wereld bijeen.
De schrijver schrijft de zin van het leven aaneen.

Mensen hun levens redden doet de verpleger,
hetzelfde doen de mensen van het leger.

De pastoor vertelt je over god en Jezus een hoop verhalen
en ook in het circus kan je je portie goochelarij halen.

Je kan ook voor de kinderen zorgen, die wilde bende
of misschien zit je ziek thuis door allerlei ellende.

De stoere mannen en vrouwen komen in de bouw terecht,
en de knappe koppen werken voor het gerecht.

In de horeca loop je de benen onder je lijf
en de voetballer weet met z’n geld geen blijf.

Het ene beroep voelt goed en weer iets anders duurt maar even.
Er zijn gelukkig vele dingen om te doen in het leven.



Alfabet

Denk niet dat ik je met het volgende beetneem.
Het alfabet begint met de letter A en eindigt met Z.
Ja, ik heb vroeger op school goed opgelet.
Toch zit ik met een groot probleem.

Om te zeggen wat ik nu voel,
dat kan ik niet op één twee drie vier.
Zelfs op een groot vel papier.
kan ik niet goed beschrijven wat ik bedoel.

Ik blijf hier maar wat bedremmeld staan.
Het alfabet is veel te klein,
om volledig te kunnen zijn.
Je weet misschien wel waar ik naartoe wil gaan?

Ik moet het echt kunnen zeggen vandaag.
Wat ik bij jou voel en wat jij voor mij doet…
Vooruit, ik fluister het met een verlegen snoet:
Ik zie je graag!


Jos en Hugo in de spiegeltent

Jos en Hugo zijn op een feestje.
Een dorpsfeest in een spiegeltent. Houten vloer, bierglazen, lichtjes die zich duizend keer herhalen in het glas achter de toog.

Ze staan naast elkaar. Pint in de hand. Goede vrienden.

Dan komt Olga.

Ze stapt recht op Hugo af.
“Is dit plekje vrij?”

Jos en Hugo kennen Olga niet, maar dat duurt niet lang.

Ze stelt zich voor en babbelt tegen Hugo. Over de muziek. Over hoe warm het is. Ze lacht luid, vrij, zonder schroom. Hugo lacht terug. Jos staat ernaast en zegt niets.

Ze wisselen een blik, Jos en Hugo.
Zie je dat?
Ze heeft ‘iets’ voor jou Hugo.

Olga zegt geen woord tegen Jos. Geen blik. Geen vraag. Alsof hij er niet staat.
Later ziet hij haar bij haar vriendinnen. Ze is levendig, aanwezig, mooi. Hij voelt een steek van jaloezie. Niet alleen om haar — ook om Hugo.

De avond eindigt rommelig. Ze praatten niet veel meer en het afscheid is te kort.

“Tot volgende week?” vraagt Hugo.

“Ja,” zegt Jos.

Maar het klinkt niet zoals vrienden normaal afscheid nemen.


De week daarna is er opnieuw feest.

Jos twijfelt. Maar hij gaat toch.
Alleen.

Hij heeft Hugo een hele week niet gesproken. Jos had geen behoefte om Hugo te zien. Hoewel ze normaal gezien de deur bij elkaar plat lopen. Er hangt iets tussen hen wat ze niet uitspreken. Is het Olga?

De spiegeltent is weer warm. Weer vol. Maar zonder Hugo voelt het toch anders, minder vertrouwd.

Jos staat opnieuw aan de toog.

En dan voelt hij een hand op zijn arm.

“Mag ik hier even staan?”

Olga. Een warme blos op haar wang. En ook bij Jos nu.

Hij kijkt haar aan. Even weet hij niet wat te zeggen.

“Waar is je vriend?” vraagt ze.

“Geen idee,” zegt Jos schouderophalend. “Druk, denk ik.”

Ze knikt. Alsof ze iets begrijpt wat hij niet zegt.

Even is het stil. De muziek speelt. Mensen dansen.

“Mag ik u iets vragen?” zegt ze dan.

Jos knikt.

“Waarom keek deed ge alsof ik niet bestond vorig eweek.”

Hij lacht ongemakkelijk. “Dat deed gij toch?”

Ze schudt haar hoofd. “Ik durfde niet.”

Hij zwijgt.

“Ik wilde eigenlijk met u praten,” zegt ze. “Maar ge stond daar zo… samen. En hij babbelde vanzelf terug. Dat was gemakkelijker.”

Het duurt even voor het landt.

“Dus… gij had niets voor Hugo?”

Ze lacht. “Hugo? Nee.”

“Maar ge sprak alleen hem aan.”

“Omdat ik u te hard zag zitten, slimmerik” zegt ze. “Dat is soms ingewikkeld.”

Hij voelt hoe zijn borst warm wordt. Hoe zijn jaloezie ineens oplost als sneeuw in bier.

“Dat is dom,” zegt hij.

“Ja,” zegt ze. “Maar ook een beetje schoon.”

Ze lachen.  

Soms loopt de kortste weg naar iemand niet rechtdoor.
Soms moet je twee avonden wachten in dezelfde spiegeltent voor het glas eindelijk helder wordt.

Later op de avond springt Jos nog binnen bij Hugo om alles uit te leggen. Maar eerst nog een dansje met Olga.

Elektrieker

Kwam een vrouw bij de elektrieker:
“Heb weer last van kortsluiting in mijn hoofd.
Het gaat opnieuw niet zoals beloofd,
die pilletjes maken me alleen maar fanatieker.

Ik wil gewoon zijn, normaal zoals jan en alleman.”
De man fronste even zijn wenkbrauwen:
“Ik zal je dit toe vertrouwen:
zo’n kortsluiting, daar ken ik helemaal niets van.

Stop echter met vergelijken
en leef je eigen leven.
Dat zal je het meeste geven.
De toekomst zal ook voor jou mooi blijken.

Ik ben een elektrieker van niets.
Jouw kortsluitingen kan ik niet voorkomen.
Daar kunnen we alleen van dromen.
Toch weet ik wel degelijk iets:

Je bent niet alleen.
Als je hoofd begint te knetteren,
kom naar mij om wat te tetteren.
Want ik ga nergens heen.”

Jij

Als mijn koffie te warm is, 
voeg ik wat melk toe,
zodat ik niets van de dag mis.
Want soms ben ik echt zo moe.

Als mijn dag wat kleur mist,
koop ik er een plantje bij.
Dat het een cactus wordt, is al beslist.
Zo’n prikkelbaar ding maakt me blij.

Als mijn maag te hard knort,
maak ik gauw lekkere spaghetti klaar.
Dat is pas eten waar je blij van wordt.
Ja hoor, mijn glimlach is weer daar.

Als ik het buiten maar niets vind,
kruip ik onder m’n fleece.
Ik ben wel vaker slecht gezind,
dat dekentje maakt dat ik de realiteit even verlies.

Koffie met melk, een cactus, spaghetti of een fleece.
Het doet allemaal veel voor mij.
Maar er is iets dat ik boven alles verkies:
Dat ben jij.

Vinnie

Ik schrijf een versje voor m’n vriendje,
want dat verdient ie.
Hij is zo sterk en zo stoer, weet je.
Grappig? Dat maar een beetje.

Soms gaat hij weg, vrolijk en blij,
dan breekt dat hartje van mij.
Ai. Ai. Au.
Maar dan hoor ik gelukkig weer z’n miauw.

Beestenboel – sonnet

Kom kom kom kom.
Kom duifke.
Kom duifke.
Charel roept zijn duiven van buiten naar binnen.

Vooruit vooruit vooruit
Vooruit met die ezel.
Jef krijgt z’n ezel niet terug de wei in.

Kom kom kom kom.
Kom poezeke
Kom poezeke
Maria roept haar poes Cleo van buiten naar binnen

Vooruit vooruit vooruit
Vooruit met de geit.
Jef krijgt z’n geitjes niet terug in de stal.

Wat ‘n gedoe, wat ‘n lawaai, wat ‘n beestenboel.
Zonder onze dieren kunnen we niet.
Hond op schoot. Poes die van aaitjes geniet,
koeien melken of duiven spotten. Een goed gevoel!

Je roept fel naar de duiven of de kat.
Vooruit met de ezel, vooruit met de geit.
Je werkt hard voor je dieren, zonder spijt.
Want ze houden ook van jou, wist je dat?

een hagedis of vogelspin is tegenwoordig hip.
maar van zo’n huisdieren moet ik beven.
Ik houd van m’n poezen, vissen en gekke kip

Zo’n huisdier heb je niet voor even.
Je zorgt ervoor en zij voor jou in een dip.
Een huisdier heb je dus voor het leven!