Nieuwe Kaai – 8 juni 2026

Sommige sessies beginnen bruisend. Andere beginnen aarzelend.

Deze bijeenkomst leek eerder tot die tweede categorie te behoren. Toen ik binnenkwam, voelde ik niet meteen veel enthousiasme. Sommige deelnemers keken eerder afwachtend, alsof ze zich afvroegen wat ik deze keer weer zou komen vertellen. En eerlijk? Dat mag absoluut. Ik heb zelf ook zulke dagen.

Ik las deze keer voor uit drie boeken Dat waren De lente bloeit – Ode aan de seizoenen samengesteld door Gaite Jansen en Geboren in 1976, mijn eerste 18 jaar als ook Dichter bij de seizoenen van Bette Westera. Bekende gedichten zoals Avondliedeke en Jantje zag eens pruimen hangen komen van her en der samengesteld en verzameld.. Deze keer geen eigen werk.

Deze sessie begon langzaam, maar toch gebeurde er iets moois.

Terwijl we gedichten lazen en muziek beluisterden, schoven gaandeweg een paar mensen aan. Sommigen kwamen erbij zitten wanneer de muziek begon. Anderen reageerden plots op een gedicht of vulden een herinnering aan. Langzaam ontstond er gesprek. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelf gebeurde.

We haalden herinneringen op aan bekende gedichten van vroeger, praatten over honden, treinreizen, sport en de rommelmarkt. Dat laatste onderwerp kwam vanuit de groep zelf en vormde de basis voor een elfje over gezellige zondagen, lekker eten en altijd wel iets vinden tussen de koopjes.

Daarna waagde ik mij aan iets nieuws. Voor het eerst probeerde ik samen met een groep een pantoum te schrijven. Pas de derde pantoum die ik zelf ooit maakte. Wat volgde was een heerlijk absurd verhaal over Jan die met zijn nieuwe fiets in de gracht belandt. Stap voor stap bouwden de deelnemers mee aan het gedicht.

Wat ik op dat moment nog niet wist, was dat het gedicht waarmee ik de sessie later zou afsluiten — het juni gedicht uit Dichter bij de seizoenen van Bette Westera — eveneens een pantoum was. Dat was niet voorbereid. Dat ontdekte ik pas toen ik het boek opensloeg. Soms vallen de puzzelstukken gewoon vanzelf op hun plaats.

Misschien was dat wel het thema van deze namiddag: vertrouwen op wat ontstaat.

Het mooiste moment kwam misschien helemaal op het einde. Toen ik vroeg of we nog iets zouden schrijven of vertellen, antwoordde een deelnemer niet met een nieuw onderwerp. Hij verwees gewoon terug naar ons gezamenlijke verhaal: We hebben Jan al uit de gracht gehaald.

En misschien was dat ook zo. En was het ook goed zo.

Rommelmarkt Pantoum (Maleisisch vers)

Ik ga naar de rommelmarkt
Ik kom dichterbij.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.

Ik kom dichterbij.
Ik wil hem helpen.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.
Ik steek een handje toe.

Ik wil hem helpen.
Ik ben fier.
Ik steek een handje toe .
De fiets is uit de gracht gehaald.

Ik ben fier.
Het geeft een goed gevoel.
De fiets is uit de gracht gehaald.
Ik herstel de fiets.

Het geeft een goed gevoel.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Ik herstel de fiets.
Ik ga naar de rommelmarkt.

Nieuwe Kaai – 15 mei 2026

Vrijdag 15 mei waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai voor een nieuwe sessie van Zilveren Verhalen. Deze keer stonden herinneringen aan de zee, vakanties van vroeger en zomerse muziek centraal. Het werd een namiddag vol herkenning, humor en gezamenlijke poëzie.

We begonnen met enkele bestaande gedichten en liedjes. Zo luisterden we onder andere naar Jan Klaassen de Trompetter, een lente-haiku uit ‘Dichter bij de seizoenen’ van Bette Westera en het gedicht van Paul van Ostaijen over een kano die samen met de maan richting zee schuift, Melopee. Dat laatste zorgde voor mooie reacties: niet iedereen wist precies wat het betekende, maar de klanken en sfeer werden wel erg gewaardeerd.

Daarna begonnen de verhalen over vakanties spontaan naar boven te komen. We praatten over treinritten naar zee, spelen in het zand met kinderen en kleinkinderen, terrasjes op de dijk en restaurantjes met zicht op zee. Samen maakten we eerst een zee elfje. Van daaruit groeide ook een langer gezamenlijk gedicht over een trip naar zee. Ook vakantie in het algemeen bracht veel inspiratie. We maakten samen nog een tweede elfje.En daarna opnieuw een gezamenlijk rijmgedicht over vakantie in het algemeen.

Tussendoor luisterden we naar allerlei liedjes over vogels, de zee, Spanje en verre reizen. Er werd mee geneuried met Eviva España en andere herkenbare melodieën. Muziek blijft telkens opnieuw iets openen: herinneringen aan vakanties, geliefden, familie en zorgeloze momenten van vroeger.

Ook dieren kwamen opnieuw aan bod via het verhaal van Minoes de poes. Dat leidde tot gesprekken over vroegere huisdieren: katten, duiven en vogels passeerden allemaal de revue. Sommigen droomden zelfs luidop van een kat in het woonzorgcentrum. (Dat was ik.)

Op het einde speelden we nog met de fantasiekaarten van Kasper Bormans. Een slang, een pauw en een doosje lucifers vormden samen het begin van een grappig verhaal over stoppen met roken, vriendschap en superkrachten. Het leverde veel gelach én verrassend warme gesprekken op.

Het was opnieuw een gezellige namiddag waarin kleine herinneringen groot mochten worden. Soms is een treinrit naar zee, een liedje van vroeger of een simpel pintje op de dijk al genoeg om samen even terug op vakantie te zijn.

Op verlof

Wij gaan graag op verlof, 
met goei weer is het zeker tof.
Vliegtuig, auto of trein.
Zeer fijn!

Alles in de koffer en weg zijn wij,
daarvan worden we blij.
Op verlof is het zalig ontspannen,
en alle zorgen zijn verbannen.


Trip naar zee

We gaan naar de zee met de trein, 
want daar is het telkens fijn.
Badkostuum, handdoeken en zonnebril mee,
met ons goed humeur trekken we naar de zee!

Op het mooie strand
spelen we in het zand
met de kleinkinderen en een hoopje erbij
want dat is dan de hele familie van mij.

Pintje bier, glaasje wijn
in de restaurantjes op de dijk is het fijn.
Naar huis gaan zal wel moeten,
anders moeten we ervoor boeten...

Bremdael – 13 mei 2026

Tijdens de sessie van woensdag 13 mei in WZC Bremdael doken we samen in herinneringen aan dieren, liefde, muziek en dans. Zoals wel vaker ontstond er opnieuw een prachtige mix van humor, melancholie en spontaniteit. We begonnen bij huisdieren: katten die spinnen, honden die gezelligheid brengen en parkieten die liever niet in de regen vliegen. Samen maakten we drie elfjes over dieren, waarbij iedereen enthousiast woorden toevoegde en herinneringen bovenhaalde aan vroegere boerderijdieren, poezen, honden en parkieten.

Daarnaast lazen we samen verschillende teksten en gedichten. Ik bracht eigen werk mee over huisdieren, en andere dieren een auto, een typemachine en liefde en vriendschap. Ook klassieke poëzie kwam aan bod: we luisterden naar een gedicht van Toon Hermans over echte vriendschap en sloten af met het prachtige “Voor een dag van morgen” van Hans Andreus.

Halverwege de sessie speelden we ook met de kaarten van Kasper Bormans — een spel rond verbeelding en gesprek. De bewoners trokken dieren- en voorwerpenkaarten en verzonnen samen verhalen. Zo ontstond er een absurd maar heerlijk verhaal over een zebra en een arend op een verjaardagsfeestje, waarbij de arend eerst werd weggestuurd omdat hij geen cadeautje had meegebracht. Het spel zorgde voor veel gelach, fantasie en spontane interactie tussen de bewoners.

Uit de gesprekken groeiden opnieuw enkele gezamenlijke gedichten. Over liefde schreven we dit groepsgedicht. Later ging het over dansen, zot doen en plezier maken: je leest het hier.

Opvallend was hoe de groep deze keer zelf sterk de richting van de teksten bepaalde. Het liefdesgedicht begon nog vrij onschuldig en romantisch, maar gaandeweg werd duidelijk dat de bewoners de onnozelheden van de liefde al lang “in ’t snotje” hebben. Ik probeerde het hier en daar nog wat positiever te trekken, maar uiteindelijk won de democratie van de groep. Liefde maakt blind, zo klonk het beslist, en naïef als een kind.

Ook het laatste gedicht liep heerlijk uit de hand. Eigenlijk wilden we schrijven over dansen en de spiegeltent, maar onderweg veranderde het spontaan in een ode aan zot zijn, plezier maken en vrolijk blijven. Misschien ook een les voor mezelf: loslaten, Sanne. Zelfs als voormalig stadsdichter moet je mensen met zoveel levenswijsheid niet proberen vertellen hoe ze moeten schrijven.

Er werd ook volop muziek beluisterd en meegezongen. Het werd dus weer een sessie vol chaos, herinneringen, plezier en mooie pareltjes van teksten! Tot volgende keer.