Ik ga naar de rommelmarkt
Ik kom dichterbij.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.

Ik kom dichterbij.
Ik wil hem helpen.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.
Ik steek een handje toe.

Ik wil hem helpen.
Ik ben fier.
Ik steek een handje toe .
De fiets is uit de gracht gehaald.

Ik ben fier.
Het geeft een goed gevoel.
De fiets is uit de gracht gehaald.
Ik herstel de fiets.

Het geeft een goed gevoel.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Ik herstel de fiets.
Ik ga naar de rommelmarkt.

Plaats een reactie