Nieuwe Kaai – 24 juli 2026

Soms lukt het. Soms lukt het helemaal niet.

Dit was een sessie met veel muziek. Niet omdat ik dat vooraf zo had gepland, maar omdat er veel omgevingsgeluid was en ook binnen de groep behoorlijk wat rumoer ontstond. Ik moest de muziek – en soms gewoon mijn stem – inzetten om boven het geluid uit te komen. Niet ideaal wanneer je net stilte en rust probeert te verwezenlijken.

Iedereen in dezelfde richting krijgen? Nee, dat lukte niet.

Ik was zoekende. De groep was chaotisch en zoekende. Samen gingen we op pad, maar het werd een weg vol zijwegen, onderbrekingen en verwarring. Gesprekken liepen door elkaar. Aandacht kwam en verdween weer. Ik probeerde met verhalen, gedichten, vragen en vooral veel muziek telkens opnieuw aansluiting te vinden.

Ik las onder meer enkele korte zomergedichten uit Dichter bij de seizoenen, mijn verhaal Babysitten, het verhaal over Minoes die niet wil slapen en enkele luchtige gedichten. We luisterden naar liedjes over tuinen, bloemen, rozen en de liefde. Soms kwam er even contact. Dan gleed het alweer weg.

Ik kwam overprikkeld thuis.

Ik wil dit project absoluut niet overboord gooien na één slechte sessie, want dat was het gewoonweg: een slechte sessie. Een slechte dag, voor iedereen. Als dit niet na bijna een jaar was gebeurd, maar al na een week, dan was ik misschien gestopt. Zo chaotisch was het. Deze keer niet op een goede, creatieve manier, maar op een manier die energie kostte.

Ik heb hier al veel positiefs laten vallen over de sessies van Zilveren Verhalen bij mensen met dementie. Ik geloof er ook echt in. Ook wanneer een sessie moeilijk verliep, kwam ik meestal overwegend optimistisch en met een goed gevoel naar huis. Omdat ik, ondanks die moeilijkheden, bijna altijd warme momenten beleefde.

Tijdens deze sessie in De Nieuwe Kaai kwam vooral de andere kant naar voren. Ik werd met mijn neus op de feiten gedrukt: dementie is verschrikkelijk. Het doet iets met een mens – met de persoon zelf én met diens omgeving.

En dan denk ik: hoe moet het zijn voor familieleden en mantelzorgers? Hoe moet het zijn voor mensen die hier niet één uur, maar dag in, dag uit mee geconfronteerd worden?

Zwaar.

Dementie is zwaar voor iedereen.

En toch ontstond, te midden van die chaos, misschien wel het warmste moment van alles wat ik tot nu toe binnen Zilveren Verhalen heb meegemaakt.

We schreven eerst samen een elfje over bloemetjes. Het veilige, oppervlakkige onderwerp dat ik had meegebracht na verhalen, gedichten en muziek over tuinen en bloemen:

Bloemetjes
Mooie dahlia’s
In den hof
Dat maakt me vrolijk
Geluk!

Toen ik vroeg waarover we nog konden schrijven, kwam één bewoonster plots met twee woorden:

“Graag zien.”

Zo kwamen we bij de liefde terecht.

Liefde
Graag zien
Van elkaar houden
Er voor elkaar zijn
Kusjes

Misschien is dat precies wat ik uit deze sessie wil onthouden.

De mens en de liefde moeten altijd op de voorgrond blijven staan, hoe ingrijpend dementie ook is. Kijk verder dan de ziekte. Zoek de mens, zelfs wanneer die moeilijk bereikbaar lijkt. Soms vind je elkaar maar heel even. Soms in een herinnering, een liedje, een woord of een aanraking.

Dat hoeft niet altijd de vorm aan te nemen van Zilveren Verhalen, poëzie of een geslaagde activiteit.

Ik was er.

Misschien was dat deze keer het voornaamste.

Over twee weken ben ik er weer.

Nieuwe Kaai – 10 juli 2026

Ook deze zomerse vrijdag bracht opnieuw heel wat verhalen, herinneringen en poëzie. We begonnen de namiddag met twee nieuwe verhalen van mijn zus, die opnieuw de goedkeuring van de groep kregen. In ‘Jef gaat dansen’ leefden de deelnemers mee met de zenuwachtige Jef die eindelijk met Margrietje durft te dansen. Uiteraard mocht daarbij ook Zie ik de lichtjes van de Schelde niet ontbreken, dat spontaan werd meegezongen. Later op de namiddag volgde ook ‘Minoes, de knettergekke poes‘.De herkenbare kattenstreken zorgden voor heel wat glimlachen en verhalen over eigen huisdieren.

Van daaruit trokken we richting schooltijd. We lazen onder andere Jantje zag eens pruimen hangen, Avondliedeke van Alice Nahon en een zomerse pantoum uit Dichter bij de Seizoenen. Al snel kwamen de herinneringen vanzelf boven. Er werd verteld over favoriete vakken zoals houtbewerking, lezen en zingen, over paters en broeders, over de catechismus, schoolreizen, de kerk en de Honderd Dagen. Sommigen gingen al vroeg werken, anderen dachten met plezier terug aan de sfeer op school.

Uit al die herinneringen groeide samen een nieuw pantoum. Het werd een warm portret van vroeger, waarin zowel de mooie als de minder leuke kanten van school een plaats kregen: de grote school in Turnhout, de andere kinderen, kattenkwaad uithalen, schoolreizen, de wekelijkse kerkgang én zelfs straf schrijven bij de Broeders van Liefde.

Later op de namiddag maakten we nog twee elfjes rond vakantie. Het eerste ontstond uit herinneringen aan de vakantieschool, waar spelletjes spelen, kaarten en plezier centraal stonden. Het tweede elfje bracht een warme herinnering aan een daguitstap naar Luxemburg met familie. Twee heel verschillende vakanties, maar allebei met hetzelfde gevoel: content zijn.

Tussendoor luisterden we naar heel wat muziek. Naast Zie ik de lichtjes van de Schelde passeerden onder andere Annabel (Hans de Booij), Zon in je hart (Willy Sommers), Chérie (Eddy Wally) en Costa del Sol van Zangeres Zonder Naam. Zoals wel vaker zorgde de muziek voor spontane herinneringen, gesprekken en meezingmomenten.

Het werd opnieuw een namiddag waarin verhalen, muziek en poëzie elkaar afwisselden. Van schoolbanken tot vakanties, van kattenkwaad tot kattenverhalen: samen maakten we opnieuw mooie nieuwe herinneringen.

Vakantie elfjes


Vakantieschool,
spellekes spelen,
met de kaarten,
vanalles en nog wat...
Gelukkig!


Luxemburg,
met familie
heen en terug.
Dagreisjes zijn ook plezant.
Content!

School (Pantoum)

Ik was nog jong toen ik naar school ging
De grote school in Turnhout.
Ik zie de andere kinderen.
Ik zie de leraren.

De grote school in Turnhout
School is soms leuk, soms niet.
Ik zie de leraren.
Ik haal kattekwaad uit.

School is soms leuk, soms niet.
Dikwijls naar de kerk, soms op schoolreis.
Ik haal kattekwaad uit.
Tot m’n twaalf naar de kerk.

Dikwijls naar de kerk, soms op schoolreis.
We moesten wel braaf zijn.
Tot m’n twaalf naar de Kerk.
Straf schrijven voor de Broeders van Liefde.

We moesten wel braaf zijn
Ik zie de andere kinderen.
Straf schrijven voor de Broeders van Liefde
Ik was nog jong toen ik naar school ging.

Nieuwe Kaai – 8 juni 2026

Sommige sessies beginnen bruisend. Andere beginnen aarzelend.

Deze bijeenkomst leek eerder tot die tweede categorie te behoren. Toen ik binnenkwam, voelde ik niet meteen veel enthousiasme. Sommige deelnemers keken eerder afwachtend, alsof ze zich afvroegen wat ik deze keer weer zou komen vertellen. En eerlijk? Dat mag absoluut. Ik heb zelf ook zulke dagen.

Ik las deze keer voor uit drie boeken Dat waren De lente bloeit – Ode aan de seizoenen samengesteld door Gaite Jansen en Geboren in 1976, mijn eerste 18 jaar als ook Dichter bij de seizoenen van Bette Westera. Bekende gedichten zoals Avondliedeke en Jantje zag eens pruimen hangen komen van her en der samengesteld en verzameld.. Deze keer geen eigen werk.

Deze sessie begon langzaam, maar toch gebeurde er iets moois.

Terwijl we gedichten lazen en muziek beluisterden, schoven gaandeweg een paar mensen aan. Sommigen kwamen erbij zitten wanneer de muziek begon. Anderen reageerden plots op een gedicht of vulden een herinnering aan. Langzaam ontstond er gesprek. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelf gebeurde.

We haalden herinneringen op aan bekende gedichten van vroeger, praatten over honden, treinreizen, sport en de rommelmarkt. Dat laatste onderwerp kwam vanuit de groep zelf en vormde de basis voor een elfje over gezellige zondagen, lekker eten en altijd wel iets vinden tussen de koopjes.

Daarna waagde ik mij aan iets nieuws. Voor het eerst probeerde ik samen met een groep een pantoum te schrijven. Pas de derde pantoum die ik zelf ooit maakte. Wat volgde was een heerlijk absurd verhaal over Jan die met zijn nieuwe fiets in de gracht belandt. Stap voor stap bouwden de deelnemers mee aan het gedicht.

Wat ik op dat moment nog niet wist, was dat het gedicht waarmee ik de sessie later zou afsluiten — het juni gedicht uit Dichter bij de seizoenen van Bette Westera — eveneens een pantoum was. Dat was niet voorbereid. Dat ontdekte ik pas toen ik het boek opensloeg. Soms vallen de puzzelstukken gewoon vanzelf op hun plaats.

Misschien was dat wel het thema van deze namiddag: vertrouwen op wat ontstaat.

Het mooiste moment kwam misschien helemaal op het einde. Toen ik vroeg of we nog iets zouden schrijven of vertellen, antwoordde een deelnemer niet met een nieuw onderwerp. Hij verwees gewoon terug naar ons gezamenlijke verhaal: We hebben Jan al uit de gracht gehaald.

En misschien was dat ook zo. En was het ook goed zo.

Rommelmarkt Pantoum (Maleisisch vers)

Ik ga naar de rommelmarkt
Ik kom dichterbij.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.

Ik kom dichterbij.
Ik wil hem helpen.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.
Ik steek een handje toe.

Ik wil hem helpen.
Ik ben fier.
Ik steek een handje toe .
De fiets is uit de gracht gehaald.

Ik ben fier.
Het geeft een goed gevoel.
De fiets is uit de gracht gehaald.
Ik herstel de fiets.

Het geeft een goed gevoel.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Ik herstel de fiets.
Ik ga naar de rommelmarkt.

Nieuwe Kaai – 15 mei 2026

Vrijdag 15 mei waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai voor een nieuwe sessie van Zilveren Verhalen. Deze keer stonden herinneringen aan de zee, vakanties van vroeger en zomerse muziek centraal. Het werd een namiddag vol herkenning, humor en gezamenlijke poëzie.

We begonnen met enkele bestaande gedichten en liedjes. Zo luisterden we onder andere naar Jan Klaassen de Trompetter, een lente-haiku uit ‘Dichter bij de seizoenen’ van Bette Westera en het gedicht van Paul van Ostaijen over een kano die samen met de maan richting zee schuift, Melopee. Dat laatste zorgde voor mooie reacties: niet iedereen wist precies wat het betekende, maar de klanken en sfeer werden wel erg gewaardeerd.

Daarna begonnen de verhalen over vakanties spontaan naar boven te komen. We praatten over treinritten naar zee, spelen in het zand met kinderen en kleinkinderen, terrasjes op de dijk en restaurantjes met zicht op zee. Samen maakten we eerst een zee elfje. Van daaruit groeide ook een langer gezamenlijk gedicht over een trip naar zee. Ook vakantie in het algemeen bracht veel inspiratie. We maakten samen nog een tweede elfje.En daarna opnieuw een gezamenlijk rijmgedicht over vakantie in het algemeen.

Tussendoor luisterden we naar allerlei liedjes over vogels, de zee, Spanje en verre reizen. Er werd mee geneuried met Eviva España en andere herkenbare melodieën. Muziek blijft telkens opnieuw iets openen: herinneringen aan vakanties, geliefden, familie en zorgeloze momenten van vroeger.

Ook dieren kwamen opnieuw aan bod via het verhaal van Minoes de poes. Dat leidde tot gesprekken over vroegere huisdieren: katten, duiven en vogels passeerden allemaal de revue. Sommigen droomden zelfs luidop van een kat in het woonzorgcentrum. (Dat was ik.)

Op het einde speelden we nog met de fantasiekaarten van Kasper Bormans. Een slang, een pauw en een doosje lucifers vormden samen het begin van een grappig verhaal over stoppen met roken, vriendschap en superkrachten. Het leverde veel gelach én verrassend warme gesprekken op.

Het was opnieuw een gezellige namiddag waarin kleine herinneringen groot mochten worden. Soms is een treinrit naar zee, een liedje van vroeger of een simpel pintje op de dijk al genoeg om samen even terug op vakantie te zijn.