Nieuwe Kaai – 19 april 2026

Vrijdag 17 april waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai — een zachte, rustige sessie deze keer, met veel luisteren en kleine momenten van verbinding.

Ik had opnieuw heel wat verhalen en gedichten mee. We begonnen met een liedje en doken daarna in een eerste verhaal over een hond uit het voorleesboek ‘Ik weet nog goed…’. Meteen kwamen er herinneringen boven: over vroeger, over huisdieren, over zorgen voor dieren. Sommigen vertelden iets, anderen luisterden vooral — maar ook in dat luisteren zat veel herkenning.

We bleven even in dat thema met verhalen over een poes (Minoes) en later ook een vakantie bij de boer, ook uit ‘Ik weet nog goed’. Koeien melken, eieren rapen, een boze haan… het bracht het leven van vroeger terug tot in de kamer. Hier en daar kwam er een glimlach, een knikje, een kleine reactie.

Er werd ook poëzie voorgelezen: over geluk, over beroepen, over dieren… kleine stukjes die iets openzetten, zonder dat er veel woorden nodig waren.

Deze sessie was er één waarin het wat stiller was. En dat was helemaal oké.
Soms zit de kracht net in het samen luisteren. In oogcontact. In even naast elkaar zitten.
Je zag het: een sprankeltje van herkenning, een zachte glimlach — en dat is genoeg.

Naar het einde toe kwam er wat meer beweging in de groep, toen er nog enkele deelnemers aansloten. De energie werd wat losser, er werd weer wat meer gereageerd en gelachen.

We schreven samen ook nog een elfje over de lente — eenvoudig en raak:

Van daaruit groeide een langer gedicht over bloemen: boterbloempjes, zonnebloemen, edelweiss en tulpen. Herinneringen aan tuinen, aan buiten zijn, aan de lente.

Tussendoor luisterden we naar muziek die perfect bij de sfeer paste: van Ik zie zo graag mijn duivenkot tot Edelweiss, Heideroosje, Mooi weer vandaag en natuurlijk Tulpen uit Amsterdam. Liedjes die iets losmaken, waar zachtjes op mee geneuried wordt.

Op het einde was er nog een warm moment: er werd gezongen voor een jarige. Even samen, even verbinden.

✨ Er werd geluisterd.
Er werd soms zachtjes meegedacht.
En af en toe zag je het: een sprankeltje van herkenning.

Niet iedereen sprak, maar iedereen was er.
En dat is genoeg

Dat is ook Zilveren Verhalen.

👉 Ben jij een verteller? Of luister je liever?

Bloementuin

Het boterbloempje blijft in de grond, 
het laat anders zijn koppeke hangen.
Wij laten ons niet vangen,
want zo blijft het boterbloempje gezond.

Zonnebloemen gaan met de zon mee,
liefst niet in een pot,
maar gewoon buiten is zijn lot.
De pitten opeten is ook een goed idee

De edelweiss is zeldzaam en blijft zich verbergen,
hij is mooi en wit.
Ben je fit?
Dan kan je hem zoeken in de bergen

Tulpen komen uit Amsterdam,
ze willen alleen maar zon,
ik wou dat ik het ook kon,
zo schoon staan blinken achter de raam.

Nieuwe Kaai – 27 februari 2026

Vrijdag 27 februari waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai — een vertrouwde groep, een vertrouwde warmte. Ik had deze keer maar een paar teksten mee. Spannend, want dan reken ik extra hard op de inspiratie van de deelnemers. Maar zoals altijd: het kwam helemaal goed.

We maakten ruimte voor verhalen, voor herinneringen, en ook voor muziek: liedjes die iets openzetten, waar mensen spontaan op beginnen mee te neuriën, of waar ineens een zin bij blijft hangen.

We startten met het beroepengedicht, en meteen zaten we in het leven van vroeger: werken zonder verlof, zorgen voor dieren, koeien melken, dag en nacht bezig zijn.

Er werd gepraat over hoe zwaar het boerenleven was — zaterdag, zondag, feestdag… gewoon doorgaan — en hoe huisvrouw zijn minstens evenzeer een fulltime job was, zeker met een groot gezin.

Daarna schreven we een hele tijd samen een hele reeks elfjes. Kort, helder, en vol herkenning: over boerin, boer, huisvrouw, geitjes en koeien. De groep had er duidelijk plezier in: “We zetten je nogal aan het werk, he. Maak er een boek van!”

Tussendoor las ik ook informatieve fragmenten voor: over hoe het boerenleven veranderde door mechanisering (melkmachine, tractor, grotere bedrijven), én over de klassieke lenteschoonmaak van vroeger — ramen open, groene zeep, kastpapier, lavendelzakjes, alles spic en span tegen Pasen. Deze fragmenten kwamen uit de boeken ‘In mijn tijd’ van Elke Uijtewaal & Silvie Kamphuis en het boek ‘Nostalgie’ van GT Rovers

Ik pakte zelf even uit met een meertalige limerickreeks. Er volgde wat gegrinnik en ‘a little bit of english’. Maar de groep kon vele beter schrijven. Uit dat gesprek groeide namelijk een soort levenswijsheid die de groep samen formuleerde en een mooi groepsgedicht werd over vriendschap

We luisterden tijdens deze sessie naar verschillende nummers, waaronder “Aan het strand van Oostende” (Louis Neefs), het vrolijke “Laat het gras maar groeien”, en op het einde een warm moment met het speciaal aangevraagde nummer “Bedankt lieve ouders” (Vader Abraham) — een lied dat meteen herinneringen wakker maakte aan wat ouders allemaal doen, en hoe je dat pas later écht beseft.

We sloten af in dezelfde toon als we begonnen: vertrouwd, lachend, zingend.
Tot de volgende keer, Nieuwe Kaai.

Elfjes – reeks

boerin
mooi beroep
koeien geiten varkens
de hele dag bezig
werken

boer
zaaien oogsten
op het veld
rijden met de tractor
content

huisvrouw
eten klaarmaken
de was doen
de tuin goed onderhouden
opvoeden

geitjes
zo lief
kindjes spelen ermee
kleintjes in de lente
schattig

koeien
alles geven
goed voor zorgen
proper zetten en voederen
melken

Nieuwe Kaai – 20 februari 2026

Thema: liefde, vriendschap en… een spiegeltent

Op 20 februari kwamen we samen in De Nieuwe Kaai voor een Zilveren Verhalen-voormiddag in het teken van liefde (Ah ja, Valentijn). We luisterden naar poëzie en liedjes, haalden herinneringen op, en schreven opnieuw samen.

We startten met een bekend gedicht: “Voor een dag van morgen” van Hans Andreus. Een tekst die meteen de toon zette: teder, eerlijk, en ergens ook een beetje weemoedig.

Daarna las ik een paar eigen teksten voor, waaronder “Jij (met de cactus, de spaghetti en de fleece) — en van daaruit rolden we vanzelf in een gesprek over kleine gelukjes, bloemen in huis en het gevoel van thuiskomen. Eén zin bleef hangen: “Als er niks van bloemen in huis staat en je komt thuis, dan voel je je precies niet thuis.”
Bloemen bleken voor sommigen echt een vaste gewoonte: kopen, krijgen, plukken… en vooral: elke week iets in huis.

We schreven die voormiddag twee elfjes en één gewoon liefdesgedicht.

1) Elfje – Boeket
Een eenvoudig, warm elfje — over geven, rozen, en gezelligheid.

2) Elfje – Spiegeltent
Naar aanleiding van het verhaal (en de herinneringen) over de spiegeltent: dansen, praten, kusjes… en de vraag die blijft hangen: zie ik je terug?
Het elfje eindigde mooi met één woord dat alles samenvatte: verliefdheid.

3) Liefde (groepsgedicht)
We bouwden samen aan een rijmend gedicht over liefde: buitengewoon, elkaar graag zien, kussen… maar ook het afscheid: zwaaien, wenen, een afscheidszoen en “tot wederziens”.

Verder klonken nog twee gedichten: alfabet en elektrieker.

Er werd ook gezongen en geluisterd tussendoor. We haalden onder andere “Ik ben verliefd op jou” van Paul Severs, erbij “Ik geef je een roosje, mijn roosje” (Conny Vandenbos), later ook “Chéri” (Eddy Wally) en “Margrietje” (Louis Neefs), we eindigden met “Lichtjes van de Schelde” (Bobbejaan Schoepen). Liedjes die meteen iets losmaakten: herkenning, melancholie, humor… en goesting om mee te zingen. Ze maakten het geheel van verhalen en herinneringen helemaal af.

Er passeerden nog een verrassend gedichtje de revue: Vinnie. Ach, het moet niet altijd zo romantisch zijn dus. 😉 We sloten af met nog een bekend gedicht over vriendschap: “Vriend” van Toon Hermans — en met de gedachte dat één goede vriend(in), of een goeie buur, soms al wonderen doet.

✨Merci om te luisteren, te zingen, te herinneren en mee te schrijven. 💛

👉 Ook met Valentijn een mooi liefdesgedicht geschreven? Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

Liefde

de liefde is toch schoon
zo goed en buitengewoon
we zien elkander graag
en we kussen elkaar

zwaaien en wenen aan de trein,
kon hij maar heel de week bij mij zijn
we geven een afscheidszoen
en tot wederziens.

Nieuwe Kaai – 23 januari 2026

Blij dat ik weer in de Nieuwe kaai was, om te luisteren, te vertellen, te schrijven — en tussendoor ook gewoon even te zijn.

Ik bracht een winters gedicht mee (eerlijk: ik ben geen wintermens). De seizoenen cirkelen, de zon moet het soms allemaal weer goedmaken. Dat leverde meteen herkenning op: warmte, licht, maar ook dat gevoel dat je soms gewoon… opnieuw moet rechtstaan.

Daarna kwamen we terecht bij huisdieren. Ik las mijn eigen “beestenboel” voor — met duiven, geiten, ezels en poezen — geïnspireerd door de vorige sessie (waar de duiven al eens onderwerp van gesprek waren geweest).
En toen ging het open: wie had er dieren? Wie had er koeien? Paarden? Katten? En vooral: wie had er geen schrik… en wie juist wél?

Er kwam een stevig verhaal op tafel, eentje dat je niet verzint: een stier, een muur, en “randje kantje”. Er werd gelachen (want humor is ook overleven), maar je voelde ook: dit is écht gebeurd, dit zit in een lijf. En tegelijk: het werd verteld zoals verhalen soms verteld worden — met nuchterheid, met een knipoog, maar ook met respect.

We maakten samen een elfje, met woorden die uit de groep kwamen. Over voorzichtig zijn. Over inschatten. Over boerderij-dieren die je beter niet onderschat. Zo’n elfje is eigenlijk een mini-samenvatting van een hele levenservaring.

Daarna werd het tijd voor iets romantisch. Ik las een tekst voor over zintuigen — over horen, ruiken, voelen, zien — en hoe de wereld anders wordt “met jou erin”. En zoals dat gaat: dan komt er ineens een klassiek rijmpje boven (“rozen verwelken, scheepjes vergaan…”), en ook zo’n typische uitspraak die in de Kempen thuishoort:
“Rijmen en dichten zonder uw gat op te lichten.”
(Die hoor ik wel vaker…)

We praatten verder over hoe liefde voor iedereen anders is. Voor de één vanzelfsprekend, voor de ander werk. Voor de één zacht, voor de ander streng maar rechtvaardig. En uit dat gesprek groeide een tweede gedicht.

Tussendoor lazen we ook twee verhalen voor uit Ik weet nog goed (zo’n fantastisch boek dat meteen iets losmaakt), en er was muziek met La ballade des gens heureux, en daarna even de vaart erin met Herman van Veen (Opzij, opzij, opzij). Dat werkt altijd.

Ik las ook mijn eigen verhaal voor over de typmachine: tik-tik-tik… een belletje… paniek… en dan moeke die gewoon weet hoe het moet.

✨ Ondanks de mooie resultaten was het deze keer toch nog weer wat zoeken geweest voor mij. Soms voelde ik me verloren. Maar echt telkens weer bracht de warmte van de Nieuwe Kaai me bij de realiteit: gewoon aanwezig zijn, vertellen, samenhorigheid. Dàt is het belangrijkste. Niet resultaten of een soepele sessie. Gewoon zijn.