
Sommige sessies beginnen bruisend. Andere beginnen aarzelend.
Deze bijeenkomst leek eerder tot die tweede categorie te behoren. Toen ik binnenkwam, voelde ik niet meteen veel enthousiasme. Sommige deelnemers keken eerder afwachtend, alsof ze zich afvroegen wat ik deze keer weer zou komen vertellen. En eerlijk? Dat mag absoluut. Ik heb zelf ook zulke dagen.
Ik las deze keer voor uit drie boeken Dat waren De lente bloeit – Ode aan de seizoenen samengesteld door Gaite Jansen en Geboren in 1976, mijn eerste 18 jaar als ook Dichter bij de seizoenen van Bette Westera. Bekende gedichten zoals Avondliedeke en Jantje zag eens pruimen hangen komen van her en der samengesteld en verzameld.. Deze keer geen eigen werk.
Deze sessie begon langzaam, maar toch gebeurde er iets moois.
Terwijl we gedichten lazen en muziek beluisterden, schoven gaandeweg een paar mensen aan. Sommigen kwamen erbij zitten wanneer de muziek begon. Anderen reageerden plots op een gedicht of vulden een herinnering aan. Langzaam ontstond er gesprek. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelf gebeurde.
We haalden herinneringen op aan bekende gedichten van vroeger, praatten over honden, treinreizen, sport en de rommelmarkt. Dat laatste onderwerp kwam vanuit de groep zelf en vormde de basis voor een elfje over gezellige zondagen, lekker eten en altijd wel iets vinden tussen de koopjes.
Daarna waagde ik mij aan iets nieuws. Voor het eerst probeerde ik samen met een groep een pantoum te schrijven. Pas de derde pantoum die ik zelf ooit maakte. Wat volgde was een heerlijk absurd verhaal over Jan die met zijn nieuwe fiets in de gracht belandt. Stap voor stap bouwden de deelnemers mee aan het gedicht.
Wat ik op dat moment nog niet wist, was dat het gedicht waarmee ik de sessie later zou afsluiten — het juni gedicht uit Dichter bij de seizoenen van Bette Westera — eveneens een pantoum was. Dat was niet voorbereid. Dat ontdekte ik pas toen ik het boek opensloeg. Soms vallen de puzzelstukken gewoon vanzelf op hun plaats.
Misschien was dat wel het thema van deze namiddag: vertrouwen op wat ontstaat.
Het mooiste moment kwam misschien helemaal op het einde. Toen ik vroeg of we nog iets zouden schrijven of vertellen, antwoordde een deelnemer niet met een nieuw onderwerp. Hij verwees gewoon terug naar ons gezamenlijke verhaal: We hebben Jan al uit de gracht gehaald.
En misschien was dat ook zo. En was het ook goed zo.