Voor de eerste keer voorlezen in de Nieuwe Kaai had ik toch wat zenuwen. Een nieuwe groep, een nieuwe omgeving. Daarom begon ik met een zomers gedicht van Annie M.G. Schmidt: Pas op voor de hitte. Dat scoort altijd en met dit humoristisch gedicht was de toon meteen gezet. Al is jezelf naast zo’n grote dame plaatsen natuurlijk altijd een beetje risicovol.

We startten met het gedicht Een versje voor beginners. Snel bleek dat de leuze “rijmen en dichten zonder ons gat op te lichten” niet alleen gekend is, maar ook écht toegepast kan worden. Er werd wat teruggedacht aan schoolopstellen en rijmpjes op school – en eerlijk? Daar was toen niemand fan van. Oei, waar was ik beland? Gelukkig kwam er meteen een kwinkslag toen ik naar vroeg naar beroepen: “In de Kempen zijn we allemaal boeren”, riep iemand. Maar nee hoor – er zaten ook een naaister, een schrijnwerker en zelfs iemand met ervaring in het onderwijs bij. Dat laatste werd wel bestempeld als het moeilijkste beroep. Misschien door al die opstellen en gedichten die verbeterd moesten worden? Of ligt het toch aan de ongehoorzaamheid van de huidige jeugd?

Daarna doken we in drie gedichten over vervoer: de trein, Alles van de baan en de auto. Herinneringen aan de eerste auto (bij de één rood, bij de ander wit) werden enthousiast gedeeld, en natuurlijk werd daar meteen een gedicht over geschreven. Dat lees je hier. Iedereen aan de Nieuwe Kaai kent de trein van Turnhout naar Blankenberge of Oostende – ze wonen immers vlak bij het station. Gelukkig geen geluidsoverlast, wel glimmende oogjes bij het vertellen.

We luisterden naar Aan het strand van Oostende van Louis Neefs, dat meteen zomerse beelden opriep: wandelen langs de vloedlijn en – uiteraard – shoppen op de dijk. Na Jefs verhaal over zijn treinreis genoten we van het nummer Benjamin, die in de zomer overal op ontdekking gaat.

Dan volgde een apart gedicht: Rimpel. Dat deed iets met de groep. Niemand kon ontkennen dat hij of zij rimpels heeft, maar op deze manier klonken ze ineens best mooi. Bij het woord fronsrimpel hoort wat het woord ‘zorgen’, en dus volgde Ooh ooh ik heb zorgen – opnieuw van Louis Neefs.

Toen was het weer tijd voor een eigen creatie: het gedicht De zon. Want als ze zo uitbundig over onze schouders straalt, dan verdient ze ook een eerbetoon.

We sloten af met een kort gedichte Held  en toen was er nog wat tijd over voor muziekvoorkeuren. De Bee Gees scoorden hoog, maar ook Op de purperen heide blijft een klassieker. En ja, ook daarvan draaiden we de versie van Louis Neefs. Wie weet doen we volgende keer wel een volledig uur over deze inspirerende man. 😉


Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit de Nieuwe Kaai.
En wie weet – herken jij jezelf.

📸 Heb je zelf ook een verhaal over je eerste auto, de trein naar zee of je favoriete onderwijzer?

👉 Laat het ons weten via info@zilverenverhalen.be

Plaats een reactie