De zon

De zon schijnt voor iedereen, zowel voor Jan als alleman
Het goede weer maakt ons vrolijk en blij
De zon is soms te warm, maar zelden te koud.
De zon is nooit in de fout.

De regen is goed voor de planten
ook voor de bloemen is het een zegen.

Het weer komt en gaat,
waar je ook staat.

Eerste auto

Onze eerste auto’s waren van alle kleuren
We waren er blij mee, we gingen niet zeuren.
Met de auto gingen we de wereld verkennen.
alleen winkelen? Dat kan niet meetellen.

Ik heb een chauffeur, mijn kinderen kunnen autorijden,
ze brengen me overal heen,
maar ik kan beter rijmen.