De Vliet -11 juni 2026

Donderdag 11 juni was het zover: de eerste sessie van Zilveren Verhalen in De Vliet. Zoals bij elke nieuwe locatie was het in het begin wat aftasten. Wie was ik precies? Wat kwam ik doen? En wat mochten de deelnemers verwachten? En wie zou ik ontmoeten?

Dat voorzichtige aftasten maakte de voormiddag net bijzonder. Langzaam groeide het vertrouwen en ontstonden de eerste gesprekken. We praatten over huisdieren, geluk, beroepen, de lente en herinneringen van vroeger. Zoals steeds een lichte chaos, maar altijd warm. Er werd verteld over honden die liefde geven, katten die muizen vangen, werken als kapster, beenhouwer, schoenmaker of huisvrouw, en treinritten naar Oostende of Lier.

Samen schreven we twee elfjes. Het eerste ging over een poes die in de groentetuin van de buren op muizen jaagt. Het tweede over een trouwe hond die blaft, bijt en uiteindelijk vooral liefde brengt.

Later waagden we ons ook aan een pantoum, een dichtvorm waarbij regels telkens terugkeren. Dat leek in het begin ingewikkeld, maar samen kwamen we tot een vrolijk lentegedicht over een pint bier, zeven vrouwen, bloemen, zingen en vooral niet willen vallen. Humor was duidelijk nooit ver weg. Ikzelf doopte het Pantoum ‘Valpreventie’.

Ook geluk kwam uitgebreid aan bod. Toen ik vroeg wat geluk eigenlijk is, volgden mooie antwoorden. Eén deelnemer omschreef geluk als “een positieve ontploffing”. Wat een cadeau, mooier had ik het niet kunnen formuleren. Een ander vertelde dat geluk niet vanzelf komt en dat je er zelf voor open moet staan. Die gedachten vormden samen een nieuw groepsgedicht.

Wat me vooral bijblijft van deze eerste ontmoeting, is hoe snel mensen zichzelf soms verrassen. Verschillende deelnemers gaven aan dat ze niet wisten dat ze konden dichten. En toch ontstonden er in nauwelijks een uur tijd meerdere gedichten, vol humor, levenswijsheid en eigen ervaringen.

Een eerste kennismaking dus, maar meteen een geslaagde en gelaagde sessie. Ik kijk alvast uit naar het vervolg. Tot snel!

Pantoum Valpreventie


Ik zit in de zaal.
Ik drink een pint bier.
Ik zie zeven vrouwen.
De lente brengt de bloemen.

Ik drink een pint bier.
We worden vrolijk en zat.
De lente brengt de bloemen.
Het maakt ons blij!

We worden vrolijk en zat.
We beginnen te zingen.
Het maakt ons blij!
De kater maakt ons niet bang.

We beginnen te zingen,
maar we kunnen het niet goed.
De kater maakt ons niet bang.
We willen niet vallen,

maar we kunnen het niet goed.
Ik zie zeven vrouwen.
We willen niet vallen.
Ik zit in de zaal.

Geluk

Schrijven over geluk is moeilijker dan ik dacht, 
maar wacht, wacht, wacht, wacht, WACHT!

Geluk is een positieve ontploffing ondergaan
maar je moet er voor open staan,

het komt niet zomaar binnengewandeld in ons leven
het geluk blijft soms maar even...

Het is rap gedaan,
maar we blijven er voor gaan!

Nieuwe Kaai – 8 juni 2026

Sommige sessies beginnen bruisend. Andere beginnen aarzelend.

Deze bijeenkomst leek eerder tot die tweede categorie te behoren. Toen ik binnenkwam, voelde ik niet meteen veel enthousiasme. Sommige deelnemers keken eerder afwachtend, alsof ze zich afvroegen wat ik deze keer weer zou komen vertellen. En eerlijk? Dat mag absoluut. Ik heb zelf ook zulke dagen.

Ik las deze keer voor uit drie boeken Dat waren De lente bloeit – Ode aan de seizoenen samengesteld door Gaite Jansen en Geboren in 1976, mijn eerste 18 jaar als ook Dichter bij de seizoenen van Bette Westera. Bekende gedichten zoals Avondliedeke en Jantje zag eens pruimen hangen komen van her en der samengesteld en verzameld.. Deze keer geen eigen werk.

Deze sessie begon langzaam, maar toch gebeurde er iets moois.

Terwijl we gedichten lazen en muziek beluisterden, schoven gaandeweg een paar mensen aan. Sommigen kwamen erbij zitten wanneer de muziek begon. Anderen reageerden plots op een gedicht of vulden een herinnering aan. Langzaam ontstond er gesprek. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelf gebeurde.

We haalden herinneringen op aan bekende gedichten van vroeger, praatten over honden, treinreizen, sport en de rommelmarkt. Dat laatste onderwerp kwam vanuit de groep zelf en vormde de basis voor een elfje over gezellige zondagen, lekker eten en altijd wel iets vinden tussen de koopjes.

Daarna waagde ik mij aan iets nieuws. Voor het eerst probeerde ik samen met een groep een pantoum te schrijven. Pas de derde pantoum die ik zelf ooit maakte. Wat volgde was een heerlijk absurd verhaal over Jan die met zijn nieuwe fiets in de gracht belandt. Stap voor stap bouwden de deelnemers mee aan het gedicht.

Wat ik op dat moment nog niet wist, was dat het gedicht waarmee ik de sessie later zou afsluiten — het juni gedicht uit Dichter bij de seizoenen van Bette Westera — eveneens een pantoum was. Dat was niet voorbereid. Dat ontdekte ik pas toen ik het boek opensloeg. Soms vallen de puzzelstukken gewoon vanzelf op hun plaats.

Misschien was dat wel het thema van deze namiddag: vertrouwen op wat ontstaat.

Het mooiste moment kwam misschien helemaal op het einde. Toen ik vroeg of we nog iets zouden schrijven of vertellen, antwoordde een deelnemer niet met een nieuw onderwerp. Hij verwees gewoon terug naar ons gezamenlijke verhaal: We hebben Jan al uit de gracht gehaald.

En misschien was dat ook zo. En was het ook goed zo.

Rommelmarkt Pantoum (Maleisisch vers)

Ik ga naar de rommelmarkt
Ik kom dichterbij.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.

Ik kom dichterbij.
Ik wil hem helpen.
Hij ligt met z’n fiets in de gracht.
Ik steek een handje toe.

Ik wil hem helpen.
Ik ben fier.
Ik steek een handje toe .
De fiets is uit de gracht gehaald.

Ik ben fier.
Het geeft een goed gevoel.
De fiets is uit de gracht gehaald.
Ik herstel de fiets.

Het geeft een goed gevoel.
Ik zie Jan met z’n nieuwe fiets.
Ik herstel de fiets.
Ik ga naar de rommelmarkt.

Nieuwe Kaai – 15 mei 2026

Vrijdag 15 mei waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai voor een nieuwe sessie van Zilveren Verhalen. Deze keer stonden herinneringen aan de zee, vakanties van vroeger en zomerse muziek centraal. Het werd een namiddag vol herkenning, humor en gezamenlijke poëzie.

We begonnen met enkele bestaande gedichten en liedjes. Zo luisterden we onder andere naar Jan Klaassen de Trompetter, een lente-haiku uit ‘Dichter bij de seizoenen’ van Bette Westera en het gedicht van Paul van Ostaijen over een kano die samen met de maan richting zee schuift, Melopee. Dat laatste zorgde voor mooie reacties: niet iedereen wist precies wat het betekende, maar de klanken en sfeer werden wel erg gewaardeerd.

Daarna begonnen de verhalen over vakanties spontaan naar boven te komen. We praatten over treinritten naar zee, spelen in het zand met kinderen en kleinkinderen, terrasjes op de dijk en restaurantjes met zicht op zee. Samen maakten we eerst een zee elfje. Van daaruit groeide ook een langer gezamenlijk gedicht over een trip naar zee. Ook vakantie in het algemeen bracht veel inspiratie. We maakten samen nog een tweede elfje.En daarna opnieuw een gezamenlijk rijmgedicht over vakantie in het algemeen.

Tussendoor luisterden we naar allerlei liedjes over vogels, de zee, Spanje en verre reizen. Er werd mee geneuried met Eviva España en andere herkenbare melodieën. Muziek blijft telkens opnieuw iets openen: herinneringen aan vakanties, geliefden, familie en zorgeloze momenten van vroeger.

Ook dieren kwamen opnieuw aan bod via het verhaal van Minoes de poes. Dat leidde tot gesprekken over vroegere huisdieren: katten, duiven en vogels passeerden allemaal de revue. Sommigen droomden zelfs luidop van een kat in het woonzorgcentrum. (Dat was ik.)

Op het einde speelden we nog met de fantasiekaarten van Kasper Bormans. Een slang, een pauw en een doosje lucifers vormden samen het begin van een grappig verhaal over stoppen met roken, vriendschap en superkrachten. Het leverde veel gelach én verrassend warme gesprekken op.

Het was opnieuw een gezellige namiddag waarin kleine herinneringen groot mochten worden. Soms is een treinrit naar zee, een liedje van vroeger of een simpel pintje op de dijk al genoeg om samen even terug op vakantie te zijn.

Op verlof

Wij gaan graag op verlof, 
met goei weer is het zeker tof.
Vliegtuig, auto of trein.
Zeer fijn!

Alles in de koffer en weg zijn wij,
daarvan worden we blij.
Op verlof is het zalig ontspannen,
en alle zorgen zijn verbannen.