Nieuwe Kaai: verslag 22/8 DEEL 1

Nieuwe Kaai – Geluk, puree en Turnhout

Deze tweede keer in de Nieuwe Kaai was ik al heel wat minder zenuwachtig, toch weet ik: elke sessie verrast opnieuw. Deze keer begonnen we luchtig, met een kwinkslag dat ik vooral niet moet zingen (“dan lopen jullie allemaal weg”). Maar verhalen en gedichten? Dat kan ik, en daar komen we voor!

Eerst blikten we terug naar de vorige keer. Het groepsgedicht Eerste auto en het eerbetoon De zon werden nog eens voorgelezen. Herkenning en glimlachen alom. Wat hadden ze dat toch prachtig geschreven.

Daarna las ik mijn gedicht Geluk. Het zette meteen de toon: waar zit geluk in? In een glimlach, een danspas, een vakantie, of gewoon in iemand die de afwas voor je doet. “Waar worden jullie blij van?” vroeg ik. Het antwoord: van goed weer, van wandelen, van fietsen… en bij één deelnemer vooral van zijn boerderij. Koeien, kippen, varkens – en urenlang melken. Met de hand, natuurlijk.

Op dat moment luisterden we naar Ann Christy’s bekende lied Gelukkig zijn. Een zucht van herkenning door de zithoek.

Daarna kwamen de foto’s op tafel: aardappelen die puree beloven, een pot met confituur. Dat leidde naar mijn luchtige gedicht Koken. Het koken (en knoeien) bracht meteen gespreksstof: wie kookte er vroeger, wat aten ze het liefst? Pizza en hamburgers passeerden, maar ook gewoon “alles wat vettig is.” (Dat zei ik 😉)

Dat leidde tot een eerste groepscreatie: het gedicht Lekker eten. Kort, krachtig en herkenbaar.

Ik vroeg de deelnemers waar ze nog een gedicht over wilden schrijven en dat bleek Turnhout te zijn. Dus we trokken de stad in. Ik vroeg: wat betekent Turnhout voor jullie? De markt, de Sint-Pieterskerk, de kasseien – alles kwam voorbij. Samen maakten we het gedicht Turnhout, compleet met een extra slotstrofe: We willen hier blijven wonen voor altijd, Turnhout staat aan de top, hoera!

👉 En toen… kwam het circus in beeld. Clowns, tenten, schooluitstappen en kermissen. Maar hoe dat precies poëzie werd? Dat lees je in deel twee. 😉.


📸 Heb jij ook een verhaal over geluk, koken of je stad Turnhout?
👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be – misschien hoor je het wel terug in een volgende sessie.

Rimpel


Gisteren zag ik het voor de eerste keer,
dat je fronst als je het hebt over het koude weer.
Niet diezelfde frons van wanneer ik het brood
niet wegleg. Of niet die keer dat ik dacht aan de dood.
Ik kon niet blijer zijn met deze nieuwe ontdekking,
niet omdat ik last heb van sleur of iets van die strekking.

Het was gewoon compleet nieuw. Misschien een rimpel erbij?
Hoeveel daarvan heb je eigenlijk door mij?
Heb je dan de afgelopen jaren, vrolijk en gezwind,
nooit last gehad van deze koude wind?
Ik kon het totaal niet plaatsen in mijn hoofd,
had de weerman dan echt zoveel beters beloofd?

Ik durf soms wel eens mezelf verliezen en vergeten
dat jij mij wél vindt. Ik had ook beter moeten weten,
dat ik niet altijd de oorzaak van je fronsen ben,
maar die blik gaf me het gevoel dat ik je totaal niet ken.
Zulk een nieuwe frons zie je niet alle dagen,
toch is het net deze ontdekking die ons verder zal dragen.

Het kan alleen maar in de waanzinnigste dromen,
dat vele jaren verrassingen zullen komen.
Ik hoop dat de wind nog alle kant uit blijft waaien
en ook mijn neus zal nog wel eens van richting draaien.
De weerman voorspelt maar wat hij wil voortaan,
want ik verlang naar met jou op ontdekking gaan.

Zilveren Verhalen in de Nieuwe Kaai – Zomer, zon en Louis Neefs

Voor de eerste keer voorlezen in de Nieuwe Kaai had ik toch wat zenuwen. Een nieuwe groep, een nieuwe omgeving. Daarom begon ik met een zomers gedicht van Annie M.G. Schmidt: Pas op voor de hitte. Dat scoort altijd en met dit humoristisch gedicht was de toon meteen gezet. Al is jezelf naast zo’n grote dame plaatsen natuurlijk altijd een beetje risicovol.

We startten met het gedicht Een versje voor beginners. Snel bleek dat de leuze “rijmen en dichten zonder ons gat op te lichten” niet alleen gekend is, maar ook écht toegepast kan worden. Er werd wat teruggedacht aan schoolopstellen en rijmpjes op school – en eerlijk? Daar was toen niemand fan van. Oei, waar was ik beland? Gelukkig kwam er meteen een kwinkslag toen ik naar vroeg naar beroepen: “In de Kempen zijn we allemaal boeren”, riep iemand. Maar nee hoor – er zaten ook een naaister, een schrijnwerker en zelfs iemand met ervaring in het onderwijs bij. Dat laatste werd wel bestempeld als het moeilijkste beroep. Misschien door al die opstellen en gedichten die verbeterd moesten worden? Of ligt het toch aan de ongehoorzaamheid van de huidige jeugd?

Daarna doken we in drie gedichten over vervoer: de trein, Alles van de baan en de auto. Herinneringen aan de eerste auto (bij de één rood, bij de ander wit) werden enthousiast gedeeld, en natuurlijk werd daar meteen een gedicht over geschreven. Dat lees je hier. Iedereen aan de Nieuwe Kaai kent de trein van Turnhout naar Blankenberge of Oostende – ze wonen immers vlak bij het station. Gelukkig geen geluidsoverlast, wel glimmende oogjes bij het vertellen.

We luisterden naar Aan het strand van Oostende van Louis Neefs, dat meteen zomerse beelden opriep: wandelen langs de vloedlijn en – uiteraard – shoppen op de dijk. Na Jefs verhaal over zijn treinreis genoten we van het nummer Benjamin, die in de zomer overal op ontdekking gaat.

Dan volgde een apart gedicht: Rimpel. Dat deed iets met de groep. Niemand kon ontkennen dat hij of zij rimpels heeft, maar op deze manier klonken ze ineens best mooi. Bij het woord fronsrimpel hoort wat het woord ‘zorgen’, en dus volgde Ooh ooh ik heb zorgen – opnieuw van Louis Neefs.

Toen was het weer tijd voor een eigen creatie: het gedicht De zon. Want als ze zo uitbundig over onze schouders straalt, dan verdient ze ook een eerbetoon.

We sloten af met een kort gedichte Held  en toen was er nog wat tijd over voor muziekvoorkeuren. De Bee Gees scoorden hoog, maar ook Op de purperen heide blijft een klassieker. En ja, ook daarvan draaiden we de versie van Louis Neefs. Wie weet doen we volgende keer wel een volledig uur over deze inspirerende man. 😉


Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit de Nieuwe Kaai.
En wie weet – herken jij jezelf.

📸 Heb je zelf ook een verhaal over je eerste auto, de trein naar zee of je favoriete onderwijzer?

👉 Laat het ons weten via info@zilverenverhalen.be

De zon

De zon schijnt voor iedereen, zowel voor Jan als alleman
Het goede weer maakt ons vrolijk en blij
De zon is soms te warm, maar zelden te koud.
De zon is nooit in de fout.

De regen is goed voor de planten
ook voor de bloemen is het een zegen.

Het weer komt en gaat,
waar je ook staat.

Eerste auto

Onze eerste auto’s waren van alle kleuren
We waren er blij mee, we gingen niet zeuren.
Met de auto gingen we de wereld verkennen.
alleen winkelen? Dat kan niet meetellen.

Ik heb een chauffeur, mijn kinderen kunnen autorijden,
ze brengen me overal heen,
maar ik kan beter rijmen.

Alles van de baan

Het gaat erover!
Mijn moeder maar zeuren…
Blijkbaar kan je met een Range Rover
niet buiten de lijntjes kleuren.

Alles loopt in het water!
Met die vervloekte regen ook…
Zo stonden we even later
met de auto op de pechstrook.

Alles gaat van de baan!
Takelwagen kwam niet.
Die auto hebben we laten staan
en dan doen alsof geen kat het ziet.

Eind goed, al goed?
Zo kom je niet in de problemen:
Doen alsof je neus bloedt
en de bus nemen.

Versje voor beginners

Een rijmpje om te tonen dat ik ook wat kan.
Echte poëzie, daar snap ik weinig van.
Enkele letters die elkaar nadoen op het einde.
Voel me al een dichter zijnde.
Soms klopt het allemaal niet goed.
Maar het is het plezier dat het hem doet.
Misschien lees je het best nog een keer.
Want ik schrijf maar wat neer.
Toch hoop ik stiekem op jouw lach.
Want die maakt ook mijn dag.

De auto

Het leven gaat te traag voor mij.
Ik wil verder gaan.
De klokt tikt niets voorbij.
Wat is er eigenlijk juist van aan?

Op een dag ging ik eindelijk wat vooruit.
Ik voelde het: ‘Nu ga ik snel!’
Zag ik opeens iets in mijn achterruit…
Het was de politie! Dacht het wel.

Snelheid verdient blijkbaar een boete,
maar ik wou niet betalen.
Zei hij dat het wel zal moeten,
maar ik wou mijn toekomst halen.

Dus ik reed door en betaalde lekker niet.
Riep die man:
‘Handen omhoog, of ik schiet!’
Maar ik was weg, geloofde er niets van.

Belangrijkste les van die dag:
Ook al houdt iets me af en toe tegen,
dat is oké, dat mag.
Gewoon blijven bewegen.

- Sanne