De trein


Ik zat wat op de trein te dromen.
Voelde ik opeens weer vragen afkomen.
Waar ga ik eigenlijk heen?
De conducteur wist het ook niet meteen.

Zo bleven we wat uit het raam kijken.
Het begon er vervolgens sterk op te lijken
dat de wereld ons volledig passeerde.
Ik weet niet of het hem wat deerde.

Misschien staat de wereld best af en toe stil
en is dromen waarmaken een modegril.
Het eindstation blijft voor iedereen staan
dus doe onderweg maar wat rustig aan.

- Sanne

Sint Lucia, 4 juli 2025

Vervoer en Verhalen – van muur tot motorrem

In deze sessie gingen we… op reis. Niet naar het buitenland, maar door de herinneringen van onze deelnemers. Over auto’s zonder rijles, camionettes zonder spiegels en boter onder de rok. De weg naar vroeger bleek geplaveid met warme anekdotes, ontroerende momenten én flink wat humor.

“Ik leerde rijden zonder rijschool. Gewoon in de auto van mijn broer gestapt.”

De eerste verhalen gingen over de auto: hoe sommigen hem jarenlang gebruikten zonder ooit een ongeval, en anderen hem meteen al tegen een muur reden (letterlijk).
Iemand reed zelfs met een camion door heel België – “vooral hout geleverd, maar probeer maar eens te draaien met zo’n dubbelwagen”. Een ander herinnerde zich haar eerste keer achteruitrijden: “Ik reed uit de garage en pats – tegen de muur. Mijn pa was niét content.”

“In mijn camionette zat geen achteruitkijkspiegel. Dan wordt parkeren een avontuur.”

Treinen passeerden ook – met vertragingen, gesprekken met conducteurs en dromerige blikken uit het raam. Eén gedicht ging over reizen zonder bestemming, over hoe we allemaal onderweg zijn, soms wat verloren, soms net heel bewust.

“De conducteur wist het ook niet meteen. Misschien staat de wereld best af en toe stil.”

En dan was er plots boter.

Plotseling rolden we richting de smokkelverhalen, want waarom ook niet? Over de leuvense stoof (waar je met je rok tegen moest staan om te kijken of er boter over je enkels droop), over waaiers van zand om douaniers te misleiden, en over wat nu eigenlijk goede boter was (“Margarine was geen boter – dat plakte ge aan de muur.”)..

“Ze hebben me nooit gepakt. Maar die boter zat wél onder m’n rok, ja.”


Volgende halte: een gedicht over rimpels en liefde, of een droomtuin vol hortensia’s?
Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit Sint Lucia.
En wie weet – herken jij jezelf.

📸 Heb je zelf ook zo’n verhaal over je eerste auto, de trein naar school, of smokkel aan de grens?
👉 Laat het ons weten via info@zilverenverhalen.be

Benieuwd naar welke gedichten deze herinneringen konden oproepen? Lees dan: de auto en de trein!

Jef was gehaast

Jef nam haastig de trein. Hij wou op tijd zijn.

Jef had geen afspraak met iemand, Jef had helemaal geen plannen gemaakt, Jef ging ook niets bezoeken.

Toch wou hij per se op tijd zijn.

Haastig ging hij naar de loketten.

‘Voor mij een retour rit naar Lier aub.’

Jef rekende af en vergat de bediende achter het loket te bedanken.

Snel ging hij op het grote bord zoeken naar het juiste perron.

Want dat was hij natuurlijk ook vergeten te vragen aan de bediende aan het loket.

Hij vond zijn trein niet. Hoewel het bord groot was, waren te letters toch te klein om het te kunnen lezen.

Hij wist dus niet op welk perron hij moest zijn. Hij had namelijk nog nooit eerder deze trein genomen.

Waarom had hij deze morgen niet beter zijn best gedaan om op tijd te vertrekken?

Hij begon te zuchten, te blazen én zelfs te vloeken.

Na zijn aller luidste vloek, besloot hij hulp te vragen aan een andere reiziger.

“Hé, meneer, waar komt de trein naar Lier aan? Op welk perron moet ik dan zijn?”

De meneer haalde zijn schouders op, hij wist het niet.

Een dame had Jef de vraag horen stellen en kwam ter hulp.

“De trein naar Lier komt zo dadelijk aan op dit zelfde perron.”

Jef bedankte de dame hartelijk.

Ze vroeg: “Waar trek je naartoe? Ga je shoppen in Lier? Winkeltjes doen?”

Eindelijk was Jef gerust gesteld dat hij de trein ging halen. Hij glimlachte zelfs.

“Neen, ik heb geen afspraak in Lier. Ik wil niets bezoeken en ik  ga al helemaal geen winkeltjes doen.”

De vrouw was verbaasd.

“Ik heb nog nooit gezien dat iemand zo dringend naar Lier moest?! En je gaat er helemaal niets doen?”

Jef lachte luidop. Hij grinnikte.

“Ik moet de trein naar Lier hebben, in Lier zelf, neem ik de trein weer terug naar Turnhout.”

De vrouw wou net nog meer uitleg vragen toen de trein het station binnen reed.

Met een geweldig lawaai kwam de trein piepend tot stilstand.

De deuren van de trein gingen open en de conductrice sprong op het perron.

“Dag opa.”

“Dag kleine” glimlachte Jef. “Hoe gaat het op je eerste werkdag?”

“Prima,” lachte de conductrice. “We kunnen op tijd vertrekken, nu onze belangrijkste passagier is gearriveerd.”

“Nou,” zei de vrouw op het perron. “Natuurlijk wil je de eerste werkdag van je kleindochter niet missen! Wat mooi!”

Jef lachte. Inderdaad, al dat gehaast voor zijn kleindochter. Haar eerste werkdag zou hij toch zeker niet missen!

Tevreden klom hij de trein in. Zijn kaartje liet hij knippen door de conductrice. Fier kwam Jef aan in Lier, waar hij maar meteen mee terug reed. Zo kon hij nog langer bij zijn kleindochter zijn.

Over Zilveren Verhalen

Ik ben Sanne Leenders, voormalig stadsdichter van Turnhout ’23-’24 en momenteel werkzaam als ergotherapeut in Bremdael vzw, een woonzorgcentrum te Herentals.

Na mijn stadsdichterschap ging ik op zoek naar een nieuwe uitdaging om met taal en poëzie bezig te zijn. Vanuit mijn werkzaamheden als ergotherapeut leek het me ideaal om te schrijven voor ouderen.

Ik heb vervolgens mijn stoute schoenen aangetrokken en ben aan de slag gegaan met verhalengroepen in Turnhout. Ik ben aan de slag als vrijwilliger bij WZC Sint-Lucia, WZC De Nieuwe Kaai en binnenkort de Bibliotheek Turnhout (voor thuiswonende ouderen) en bij Bremdael blijf ik ook met verhalen strooien natuurlijk.

Op deze website neem ik jullie mee in mijn verhalen en gedichten én in de verhalen en gedichten die de deelnemers mij vertellen, want ik ben niet dé zilveren verteller, dat zijn zij.

De dieren op de boerderij

De dieren op de boerderij

Op een boerderij is ’t goed om te zijn.
Bij ons staan er dieren groot en klein.
Er staan bij ons kiekes en koeien,
de kiekes scharrelen, de koeien loeien.
Je kan naar ons komen met propere schoenen,
maar achteraf de koeienvlaai eraf boenen.
Een boer ben je altijd en je wordt zo geboren,
je koeien kan je zelfs op vakantie aan zee horen.

Van niets naar iets

Van niets naar iets
Ik begin met het zaaien in mijnen hof, 
want groenten kweken is toch tof?!
Ik ga omspitten: met een schop door het zand,
want het ‘zien groeien’ is plezant.

Het is belangrijk om te weten,
vanwaar komt ons eten?
Het groeien en kweken gaat traag.
Heb je genoeg geduld? Dat is de grote vraag!

In mijn tuin en hof, kan ik tot rust komen.
Ik blijf van de schoon en goei groenten dromen.
Ik breng de zon binnen in de grond,
de warmte maakt mij en de groenten gezond.

Held

Held
Iedereen heeft in z’n leven wel een held.
Een wielrenner of een voetballer op een veld.
Misschien die knappe zanger of elegante actrice.
Of was het je vroegere schooldirectrice?

Een held heeft geen tijd om te nietsen.
De wielrenner moet altijd maar fietsen.
De voetballer valt schreeuwend op de grond.
Moedig staat hij weer op, helemaal terug gezond.
Acteren in een film is geen sinecure.
Bovendien moet je voor je lijn constant kuren.
De zanger zingt de moeilijkste noten op de ladders.
De schooldirectrice zorgt voor alle pagadders.

Een held is iemand die ‘uitblinkt in moed’.
Ik ben niet zo dapper, zelfs niet als het moet.
Ik loop dikwijls weg als ik denk dat ik het niet red.
Dan ben jij mijn allerliefste vangnet.
Er is veel onduidelijk in het leven.
Als ik bij jou ben, vergeet ik dat even.
Jij bent er altijd voor mij.
Mijn held? Dat ben jij.

Koken

Koken
Er staan aardbeien op het kookvuur,
Ik doe een hele hoop suiker bij in de pot.
dan wordt dat mijn nieuwe confituur.
Er staan patatjes te koken en stomen,
Misschien een beetje melk en boter erbij?
Daar zal vast lekkere puree van komen.

Ik sta dikwijls te kokkerellen
en ook wel wat te knoeien
Ik hoef je over al dat werk vast niet te vertellen.
maar samen met jou maak ik tijd,
om alles op te smullen
en heb ik van al dat gedoe geen spijt.

Geluk

Geluk
Geluk heeft zo z’n eigen willetje.
Het loopt in de schaduw of de zon.
Geluk zit niet in een pilletje.
Als dat nu maar eens kon.

Geluk zit in die maandag
waarop je vakantie had.
Geluk zit in de glimlach
van je allerliefste schat.

Geluk zit in de afwas
die iemand anders voor je doet.
Geluk zit in een danspas
al zit het ritme niet altijd goed.

Geluk zit in een grassprietje,
maar zoek het niet op de top.
Geluk zit in een liedje,
ook al kom je er niet op.

Misschien zie je het nu niet meer
en lijkt je leven in vrije val.
Geluk komt telkens weer,
want geluk zit overal.