Liefde

de liefde is toch schoon
zo goed en buitengewoon
we zien elkander graag
en we kussen elkaar

zwaaien en wenen aan de trein,
kon hij maar heel de week bij mij zijn
we geven een afscheidszoen
en tot wederziens.

Nieuwe Kaai – 23 januari 2026

Blij dat ik weer in de Nieuwe kaai was, om te luisteren, te vertellen, te schrijven — en tussendoor ook gewoon even te zijn.

Ik bracht een winters gedicht mee (eerlijk: ik ben geen wintermens). De seizoenen cirkelen, de zon moet het soms allemaal weer goedmaken. Dat leverde meteen herkenning op: warmte, licht, maar ook dat gevoel dat je soms gewoon… opnieuw moet rechtstaan.

Daarna kwamen we terecht bij huisdieren. Ik las mijn eigen “beestenboel” voor — met duiven, geiten, ezels en poezen — geïnspireerd door de vorige sessie (waar de duiven al eens onderwerp van gesprek waren geweest).
En toen ging het open: wie had er dieren? Wie had er koeien? Paarden? Katten? En vooral: wie had er geen schrik… en wie juist wél?

Er kwam een stevig verhaal op tafel, eentje dat je niet verzint: een stier, een muur, en “randje kantje”. Er werd gelachen (want humor is ook overleven), maar je voelde ook: dit is écht gebeurd, dit zit in een lijf. En tegelijk: het werd verteld zoals verhalen soms verteld worden — met nuchterheid, met een knipoog, maar ook met respect.

We maakten samen een elfje, met woorden die uit de groep kwamen. Over voorzichtig zijn. Over inschatten. Over boerderij-dieren die je beter niet onderschat. Zo’n elfje is eigenlijk een mini-samenvatting van een hele levenservaring.

Daarna werd het tijd voor iets romantisch. Ik las een tekst voor over zintuigen — over horen, ruiken, voelen, zien — en hoe de wereld anders wordt “met jou erin”. En zoals dat gaat: dan komt er ineens een klassiek rijmpje boven (“rozen verwelken, scheepjes vergaan…”), en ook zo’n typische uitspraak die in de Kempen thuishoort:
“Rijmen en dichten zonder uw gat op te lichten.”
(Die hoor ik wel vaker…)

We praatten verder over hoe liefde voor iedereen anders is. Voor de één vanzelfsprekend, voor de ander werk. Voor de één zacht, voor de ander streng maar rechtvaardig. En uit dat gesprek groeide een tweede gedicht.

Tussendoor lazen we ook twee verhalen voor uit Ik weet nog goed (zo’n fantastisch boek dat meteen iets losmaakt), en er was muziek met La ballade des gens heureux, en daarna even de vaart erin met Herman van Veen (Opzij, opzij, opzij). Dat werkt altijd.

Ik las ook mijn eigen verhaal voor over de typmachine: tik-tik-tik… een belletje… paniek… en dan moeke die gewoon weet hoe het moet.

✨ Ondanks de mooie resultaten was het deze keer toch nog weer wat zoeken geweest voor mij. Soms voelde ik me verloren. Maar echt telkens weer bracht de warmte van de Nieuwe Kaai me bij de realiteit: gewoon aanwezig zijn, vertellen, samenhorigheid. Dàt is het belangrijkste. Niet resultaten of een soepele sessie. Gewoon zijn.

Nieuwe Kaai – 9 januari 2026

9 januari voelde als een echte winter-namiddag: een mengeling van sneeuwverlangen, regenrealiteit, muziek, lachen… en vooral: veel woorden die mochten landen.

We begonnen poëtisch met Toon Hermans. Een gedicht over sneeuw die onverwacht valt — zelfs in april — en over liefde die tegelijk warm en koud kan zijn. Daarna dook ook zijn speelse ballonnetje op: licht, muzikaal, een beetje absurd en daardoor net zo ontwapenend. Even was het alsof er een draadje naar de zon in de kamer hing.

De winter bleef als thema aanwezig. In een grappige reeks ondersteboven” ging het van kerstboom-perikelen (met katten die de boel graag testen) tot het gekke idee dat het in Australië met Kerstmis zomer is. Dat leidde vanzelf naar reizen: hoe ver ben je ooit geweest? Spanje kwam al snel op tafel — en bij sommigen zelfs “elk jaar”. We schreven er een elfje over.

We luisterden ook naar Singin’ in the Rain: een heerlijk contrast met alles wat ik had voorbereid had over sneeuw. (De hele week sneeuw en toen regende het natuurlijk)

We probeerden daarna een fantasieverhaal met kaarten — en één keer lukte dat heerlijk:

Een vlinder en een dolfijn belandden naast de rivier, onze vlinder maakte zelfs honing, en de dolfijn vond dat (uiteraard) geweldig lekker.
Eind goed, al goed.

Een tweede poging met een enthousiaste kip en een verkouden slang bleef wat hangen. En dat was helemaal oké: niet elke combinatie vraagt om een verhaal — soms is “het komt vandaag niet” gewoon ook een eerlijk antwoord.

Daarna gingen we samen dichten over wat wél echt was vandaag: regen. We bouwden stap voor stap aan een lang rijmgedicht, vol herkenning: van “tik tik” tegen het raam tot regenjas, paraplu, humeur, en zelfs Armand Pien.

Er kwam nog tweemaal eigen werk. Over het verlangen naar zon én ook een gedicht over het verlangen naar sleeën.

We sloten af met een nieuwjaarsbrief: warm, speels, en met de wens om samen te blijven gaan. En ja—er kwam zelfs spontaan terug: “een zoen van je kapoen.”

✨ Een sessie met veel afwisseling: bekende poëzie, eigen werk, een geslaagd dierenverhaal, een groepsgedicht dat echt samen gedragen werd, en een klein stukje Spanje in de winter.

📸 Wat heeft jouw voorkeur: winter of zomer?

👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

Regen

We horen de regen tegen de raam tikken, 
de ene kan zich er wel naar schikken
anderen vinden regen maar niets.

Koud, vervelend en nat vinden we de regen,
maar regenjas, paraplu en kapje en we kunnen er wel tegen
Zo vertrek ik voor de ronde van Frankrijk met de fiets

Soms is het goed weer, soms is het slecht weer,
dus we kijken naar het weerbericht, elke keer
vakkundig door Armand Pien gegeven.

Soms word ik slecht gezind van regenachtig weer,
ik drink wat regenwater of uit het meer,
de plantjes vinden regen goed om te leven.

Nieuwe Kaai – 8 december 2025

Op 8 december begon onze namiddag eerder formeel. We hadden het over de vrouw en haar broek: hoe dat ooit niet “mocht”, hoe streng regels vroeger konden zijn, en hoe gek het eigenlijk is dat iets zo gewoons ooit een strijd was. En natuurlijk werd er gelachen: “een broek is gewoon gemakkelijk” — zeker als je wilt bewegen, fietsen of gewoon comfortabel zitten, zonder gedoe.

Daarna kwam het thema kledij en naaien vanzelf mee. Snit en naad, vakschool, zelf kleren maken — soms zelfs met wat er maar voorhanden was. Uit die gesprekken ontstond het rijmgedicht van de namiddag.

We bleven nog even in de goeie ouwe tijd met muziek, dansherinneringen en het plezier van bewegen — zelfs al blijft dat vandaag soms bij “in je hoofd meedansen”. We maakten samen een elfje: kort en vrolijk, alsof het zo uit een danszaal kwam aangewaaid.

En toen… nam de namiddag een heerlijke afslag: duiven.
Niet een beetje. Geen “ah ja, mijn nonkel had er ook”. Nee: duiven als passie, als traditie, als spanning. Als het systeem van inkorven en wachten. Als zondagen waarop alles draaide rond dat ene moment: komen ze terug of komen ze niet?

Er werd verteld over duiven leren vliegen — eerst kleine afstanden, dan steeds verder — en over hoe straf het blijft dat ze hun weg naar huis terugvinden. Er kwamen cafés en zalen ter sprake, plekken van vroeger, herkenbare namen, en dat typische gevoel dat plots ontstaat: amai… we kennen elkaar precies via via.

Op het einde was er zóveel gesprek en zoveel herinnering, dat er geen nieuw gedicht meer “af” is geraakt. Maar eigenlijk was dat óók een mooie conclusie: sommige sessies eindigen niet met een laatste versregel, maar met een tafel vol verhalen die blijven rondcirculeren — zoals duiven boven de stad.

Het afsluitende liedje dat we beluisterden, was dan ook niet toevallig Blauwe geschelpte van Bobbejaan Schoepen.

✨ Zo werd het weer een mooie sessie. Deze keer zonder eigen verhalen, maar met gesprekken die zó op gang kwamen dat luisteren vanzelf de hoofdrol kreeg. En ik wist weer: hiervoor kom ik.

📸 Wat heeft jouw voorkeur: vertellen of luisteren?

👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be