Alfabet

Denk niet dat ik je met het volgende beetneem.
Het alfabet begint met de letter A en eindigt met Z.
Ja, ik heb vroeger op school goed opgelet.
Toch zit ik met een groot probleem.

Om te zeggen wat ik nu voel,
dat kan ik niet op één twee drie vier.
Zelfs op een groot vel papier.
kan ik niet goed beschrijven wat ik bedoel.

Ik blijf hier maar wat bedremmeld staan.
Het alfabet is veel te klein,
om volledig te kunnen zijn.
Je weet misschien wel waar ik naartoe wil gaan?

Ik moet het echt kunnen zeggen vandaag.
Wat ik bij jou voel en wat jij voor mij doet…
Vooruit, ik fluister het met een verlegen snoet:
Ik zie je graag!


Jos en Hugo in de spiegeltent

Jos en Hugo zijn op een feestje.
Een dorpsfeest in een spiegeltent. Houten vloer, bierglazen, lichtjes die zich duizend keer herhalen in het glas achter de toog.

Ze staan naast elkaar. Pint in de hand. Goede vrienden.

Dan komt Olga.

Ze stapt recht op Hugo af.
“Is dit plekje vrij?”

Jos en Hugo kennen Olga niet, maar dat duurt niet lang.

Ze stelt zich voor en babbelt tegen Hugo. Over de muziek. Over hoe warm het is. Ze lacht luid, vrij, zonder schroom. Hugo lacht terug. Jos staat ernaast en zegt niets.

Ze wisselen een blik, Jos en Hugo.
Zie je dat?
Ze heeft ‘iets’ voor jou Hugo.

Olga zegt geen woord tegen Jos. Geen blik. Geen vraag. Alsof hij er niet staat.
Later ziet hij haar bij haar vriendinnen. Ze is levendig, aanwezig, mooi. Hij voelt een steek van jaloezie. Niet alleen om haar — ook om Hugo.

De avond eindigt rommelig. Ze praatten niet veel meer en het afscheid is te kort.

“Tot volgende week?” vraagt Hugo.

“Ja,” zegt Jos.

Maar het klinkt niet zoals vrienden normaal afscheid nemen.


De week daarna is er opnieuw feest.

Jos twijfelt. Maar hij gaat toch.
Alleen.

Hij heeft Hugo een hele week niet gesproken. Jos had geen behoefte om Hugo te zien. Hoewel ze normaal gezien de deur bij elkaar plat lopen. Er hangt iets tussen hen wat ze niet uitspreken. Is het Olga?

De spiegeltent is weer warm. Weer vol. Maar zonder Hugo voelt het toch anders, minder vertrouwd.

Jos staat opnieuw aan de toog.

En dan voelt hij een hand op zijn arm.

“Mag ik hier even staan?”

Olga. Een warme blos op haar wang. En ook bij Jos nu.

Hij kijkt haar aan. Even weet hij niet wat te zeggen.

“Waar is je vriend?” vraagt ze.

“Geen idee,” zegt Jos schouderophalend. “Druk, denk ik.”

Ze knikt. Alsof ze iets begrijpt wat hij niet zegt.

Even is het stil. De muziek speelt. Mensen dansen.

“Mag ik u iets vragen?” zegt ze dan.

Jos knikt.

“Waarom keek deed ge alsof ik niet bestond vorig eweek.”

Hij lacht ongemakkelijk. “Dat deed gij toch?”

Ze schudt haar hoofd. “Ik durfde niet.”

Hij zwijgt.

“Ik wilde eigenlijk met u praten,” zegt ze. “Maar ge stond daar zo… samen. En hij babbelde vanzelf terug. Dat was gemakkelijker.”

Het duurt even voor het landt.

“Dus… gij had niets voor Hugo?”

Ze lacht. “Hugo? Nee.”

“Maar ge sprak alleen hem aan.”

“Omdat ik u te hard zag zitten, slimmerik” zegt ze. “Dat is soms ingewikkeld.”

Hij voelt hoe zijn borst warm wordt. Hoe zijn jaloezie ineens oplost als sneeuw in bier.

“Dat is dom,” zegt hij.

“Ja,” zegt ze. “Maar ook een beetje schoon.”

Ze lachen.  

Soms loopt de kortste weg naar iemand niet rechtdoor.
Soms moet je twee avonden wachten in dezelfde spiegeltent voor het glas eindelijk helder wordt.

Later op de avond springt Jos nog binnen bij Hugo om alles uit te leggen. Maar eerst nog een dansje met Olga.

Elektrieker

Kwam een vrouw bij de elektrieker:
“Heb weer last van kortsluiting in mijn hoofd.
Het gaat opnieuw niet zoals beloofd,
die pilletjes maken me alleen maar fanatieker.

Ik wil gewoon zijn, normaal zoals jan en alleman.”
De man fronste even zijn wenkbrauwen:
“Ik zal je dit toe vertrouwen:
zo’n kortsluiting, daar ken ik helemaal niets van.

Stop echter met vergelijken
en leef je eigen leven.
Dat zal je het meeste geven.
De toekomst zal ook voor jou mooi blijken.

Ik ben een elektrieker van niets.
Jouw kortsluitingen kan ik niet voorkomen.
Daar kunnen we alleen van dromen.
Toch weet ik wel degelijk iets:

Je bent niet alleen.
Als je hoofd begint te knetteren,
kom naar mij om wat te tetteren.
Want ik ga nergens heen.”

Jij

Als mijn koffie te warm is, 
voeg ik wat melk toe,
zodat ik niets van de dag mis.
Want soms ben ik echt zo moe.

Als mijn dag wat kleur mist,
koop ik er een plantje bij.
Dat het een cactus wordt, is al beslist.
Zo’n prikkelbaar ding maakt me blij.

Als mijn maag te hard knort,
maak ik gauw lekkere spaghetti klaar.
Dat is pas eten waar je blij van wordt.
Ja hoor, mijn glimlach is weer daar.

Als ik het buiten maar niets vind,
kruip ik onder m’n fleece.
Ik ben wel vaker slecht gezind,
dat dekentje maakt dat ik de realiteit even verlies.

Koffie met melk, een cactus, spaghetti of een fleece.
Het doet allemaal veel voor mij.
Maar er is iets dat ik boven alles verkies:
Dat ben jij.

Vinnie

Ik schrijf een versje voor m’n vriendje,
want dat verdient ie.
Hij is zo sterk en zo stoer, weet je.
Grappig? Dat maar een beetje.

Soms gaat hij weg, vrolijk en blij,
dan breekt dat hartje van mij.
Ai. Ai. Au.
Maar dan hoor ik gelukkig weer z’n miauw.

LDC Albert Van Dyck – 10 februari 2026

Op 10 februari vond de allereerste Zilveren Verhalen-voormiddag plaats in het LDC Albert Van Dyck. Een switch in locatie, waarom lees je: hier.

Spannend voor iedereen dus zoals het vaak gaat was dat eerst even aftasten, maar al gauw viel het welbekende ‘rijmen en dichten zonder uw gat af te lichten.’ Dat landde, dat was het. Daarmee waren we meteen vertrokken.

We startten met het sonnet over de winter (dat duidelijk niet pro-winter is), maar al snel bleek dat er wél wintersporters in de groep zaten. Ai. Sloeg ik hier de bal mis? Oostenrijk, sneeuwklassen, après-ski — het kwam allemaal voorbij. De winter bleek voor sommigen vooral gezond… en gezellig?! Gelukkig kwamen de verhalen vanzelf, daar zat ik niet mis.

Omdat februari ook de maand van de liefde is, las ik een liefdsgedicht voor.
Dat leidde tot een mooi gesprek over liefde, communicatie en “liefdestalen”: knuffels, woorden, of gewoon de vuilnis buiten zetten. Want ja — ook dat is liefde.

Daarna gingen samen schrijven.

Het onderwerp was snel gekozen: CADO. (De dagopvang)
Wat betekent deze plek voor jullie?

Er kwamen woorden als:

  • gezelschap
  • niet alleen thuis zitten
  • samen de gazet lezen
  • koffie die al klaarstaat
  • vers, zelf gemaakt eten
  • helpende handen
  • elkaar even missen en weer terugzien

En zo ontstond dit groepsgedicht:


Er werd terecht gezegd: “Daarmee is alles gezegd in een notendop.”

We lazen nog het korte kookgedicht wat leidde tot verhalen over koken voor zestig kinderen, frieten als paradepaardje, en experimenteren met soep.

Daarna volgde een verhaal “De typemachine”, wat herinneringen opriep aan daktylolessen, liefdesbrieven typen en het heerlijke ting-geluid op het einde van de lijn.

We sloten af met het gedicht Geluk”, waarin geluk zit in kleine dingen: een danspas, een grasspriet, iemand die de afwas doet.

✨ Het werd een heerlijke eerste sessie. Een klein maar fijn groepje van CADO maakte voor mij de start. Ik vroeg me meermaals af wie nu wie op z’n gemak stelt. Bedankt voor de fijne ontvangst!

👉Kom gerust langs. Om de 14 dagen op dinsdagvoormiddag in LDC Albert Van Dyck. Nog vragen? Mail me op info@zilverenverhalen.be of stel ze me in persoon 😉

CADO

Zo begint in CADO onze dag:
onthaald worden met de glimlach.

Iedereen is welkom, met de lach en de traan,
een plaats waar verhalen en emoties ontstaan.

We lezen de gazet
en iemand heeft de koffie al gezet.

De maaltijden worden vers gemaakt,
daarvoor wordt nooit gestaakt!

Van vrolijk tot naar:
Het team staat altijd voor ons klaar.

Links en rechts zijn helpende handen,
zo smeden we mooie banden.

Soms het even missen van elkaar,
terug samen komen met een lief gebaar.

Komen naar CADO
is echt een cadeau.

Bibliotheek Turnhout – december

Afsluiting Zilveren Verhalen in Bibliotheek Turnhout

De voorbije maanden vonden er enkele mooie Zilveren Verhalen-sessies plaats in de bibliotheek van Turnhout. In december sloten we daar voorlopig af.

Hoewel het telkens bijzonder waardevolle momenten waren, bleek het moeilijk om voldoende deelnemers te bereiken. Eén dame kwam wél trouw terug – telkens opnieuw – en zij maakte van elke sessie iets bijzonders. Rika, dankjewel voor je openheid, je herinneringen en je warmte. Ik heb ongelooflijk veel van je bij geleerd en genoten van onze babbels. Je maakte het meer dan de moeite waard.

Omdat ik merkte dat de drempel naar de bib voor sommige mensen toch wat hoger lag, heb ik besloten om Zilveren Verhalen verder te zetten in het Lokaal Dienstencentrum Albert Van Dyck. Daar zit ik nu tweewekelijks op dinsdagvoormiddag.

Het LDC is voor veel thuiswonende ouderen een meer vertrouwde plek. De setting voelt toegankelijker en hopelijk bereiken we zo meer mensen die zin hebben in verhalen, herinneringen en poëzie.

Een oprechte dankjewel aan Bibliotheek Turnhout voor het vertrouwen en de kans om dit project daar op te starten. Soms verandert een plek, maar het verhaal gaat verder. 💛

Wie graag aansluit in het LDC: welkom om de twee weken op dinsdagvoormiddag!

Sint Lucia – 9 december 2025

Sinterklaas brengt pakjes… en herinneringen

Op 9 december doken we in Sint Lucia nog één keer de sfeer van Sinterklaas in. Niet met een grote zak vol cadeaus, maar met een tafel vol verhalen: over chocolade van vroeger, over spanning in huis, over liedjes, over “braaf zijn” (of net niet) en over dat moment waarop je als kind plots doorhad: Sinterklaas bestaat niet echt.

We begonnen met een kort rijmgedichtje om de toon te zetten — en meteen zat het thema goed: de volgorde van december, de winterkriebel, en ja… de kerstboom die soms véél te vroeg verschijnt. (Schande, vonden sommigen. Helemaal terecht.)

Daarna lazen we een stukje achtergrond over Sinterklaas uit het boek ‘in mijn tijd’ van Elke Uijtewaal: hoe de intocht groot werd door televisie, hoe de figuur van Zwarte Piet doorheen de jaren veranderde, en hoe de cadeautjes vroeger vaak heel anders waren dan vandaag. En toen kwamen de herinneringen vanzelf.Herinneringen: spanning, snoep en soms een tegenvaller

Er werd gelachen met de klassieke dreiging: “als ge niet braaf zijt, gaat ge mee in de zak naar Spanje.” Sommigen vonden dat vroeger écht spannend. Anderen vertelden over dat ene kind in de straat dat “eigenlijk wel had mogen meegaan” (soms zijn bewoners heerlijk eerlijk ).

En er kwamen kleine details die alles warm maken: speculaas, letterkoekjes, chocolademannetjes… en chocolade van Jacques, met prentjes om te verzamelen. Zelfs het zilverpapier kreeg een plek in het geheugen: bewaren, netjes houden, alsof het ook ergens bij hoorde.

Ook “cadeautjes die tegenvielen” passeerden: wie een elektrische trein vroeg en een poppenkast kreeg, vergeet dat dus nooit meer. Dat soort verhalen blijven hangen — en maken tegelijk dat iedereen knikt: ja, zo was dat.

We schreven ook twee teksten, lees het elfje hier en het rijmgedicht hier.

Op een bepaald moment viel een zin die de hele voormiddag samenvatte:
we zijn geen kinderen meer, maar Sinterklaas brengt nog altijd iets — herinneringen.

Sinterklaas

strooi wat lekkers in een of andere hoek, 
staan we in het Grote Sinterklaas boek?
Zijn we braaf of zijn we stout?
Ook al zijn we dan wat oud,
hij komt nog steeds langs.
en brengt ons fijne herinneringen
of snoep en andere lekkere dingen
-------------------------------
Sinterklaas is een feest
zelfs al ben je niet braaf geweest.
Hij is er voor iedereen
ook al denk je dat niet meteen.
Het draait niet om wat hij geeft,
zolang je maar een fijne tijd beleeft.
Vol verwachting blijven we dromen:
waar zal de Sint dit jaar mee komen?