
Mijn controle is een vinger over de kast,
is er een veeg, dan stof ik af, meteen!
Ik houd het bij, dus ik ben zelden verrast.
Ik houd van proper, liefst geen vuiltje, neen!

Mijn controle is een vinger over de kast,
is er een veeg, dan stof ik af, meteen!
Ik houd het bij, dus ik ben zelden verrast.
Ik houd van proper, liefst geen vuiltje, neen!

Afwas,
leeg machien
duwen het vol
drogen, uitladen terug plaatsen
Klaar!

Vrijdag 17 april waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai — een zachte, rustige sessie deze keer, met veel luisteren en kleine momenten van verbinding.
Ik had opnieuw heel wat verhalen en gedichten mee. We begonnen met een liedje en doken daarna in een eerste verhaal over een hond uit het voorleesboek ‘Ik weet nog goed…’. Meteen kwamen er herinneringen boven: over vroeger, over huisdieren, over zorgen voor dieren. Sommigen vertelden iets, anderen luisterden vooral — maar ook in dat luisteren zat veel herkenning.
We bleven even in dat thema met verhalen over een poes (Minoes) en later ook een vakantie bij de boer, ook uit ‘Ik weet nog goed’. Koeien melken, eieren rapen, een boze haan… het bracht het leven van vroeger terug tot in de kamer. Hier en daar kwam er een glimlach, een knikje, een kleine reactie.
Er werd ook poëzie voorgelezen: over geluk, over beroepen, over dieren… kleine stukjes die iets openzetten, zonder dat er veel woorden nodig waren.
Deze sessie was er één waarin het wat stiller was. En dat was helemaal oké.
Soms zit de kracht net in het samen luisteren. In oogcontact. In even naast elkaar zitten.
Je zag het: een sprankeltje van herkenning, een zachte glimlach — en dat is genoeg.
Naar het einde toe kwam er wat meer beweging in de groep, toen er nog enkele deelnemers aansloten. De energie werd wat losser, er werd weer wat meer gereageerd en gelachen.
We schreven samen ook nog een elfje over de lente — eenvoudig en raak:
Van daaruit groeide een langer gedicht over bloemen: boterbloempjes, zonnebloemen, edelweiss en tulpen. Herinneringen aan tuinen, aan buiten zijn, aan de lente.
Tussendoor luisterden we naar muziek die perfect bij de sfeer paste: van Ik zie zo graag mijn duivenkot tot Edelweiss, Heideroosje, Mooi weer vandaag en natuurlijk Tulpen uit Amsterdam. Liedjes die iets losmaken, waar zachtjes op mee geneuried wordt.
Op het einde was er nog een warm moment: er werd gezongen voor een jarige. Even samen, even verbinden.
✨ Er werd geluisterd.
Er werd soms zachtjes meegedacht.
En af en toe zag je het: een sprankeltje van herkenning.
Niet iedereen sprak, maar iedereen was er.
En dat is genoeg
Dat is ook Zilveren Verhalen.
👉 Ben jij een verteller? Of luister je liever?

Het boterbloempje blijft in de grond,
het laat anders zijn koppeke hangen.
Wij laten ons niet vangen,
want zo blijft het boterbloempje gezond.
Zonnebloemen gaan met de zon mee,
liefst niet in een pot,
maar gewoon buiten is zijn lot.
De pitten opeten is ook een goed idee
De edelweiss is zeldzaam en blijft zich verbergen,
hij is mooi en wit.
Ben je fit?
Dan kan je hem zoeken in de bergen
Tulpen komen uit Amsterdam,
ze willen alleen maar zon,
ik wou dat ik het ook kon,
zo schoon staan blinken achter de raam.

Lente
goed weer
we worden vrolijk
we werken in onze
TUIN!

Vrijdag 27 februari waren we opnieuw samen in De Nieuwe Kaai — een vertrouwde groep, een vertrouwde warmte. Ik had deze keer maar een paar teksten mee. Spannend, want dan reken ik extra hard op de inspiratie van de deelnemers. Maar zoals altijd: het kwam helemaal goed.
We maakten ruimte voor verhalen, voor herinneringen, en ook voor muziek: liedjes die iets openzetten, waar mensen spontaan op beginnen mee te neuriën, of waar ineens een zin bij blijft hangen.
We startten met het beroepengedicht, en meteen zaten we in het leven van vroeger: werken zonder verlof, zorgen voor dieren, koeien melken, dag en nacht bezig zijn.
Er werd gepraat over hoe zwaar het boerenleven was — zaterdag, zondag, feestdag… gewoon doorgaan — en hoe huisvrouw zijn minstens evenzeer een fulltime job was, zeker met een groot gezin.
Daarna schreven we een hele tijd samen een hele reeks elfjes. Kort, helder, en vol herkenning: over boerin, boer, huisvrouw, geitjes en koeien. De groep had er duidelijk plezier in: “We zetten je nogal aan het werk, he. Maak er een boek van!”
Tussendoor las ik ook informatieve fragmenten voor: over hoe het boerenleven veranderde door mechanisering (melkmachine, tractor, grotere bedrijven), én over de klassieke lenteschoonmaak van vroeger — ramen open, groene zeep, kastpapier, lavendelzakjes, alles spic en span tegen Pasen. Deze fragmenten kwamen uit de boeken ‘In mijn tijd’ van Elke Uijtewaal & Silvie Kamphuis en het boek ‘Nostalgie’ van GT Rovers
Ik pakte zelf even uit met een meertalige limerickreeks. Er volgde wat gegrinnik en ‘a little bit of english’. Maar de groep kon vele beter schrijven. Uit dat gesprek groeide namelijk een soort levenswijsheid die de groep samen formuleerde en een mooi groepsgedicht werd over vriendschap
We luisterden tijdens deze sessie naar verschillende nummers, waaronder “Aan het strand van Oostende” (Louis Neefs), het vrolijke “Laat het gras maar groeien”, en op het einde een warm moment met het speciaal aangevraagde nummer “Bedankt lieve ouders” (Vader Abraham) — een lied dat meteen herinneringen wakker maakte aan wat ouders allemaal doen, en hoe je dat pas later écht beseft.
We sloten af in dezelfde toon als we begonnen: vertrouwd, lachend, zingend.
Tot de volgende keer, Nieuwe Kaai.

Seize the day
Vertrok op vakantie naar Schotland.
Ik moest daarvoor best wel een afstand.
Vergat haast de tijd,
maar ook, met veel spijt,
mijn paspoort! Brexit! Iets in die trant.
Nutze den Tag
Op ’t lijstje staan nog vele zaken,
ik kan m’n hersens horen kraken.
Geen zin erin, nee?
Ah, het zit me mee!
Vanaf nu ga ik vooral Nutze den Tagen.
Profite du jour
Ik weet niet waar geluk te halen.
In welke landen of verhalen?
Goeiedag, bonjour.
Profite du jour!
Geluk is’ t zelfde in veel talen.
Pluk de dag
De lente, daar mag je van dromen
het begint er ook weer aan te komen…
Dus als het nu mag:
pluk ik snel de dag,
en ook wat bloesems van de bomen.
Carpe Diem
In ‘t Engels kan ik me uitdrukken.
M’n Duits zal af en toe wat lukken.
In ’t Frans als het moet.
In ’t Vlaams gaat het goed.
M’n Latijn enkel voor dit ‘plukken’.

we zijn tevreden we zijn content
dat moet, anders heb je geen leven
iedereen weet dat je met jaloezie niets bent
je bent beter met vriendschap geven

boerin
mooi beroep
koeien geiten varkens
de hele dag bezig
werken
boer
zaaien oogsten
op het veld
rijden met de tractor
content
huisvrouw
eten klaarmaken
de was doen
de tuin goed onderhouden
opvoeden
geitjes
zo lief
kindjes spelen ermee
kleintjes in de lente
schattig
koeien
alles geven
goed voor zorgen
proper zetten en voederen
melken

Op donderdag 26 februari verzamelden we opnieuw in Bremdael voor een lange, warme sessie vol poëzie, muziek, herinneringen en zelfgemaakte versjes.l
We begonnen met een gedicht over geluk. Niet groots of spectaculair, maar gewoon in het kleine.
Daarna luisterden we naar ‘Gelukkig zijn’ van Ann Christy. Dat paste perfect en er werd spontaan meegezongen. Geluk bleek iets wat soms ver weg lijkt, maar toch telkens weer terugkomt. Al zeker vandaag.
Een gedicht over de seizoenen bracht ons bij het verlangen naar zon en warmte.
“De herfst is voorbij, de winter is gekomen… de lente wordt beter voor mij.”
Voor sommigen ging het niet eens over het weer, maar gewoon over iets veel eenvoudigers:
“Ik wil mijn kinderen zien.”
Daarna lazen we een fragment over de vroegere lenteschoonmaak uit ‘Nostalgie’ van GT Rovers— ramen open, groene zeep, matrassen kloppen, kastpapier vervangen, lavendelzakjes tegen de motten… Alles moest spic en span zijn voor Pasen.
De vraag kwam spontaan: “Was dat echt zo?”
En ja — er werd bevestigd dat de lente vroeger écht een grote kuis betekende.
We schreven verder ook samen een versje over het verschil met vorige week. Naar buiten kijken en de zon zien. Heerlijk. En natuurlijk luisterden we ook naar ‘Laat de zon in je hart’ van Willy Sommers. En ook ‘tandartsassistente’ van Peter de Koning paste helemaal in het rijtje.
Er kwamen warme woorden voorbij in het gedicht “Jij”, maar ook een speelse limerick waarin Cupido net werd weggestuurd.
Liefde bleek vele vormen te hebben: romantisch, praktisch, moederlijk, of gewoon samen door één deur kunnen.
Het beroepengedicht bracht een hele stroom herinneringen op gang.
Wat wilden jullie worden?
Sommigen waren tevreden met wat ze geworden zijn.
Anderen droomden nog even verder.
Eten en koken en een omelet brachten verhalen los over stoofvlees, pannenkoeken, mosselen en soep in de diepvries. Wat waren de favoriete gerechten van de deelnemers? En wie kookte er graag?
We maakten samen een elfje.
Van beroepen gingen we naar vroeger: strenge nonnen, aparte speelplaatsen voor jongens en meisjes, koude voeten, stout zijn, en vooral: snel naar huis willen. Dat werd onverwachts nog een groepsgedicht.
Het verhaal van Minoes de poes bracht herkenning (en veel gelach).
En helemaal op het einde werd er nog gedanst in een gedicht en later ook zachtjes in de stoel met ‘Chéri’ van Eddy Wally
✨ Het werd een lange sessie, maar deugddoend.We sloten af zoals altijd: samen én en beetje warmer dan we begonnen waren.
👉 Heb jij recent nog wat geschreven? Deel het via info@zilverenverhalen.be! Kan ik het ook eens voorlezen??