WZC De Vliet – 9 juli 2026

Ik keerde vandaag terug naar WZC De Vliet voor een tweede sessie van Zilveren Verhalen. Deze keer verzamelde zich een kleine groep bewoners in een leefruimte, en deze bewoners waren vooral aandachtige luiseraars. Het was een rustige namiddag, met minder spontane reacties dan ik gewoon ben, maar dat maakte de sfeer niet minder warm. (Gelukkig was er een goede airco 😉 ). Soms zit de kracht van een sessie net in het samen luisteren.

We begonnen met enkele bekende gedichten. Jantje zag eens pruimen hangen bracht meteen herkenning, net als Avondliedeke van Alice Nahon. Tot mijn verrassing konden verschillende bewoners delen van het gedicht zelfs nog mee opzeggen. Het blijft bijzonder hoe poëzie die tientallen jaren geleden op school werd geleerd, zo lang in het geheugen kan blijven leven.

Daarna vertelde ik een nieuw verhaal over Jef, die dolgraag wil dansen met Margrietje. Hij telt koppig tot vier terwijl een wals natuurlijk in drie gaat. Gelukkig helpt Margrietje hem op weg en eindigt het verhaal in een geslaagde dans. Dat vormde meteen de brug naar Zie ik de lichtjes van de Schelde, zonder twijfel het hoogtepunt van de namiddag. Verschillende bewoners zongen spontaan mee en genoten zichtbaar van het lied. Later volgden, op vraag van de groep, nog Aan het strand van Oostende, Duivenkot en Eén kopje koffie. Muziek bleek deze keer duidelijk de sleutel tot verbinding.

Natuurlijk mocht ook de poëzie niet ontbreken. We lazen samen enkele zomerse elfjes uit Dichter bij de seizoenen, een gedicht van Annie M.G. Schmidt over de hitte, Onder de appelboom van Rutger Kopland, Geluk van Toon Hermans en een zomerse pantoum. De bewoners luisterden aandachtig, maar voelden weinig behoefte om zelf lange gedichten te schrijven. Dat hoeft ook niet. Niet elke sessie vraagt om veel woorden.

Toch ontstond er, vanuit de gesprekken over de zomer, een klein gezamenlijk elfje. Elf eenvoudige woorden die mooi samenvatten waar de groep spontaan naartoe ging: genieten van de zomer, muziek en fijne herinneringen.

Later vertelde ik ook twee verhalen over Minoes de poes, die ’s nachts absoluut niet wil slapen en er bovendien een gewoonte van maakt om koffietassen van tafel te gooien. Die herkenbare kattenstreken zorgden voor enkele glimlachen en vormden een leuke overgang naar het afsluitende koffielied.

Na afloop gaf een van de bewoners aan dat de vragen die ik stelde soms wat moeilijk waren om te beantwoorden. Dat was voor mij een waardevolle bedenking. Niet elke groep wil uitgebreid vertellen; soms is luisteren al meer dan voldoende. Deze sessie herinnerde me eraan dat Zilveren Verhalen niet alleen draait om zelf schrijven of veel interactie, maar evenzeer om samen genieten van verhalen, gedichten en muziek. Ook dat zijn waardevolle ontmoetingen.

LDC Albert Van Dyck – 7 juli 2026

Na enkele bijzonder warme dagen stond deze bijeenkomst bijna vanzelfsprekend in het teken van de zomer. We begonnen met Pas op voor de hitte van Annie M.G. Schmidt. Het speelse gedicht over juffrouw Scholten die letterlijk wegsmelt in de zon zorgde meteen voor lachende gezichten. Al snel volgden verhalen over ventilatoren, airco’s, warme flats en de vraag die iedereen zich deze dagen stelt: “Hoe geraak je die hitte door?” Sommigen verlangden al naar de herfst, anderen vonden de lente toch het mooiste seizoen. Iedereen bleek zo zijn eigen manier te hebben om met de warmte om te gaan.

Daarna waagde ik me aan iets nieuws. Voor het eerst las ik een verhaal voor dat niet door mezelf geschreven was, maar door mijn zus. Jef gaat dansen vertelt het verhaal van een onzekere jongen die leert walsen met het meisje waarop hij verliefd is. De deelnemers leefden zichtbaar mee met Jef. Sommigen herkenden meteen het lied Zie ik de lichtjes van de Schelde, anderen vertelden spontaan over bals, dansavonden en hoe belangrijk dansen vroeger was. Ook mijn zus kreeg onrechtstreeks mooie feedback: de groep vond het een warm en herkenbaar verhaal. (Oftewel ‘niet te melig’ en ‘lachwekkend’)

Van daaruit kwamen de herinneringen vanzelf. Er werd verteld over grote gezinnen waarin een uitstap naar zee allesbehalve vanzelfsprekend was. Een deelneemster vertelde hoe haar moeder negen kinderen had en vakantie daardoor een luxe was. Anderen haalden herinneringen op aan familie, jeugdvrienden, vakanties, scoutskampen en de kust. Oostende bleek voor velen nog altijd een plaats die warme herinneringen oproept.

Zoals wel vaker vormde poëzie de rode draad. We lazen drie zomerse elfjes uit Dichter bij de seizoenen en ontdekten hoe je met slechts elf woorden toch een volledig beeld kunt oproepen. Daarna schreef de groep zelf een zomers elfje. Het werd een eenvoudig maar vrolijk gedicht over zomer, warme temperaturen, samen naar het strand gaan en vooral… genieten. Een mooie illustratie dat een klein gedicht soms precies genoeg woorden bevat.

We sloten af met enkele zomerse limericks.

Opnieuw werd het een namiddag waarin verhalen, poëzie en herinneringen moeiteloos in elkaar overvloeiden. Niet de grote gebeurtenissen stonden centraal, maar de kleine momenten: een warme dag, een eerste dans, een familie met negen kinderen, een uitstap naar zee of een eenvoudig gedicht van elf woorden. Precies die kleine herinneringen maken samen een zomer die blijft nazinderen. ☀️

Zomerse limericks

Moeder weet het beste
Genieten doe ik op vakantie
Goed weer is echter geen garantie
Vandaag is het wel,
zo heet als de hel.
Mijn moeder schreeuwt: ‘Sanne, verbrand niet!’

Zomersolden zorgt voor problemen
De solden! Meer kan ik niet vragen?!
Ik koop wel wat veel op z'n dagen...
Mijn kleerkast hangt vol,
Mijn hoofd slaat op hol,
toch weet ik nog steeds niet wat dragen.

Leuke klusjes eerst
Ik kocht me een opblaasbaar zwembad
Dat is toch een prachtig idee, schat?
‘Maar kijk naar de tuin,
dat is nog één puin.’
Hij vond dat ‘k al betere plannen had.

Op terras
Een koffie voor mij, jij neemt cola.
Dame Blanche, Banaan split of een Ola?
Maar daar uit die esp,
komt plots een wesp!
Ik zwaai dan fervent met m’n stola.

Bremdael – 17-6-2026

Sommige sessies draaien rond één groot thema. Andere sessies lijken eerder op een wandeling door herinneringen. Deze bijeenkomst in Bremdael werd zo’n wandeling, waarbij we van gedichten naar muziek trokken, van fruitbomen naar huisdieren en van vroegere beroepen naar zomerse vakantiegevoelens.

We begonnen met enkele bekende gedichten. Zo lazen we samen Avondliedeke van Alice Nahon, gevolgd door het klassieke Jantje zag eens pruimen hangen. Dat laatste gedicht bracht meteen herinneringen naar boven aan fruitbomen, pruimen, kersen, krieken en boomgaarden van vroeger. Verschillende deelnemers vertelden over hun eigen tuin, over het plukken van fruit en over het leven op of rond een boerderij.

Ook humor kwam aan bod. We genoten van gedichten van Annie M.G. Schmidt, waaronder het verhaal van de regenworm die liever naar de sterren keek dan naar de grond. De bewoners reageerden spontaan en kritisch op de moraal van het verhaal, wat voor de nodige lachmomenten zorgde.

Daarnaast lazen we gedichten van Toon Hermans, onder meer zijn bekende miniatuur over geluk als een klein ballonnetje. Het gesprek ging vanzelf over kleine geluksmomenten in het dagelijks leven.

Dieren vormden een tweede rode draad doorheen de namiddag. Een luchtig gedicht over honden (van Schoolmeester) bracht herinneringen naar boven aan trouwe viervoeters, maar ook aan agaporniden, papegaaien, katten en andere huisdieren die vroeger deel uitmaakten van het gezin. Vervolgens las ik opnieuw het verhaal van Minoes de poes, dat zoals wel vaker herkenning en glimlachen opriep.

Muziek was deze keer nadrukkelijk aanwezig. We luisterden naar verschillende verzoeknummers, waaronder muziek van Salim Seghers, Gerard Joling, Elvis Presley en Willy Sommers. Sommige bewoners zongen spontaan mee, terwijl anderen herinneringen deelden aan dansavonden, concerten of favoriete artiesten van vroeger.

Later in de sessie kwam het thema werk en beroep aan bod. We lazen een gedicht over verschillende beroepen en gingen vervolgens in gesprek over de jobs die de bewoners vroeger uitoefenden. Er werden verhalen verteld over textielfabrieken, naaimachines, verkoop in winkels, horeca, een discotheek op de Grote Markt van Antwerpen, boerderijen en het leven als huisvrouw. Zoals wel vaker bleek dat achter elke bewoner een rijk levensverhaal schuilgaat.

We sloten af met een gezamenlijke schrijfoefening. Samen maakten we een pantoum rond het thema zomer. Wat begon met een eenvoudig beeld van zonneschijn groeide uit tot een verrassend en humoristisch gedicht over een spiegel, een badkostuum en goede voornemens.

Zoals wel vaker ontstond er tijdens het schrijven veel gelach. De deelnemers vulden elkaars ideeën aan en gaven het gedicht een speelse en herkenbare toets. Een mooie afsluiter van een namiddag vol verhalen, herinneringen, muziek en gedeelde zomerse beelden.

Zomer pantoum

Ik hou van de zon.
Ik ben in de slaapkamer.
Ik kijk in de spiegel
en zie mijn badkostuum.

Ik ben in de slaapkamer.
Ik voel de zon
en zie mijn badkostuum.
Ik voel me rot.

Ik voel de zon.
Ik ben te dik geworden.
Ik voel me rot
Ik ga op dieet.

Ik ben te dik geworden.
Dat gaat goed.
Ik ga op dieet.
Goed volhouden,

dat gaat goed.
Ik kijk in de spiegel.
Goed volhouden.
Ik hou van de zon.

LDC Albert Van Dyck – 16 juni

Zilveren Verhalen in LDC Albert Van Dyck – 16 juni 2026

Sommige sessies beginnen met een plan. Andere beginnen met een vraag. Deze keer begon het met een versvorm uit Maleisië.

Ik bracht het gedicht De langste dag mee uit Dichter bij de seizoenen van Bette Westera. Het bleek een zogenaamde pantoum te zijn: een versvorm waarin regels telkens terugkeren en zo langzaam een verhaal opbouwen. We lazen samen over een reekalf dat verscholen ligt in het hoge gras, wachtend tot de langste dag eindelijk voorbij is. Daarna bekeken we ook een pantoum die ik eerder samen met deelnemers van De Nieuwe Kaai schreef over een fiets in de gracht en een bezoek aan de rommelmarkt.

Natuurlijk konden we het niet laten om het daarna zelf te proberen.

Maar eerst moesten we beslissen waarover we wilden schrijven. Voetbal viel al snel af – niet iedereen bleek even enthousiast over het WK. Uiteindelijk kwamen we uit bij iets veel dichterbij: de CaDo zelf.

Samen schreven we een pantun over het lokaal dienstencentrum. Over boeken, spelletjes, koken, babbelen en nieuwe mensen leren kennen. Wat begon als een eenvoudig gedichtje over een plek, groeide uit tot een gedicht over verbondenheid. Zinnen als “Ik ben niet alleen” en “Zo maak ik connectie” kwamen spontaan uit de groep en vormden de emotionele kern van het gedicht.

Na het schrijven doken we in herinneringen. We bladerden door Geboren in 1976, een boek vol gebeurtenissen uit de jaren tachtig. Boris Becker passeerde de revue, net als Bruce Springsteen, Madonna en zelfs de Bende van Nijvel. Sommige namen riepen meteen herinneringen op, andere zorgden vooral voor verwondering over hoe snel de tijd voorbijgaat.

Muziek mocht natuurlijk niet ontbreken. We luisterden naar Born in the USA van Bruce Springsteen en later naar Madonna. Zoals wel vaker bleek muziek een prachtige sleutel naar herinneringen.

Daarnaast las ik verschillende gedichten voor uit De lente bloeit van Angela Harding. We stonden stil bij Waarom ik vroeg opsta van Mary Oliver, een ode aan de zon en het begin van de dag. Daarna volgde een gedicht over narcissen die als kleine zonnetjes de lente aankondigen. Ook mijn eigen limerick over de barbecue passeerde even de revue, nadat het gesprek spontaan richting zomerse feestjes en tuinplezier was afgedwaald.

Dat bracht ons vanzelf bij het tweede groepsgedicht van de dag.

De lente loopt op haar einde en de zomer staat voor de deur. De deelnemers vertelden hoe de zon mensen vrolijker maakt, hoe sporters weer naar buiten komen, hoe de winterjas eindelijk opgeborgen kan worden en hoe fietsen, wandelen en zwemmen weer lonken. Een gesprek over barbecueën mondde uit in een onverwacht poëtische slotzin: misschien is er niet altijd plaats voor een barbecue, maar wel voor de zomer in ons hart.

Tussendoor werd er ook uitgebreid verteld over lezen, bibliotheken, schooltijd, uniformen, breien, werken in de zorg, familiehulp en de keuzes die mensen maakten in hun loopbaan. Het waren verhalen die soms grappig, soms ontroerend en vaak heel herkenbaar waren.

We sloten af met een klassieker uit de Vlaamse poëzie: Avondliedeke van Alice Nahon. Hoewel het nog lang geen avond was, bleek het een mooie manier om samen terug te kijken op een warme voormiddag vol verhalen.

En misschien bleef één uitspraak nog het langst hangen. Tijdens een gesprek over ouder worden vertelde een deelnemer een oude wijsheid die ze ooit had gehoord:

“Het komt er niet op aan hoe oud je wordt, maar hoe je oud wordt.”

Een mooie gedachte om mee naar huis te nemen — en misschien wel het mooiste cadeautje van de groep die dag. ❤️

Pantoum Cado

Ik ga graag naar de Cado
Ik ben nu een gedicht aan het maken.
Ik zie veel boeken.
We spelen spelletjes, babbelen, koken.

Ik ben nu een gedicht aan het maken.
Het doet me nadenken over dingen.
We spelen spelletjes, babbelen, koken.
Dat vind ik leuk.

Het doet me nadenken over dingen
Ik leer mensen kennen.
Dat vind ik leuk
Ik ben niet alleen.

Ik leer mensen kennen.
Zo maak ik connectie.
Ik ben niet alleen.
Afscheid nemen is niet altijd fijn.

Zo maak ik connectie
Ik zie veel boeken
Afscheid nemen is niet altijd fijn.
Ik ga graag naar de CaDo.

Als het maar een mooie zomer wordt

Zomer maakt de mensen vrolijker.
De jeugd gaat naar festival.
De sporters komen buiten.
Weg is de winterjas.
Wij gaan zwemmen, wandelen en fietsen.

's Avonds een lekkere BBQ,
we hebben er geen plaats voor,
op deze kleine studio.
Maar zeker wel de plaats
voor de zomer in ons hart.