
We hebben het liefst lekker eten,
want anders moeten we bleten.
Als het eten goed is, zijn wij goed gezind,
zijn we blij en vrolijk als een kind.

We hebben het liefst lekker eten,
want anders moeten we bleten.
Als het eten goed is, zijn wij goed gezind,
zijn we blij en vrolijk als een kind.

Gisteren zag ik het voor de eerste keer,
dat je fronst als je het hebt over het koude weer.
Niet diezelfde frons van wanneer ik het brood
niet wegleg. Of niet die keer dat ik dacht aan de dood.
Ik kon niet blijer zijn met deze nieuwe ontdekking,
niet omdat ik last heb van sleur of iets van die strekking.
Het was gewoon compleet nieuw. Misschien een rimpel erbij?
Hoeveel daarvan heb je eigenlijk door mij?
Heb je dan de afgelopen jaren, vrolijk en gezwind,
nooit last gehad van deze koude wind?
Ik kon het totaal niet plaatsen in mijn hoofd,
had de weerman dan echt zoveel beters beloofd?
Ik durf soms wel eens mezelf verliezen en vergeten
dat jij mij wél vindt. Ik had ook beter moeten weten,
dat ik niet altijd de oorzaak van je fronsen ben,
maar die blik gaf me het gevoel dat ik je totaal niet ken.
Zulk een nieuwe frons zie je niet alle dagen,
toch is het net deze ontdekking die ons verder zal dragen.
Het kan alleen maar in de waanzinnigste dromen,
dat vele jaren verrassingen zullen komen.
Ik hoop dat de wind nog alle kant uit blijft waaien
en ook mijn neus zal nog wel eens van richting draaien.
De weerman voorspelt maar wat hij wil voortaan,
want ik verlang naar met jou op ontdekking gaan.

Voor de eerste keer voorlezen in de Nieuwe Kaai had ik toch wat zenuwen. Een nieuwe groep, een nieuwe omgeving. Daarom begon ik met een zomers gedicht van Annie M.G. Schmidt: Pas op voor de hitte. Dat scoort altijd en met dit humoristisch gedicht was de toon meteen gezet. Al is jezelf naast zo’n grote dame plaatsen natuurlijk altijd een beetje risicovol.
We startten met het gedicht Een versje voor beginners. Snel bleek dat de leuze “rijmen en dichten zonder ons gat op te lichten” niet alleen gekend is, maar ook écht toegepast kan worden. Er werd wat teruggedacht aan schoolopstellen en rijmpjes op school – en eerlijk? Daar was toen niemand fan van. Oei, waar was ik beland? Gelukkig kwam er meteen een kwinkslag toen ik naar vroeg naar beroepen: “In de Kempen zijn we allemaal boeren”, riep iemand. Maar nee hoor – er zaten ook een naaister, een schrijnwerker en zelfs iemand met ervaring in het onderwijs bij. Dat laatste werd wel bestempeld als het moeilijkste beroep. Misschien door al die opstellen en gedichten die verbeterd moesten worden? Of ligt het toch aan de ongehoorzaamheid van de huidige jeugd?
Daarna doken we in drie gedichten over vervoer: de trein, Alles van de baan en de auto. Herinneringen aan de eerste auto (bij de één rood, bij de ander wit) werden enthousiast gedeeld, en natuurlijk werd daar meteen een gedicht over geschreven. Dat lees je hier. Iedereen aan de Nieuwe Kaai kent de trein van Turnhout naar Blankenberge of Oostende – ze wonen immers vlak bij het station. Gelukkig geen geluidsoverlast, wel glimmende oogjes bij het vertellen.
We luisterden naar Aan het strand van Oostende van Louis Neefs, dat meteen zomerse beelden opriep: wandelen langs de vloedlijn en – uiteraard – shoppen op de dijk. Na Jefs verhaal over zijn treinreis genoten we van het nummer Benjamin, die in de zomer overal op ontdekking gaat.
Dan volgde een apart gedicht: Rimpel. Dat deed iets met de groep. Niemand kon ontkennen dat hij of zij rimpels heeft, maar op deze manier klonken ze ineens best mooi. Bij het woord fronsrimpel hoort wat het woord ‘zorgen’, en dus volgde Ooh ooh ik heb zorgen – opnieuw van Louis Neefs.
Toen was het weer tijd voor een eigen creatie: het gedicht De zon. Want als ze zo uitbundig over onze schouders straalt, dan verdient ze ook een eerbetoon.
We sloten af met een kort gedichte Held en toen was er nog wat tijd over voor muziekvoorkeuren. De Bee Gees scoorden hoog, maar ook Op de purperen heide blijft een klassieker. En ja, ook daarvan draaiden we de versie van Louis Neefs. Wie weet doen we volgende keer wel een volledig uur over deze inspirerende man. 😉
Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit de Nieuwe Kaai.
En wie weet – herken jij jezelf.
📸 Heb je zelf ook een verhaal over je eerste auto, de trein naar zee of je favoriete onderwijzer?
👉 Laat het ons weten via info@zilverenverhalen.be

De zon schijnt voor iedereen, zowel voor Jan als alleman
Het goede weer maakt ons vrolijk en blij
De zon is soms te warm, maar zelden te koud.
De zon is nooit in de fout.
De regen is goed voor de planten
ook voor de bloemen is het een zegen.
Het weer komt en gaat,
waar je ook staat.

Onze eerste auto’s waren van alle kleuren
We waren er blij mee, we gingen niet zeuren.
Met de auto gingen we de wereld verkennen.
alleen winkelen? Dat kan niet meetellen.
Ik heb een chauffeur, mijn kinderen kunnen autorijden,
ze brengen me overal heen,
maar ik kan beter rijmen.

Het gaat erover!
Mijn moeder maar zeuren…
Blijkbaar kan je met een Range Rover
niet buiten de lijntjes kleuren.
Alles loopt in het water!
Met die vervloekte regen ook…
Zo stonden we even later
met de auto op de pechstrook.
Alles gaat van de baan!
Takelwagen kwam niet.
Die auto hebben we laten staan
en dan doen alsof geen kat het ziet.
Eind goed, al goed?
Zo kom je niet in de problemen:
Doen alsof je neus bloedt
en de bus nemen.

Een rijmpje om te tonen dat ik ook wat kan.
Echte poëzie, daar snap ik weinig van.
Enkele letters die elkaar nadoen op het einde.
Voel me al een dichter zijnde.
Soms klopt het allemaal niet goed.
Maar het is het plezier dat het hem doet.
Misschien lees je het best nog een keer.
Want ik schrijf maar wat neer.
Toch hoop ik stiekem op jouw lach.
Want die maakt ook mijn dag.

Het leven gaat te traag voor mij.
Ik wil verder gaan.
De klokt tikt niets voorbij.
Wat is er eigenlijk juist van aan?
Op een dag ging ik eindelijk wat vooruit.
Ik voelde het: ‘Nu ga ik snel!’
Zag ik opeens iets in mijn achterruit…
Het was de politie! Dacht het wel.
Snelheid verdient blijkbaar een boete,
maar ik wou niet betalen.
Zei hij dat het wel zal moeten,
maar ik wou mijn toekomst halen.
Dus ik reed door en betaalde lekker niet.
Riep die man:
‘Handen omhoog, of ik schiet!’
Maar ik was weg, geloofde er niets van.
Belangrijkste les van die dag:
Ook al houdt iets me af en toe tegen,
dat is oké, dat mag.
Gewoon blijven bewegen.
- Sanne

Ik zat wat op de trein te dromen.
Voelde ik opeens weer vragen afkomen.
Waar ga ik eigenlijk heen?
De conducteur wist het ook niet meteen.
Zo bleven we wat uit het raam kijken.
Het begon er vervolgens sterk op te lijken
dat de wereld ons volledig passeerde.
Ik weet niet of het hem wat deerde.
Misschien staat de wereld best af en toe stil
en is dromen waarmaken een modegril.
Het eindstation blijft voor iedereen staan
dus doe onderweg maar wat rustig aan.
- Sanne

In deze sessie gingen we… op reis. Niet naar het buitenland, maar door de herinneringen van onze deelnemers. Over auto’s zonder rijles, camionettes zonder spiegels en boter onder de rok. De weg naar vroeger bleek geplaveid met warme anekdotes, ontroerende momenten én flink wat humor.
“Ik leerde rijden zonder rijschool. Gewoon in de auto van mijn broer gestapt.”
De eerste verhalen gingen over de auto: hoe sommigen hem jarenlang gebruikten zonder ooit een ongeval, en anderen hem meteen al tegen een muur reden (letterlijk).
Iemand reed zelfs met een camion door heel België – “vooral hout geleverd, maar probeer maar eens te draaien met zo’n dubbelwagen”. Een ander herinnerde zich haar eerste keer achteruitrijden: “Ik reed uit de garage en pats – tegen de muur. Mijn pa was niét content.”
“In mijn camionette zat geen achteruitkijkspiegel. Dan wordt parkeren een avontuur.”
Treinen passeerden ook – met vertragingen, gesprekken met conducteurs en dromerige blikken uit het raam. Eén gedicht ging over reizen zonder bestemming, over hoe we allemaal onderweg zijn, soms wat verloren, soms net heel bewust.
“De conducteur wist het ook niet meteen. Misschien staat de wereld best af en toe stil.”
En dan was er plots boter.
Plotseling rolden we richting de smokkelverhalen, want waarom ook niet? Over de leuvense stoof (waar je met je rok tegen moest staan om te kijken of er boter over je enkels droop), over waaiers van zand om douaniers te misleiden, en over wat nu eigenlijk goede boter was (“Margarine was geen boter – dat plakte ge aan de muur.”)..
“Ze hebben me nooit gepakt. Maar die boter zat wél onder m’n rok, ja.”
Volgende halte: een gedicht over rimpels en liefde, of een droomtuin vol hortensia’s?
Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit Sint Lucia.
En wie weet – herken jij jezelf.
📸 Heb je zelf ook zo’n verhaal over je eerste auto, de trein naar school, of smokkel aan de grens?
👉 Laat het ons weten via info@zilverenverhalen.be
Benieuwd naar welke gedichten deze herinneringen konden oproepen? Lees dan: de auto en de trein!