Ik heb geen zin om een gedicht te schrijven, Ik heb geen tijd om geduldig te blijven, Ik heb geen fut om schoon te maken ik heb geen trek in die vieze zaken.
Alles zit tegen vandaag, en eigenlijk doe ik niets graag.
Geef mij wat zin en ik begin. Geef mij wat tijd, en ik heb geen spijt. Geef mij wat fut, ik val niet in de put. Geef mij wat trek, in een omelet met spek.
geef mij iets van dat vandaag ook al gaat het dan misschien wat traag, ja, langzaamaan kom ik weer op gang, en zo werd dit gedichtje toch nog lang.
Ochtendhumeur te koop, danspassen achter het kursaal en wafels uit opa’s keuken
We trapten de sessie af met een glimlach: een speels gedicht over een “ochtendhumeur te koop” zette meteen de toon. Herkenning alom, en het universele wondermiddel dook snel op: een goeie tas koffie (met melk en suiker) en een stevig ontbijt. De zaal ontspande. Van daar ging het huiselijk verder: de stofzuiger (en zijn eigenzinnige robotneefje), het al dan niet nog strijken, en dat heerlijke alledaagse van koken. Favorieten vlogen over tafel: spaghetti bolognese, stoofpot, en biefstuk met frietjes — ja, Vlamingen blijven trouw. Er verscheen zelfs een zoete herinnering: een grootvader die wafels bakte voor de kleinkinderen. Daarna trokken we de dansvloer op. Een luchtig dansgedicht nodigde uit tot meebewegen, ritme of geen ritme. We hadden het over wals en tango, en schreven samen korte elfjes: mini-versjes waarin “tango” en “wals” plots twee hele mooie herinneringen werden. De liefde kreeg ook een plek: van bekende versregels tot eigen liefdesbrieven en briefjes die vroeger stiekem werden doorgegeven. Herinneringen aan het kursaal van Turnhout doken op — na de cinema nog even gaan dansen — en ineens zat iedereen opnieuw in die sprankelende avonden. Maar liever niet vertellen tegen dat lief in de Kazerne Blairon. Tussendoor klonken nog een paar knipooggedichten uit het huishouden (een koppige wc, een kapotte stofzuiger, een barbecue met gegarandeerde afwas). Daarna gingen we naar buiten: een mijmerend schommelgedicht bracht ons bij speeltuinen, wip en glijbaan, bij kermissen met de paardenmolen en het draaiorgel. Het stadspark of speeltuin de Koekoek passeerden als vaste zondagstek: volwassenen met koffie, kinderen die spelen — en maar af en toe van hun frisdrank komen nippen.
✨ Zo werd deze sessie opnieuw een zalige belevenis voor iedereen. De groep was weer heerlijk, sommigen luisterden, andere vertelden, maar voor iedereen dwarrelden herinneringen weer rond in de ruimte. Daar ging ik voor.
📸 Heb jij ook een verhaal over het huishouden, de danszaal achter het kursaal of je lief in de kazerne? 👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be – misschien lees je het wel terug in een volgende sessie
Schommelen is simpel te beginnen: Je lichaam moet helemaal gestrekt zijn. Maak je dan in één beweging heel klein. Herhaal dit tot je hoogte gaat winnen
Je draait nooit echt volledig in het rond. ‘t Is ritme waarin je verzeild geraakt. Maar pas op als je de schommeling staakt. Bevriezen is absoluut niet gezond.
Maar toch doet het wisselen me verdriet. Men zegt dat niemand er ooit echt afvliegt. Eeuwige beloftes geloof ik niet.
De dwaze vlucht van mijn schommel bedriegt. Ik durf hopen dat ik ooit wel geniet van een wind die me wat heen en weer wiegt.
Ik leef zonder ritmegevoel of enige muzikaliteit. Maar laat ons genieten van wat zottigheid. De chachacha of een rumba eventueel. De vogeltjesdans? Weet ik veel. De macarena is ook een leuke dans. Ik geef jouw tenen geen enkele overlevingskans. Jij bent een dans in mijn hoofd, terwijl er mij rust is beloofd. En zo heb ik het niet liever hoor! We dansen ons hele leven door. Zolang ik maar met jou op de dansvloer mag staan, kan ik die stapjes achteruit ook wel aan.
Het huishouden en andere rampspoed 1 Er zijn mensen die hem vereren: een robot om het huis te keren. Tot mijn grote spijt is mijn Roomba kwijt. Kan hij de rommel niet bezweren?
Het huishouden en andere rampspoed 2 Het strijkijzer staat te verstoffen, mijn was heeft het niet erg getroffen. Mijn hemd aan de kant, ik strijk met de hand! Wie strijkt nog? Wie vindt dat nog tof he?
Het huishouden en andere rampspoed 3 De stofzuiger is luid aan het loeien. Een rood licht begint ook te gloeien?! het ding – BOEM - ontploft! voor niks afgestoft Mijn werk kan blijkbaar niemand wat boeien….
Het huishouden en andere rampspoed 4 De zon kan mijn klusjes verzachten, maar wat gaan mijn vrienden verwachten? Een feest met mooi weer! ‘Draai ’t vlees nog een keer!’ De afwas staat ook weer te wachten…
Het huishouden en andere rampspoed 5 De volgende taak komt al kloppen: Ik moet de wc nog ontstoppen. Dat vind ik pas goor, dus ik schrijf niets hoor, de rampspoedreeks zal nu dan stoppen.
Soms loopt een bijeenkomst anders dan verwacht. In de bibliotheek was er op 9 september geen enkele deelnemer met dementie aanwezig. Wel kwam iemand langs voor een gesprek over dementie, en dat bleek uiteindelijk minstens even waardevol. We raakten in dialoog over de kracht van verhalen: waarom ik doe wat ik doe, hoe belangrijk het is om samen te luisteren, en waarom het zo zinvol is dat er nog meer mensen aansluiten. Want verhalen brengen inspiratie, verbinding en soms zelfs troost.
De deelneemster verwoordde het achteraf zo mooi:
Door dementie leeft je partner/je ouder… in een andere wereld. Net zoals aanrakingen nodig zijn, is het horen van je stem ook belangrijk. Niets klinkt zo luid als de stilte wanneer je niet weet wat hem/haar te vertellen. Maar wat zeg je dan?
Samen luisteren we naar korte verhalen, eenvoudige woorden, dagelijkse zaken die herinneringen en rust brengen.
Zilveren Verhalen creëert in het hier en nu warme momenten voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Door voor te lezen en te luisteren ontstaat plezier, herkenning en verbondenheid. Samen maken we nieuwe verhalen en gedichten – soms uit herinneringen, soms uit verbeelding – die even waardevol zijn als het moment zelf.
🌱 Visie
Zilveren Verhalen droomt van een samenleving waar ook niet-feitelijke verhalen betekenis hebben. Dementie hoeft geen grens te zijn om waardevolle ervaringen te delen: een gevoel, een beeld of een stukje taal kan genoeg zijn om contact en schoonheid te laten ontstaan. Zo bouwen we aan een cultuur waarin luisteren, fantasie en poëzie een brug slaan tussen mensen – ook wanneer herinneringen vervagen.