Bibliotheek Turnhout – oktober, november

Zilveren Verhalen in de Bibliotheek – over woorden, nabijheid en luisteren

Toegegeven: een duo kan je (nog) geen groep noemen, maar de voorbije weken hebben we in de bibliotheek wél waardevolle gesprekken gevoerd.
We spraken niet alleen over dementie en over verhalen, maar vooral over de kracht van die verhalen — in elke fase van het leven.

Het ging over verhalen bij het levenseinde: hoe woorden of herinneringen steun kunnen bieden, vlak voor én na een afscheid. Niet alleen bij dementie, maar ook in de laatste levensfase, kunnen verhalen troostend én helend werken.

We hadden het ook over hoe moeilijk het soms is om nog tot in de bibliotheek te geraken. Daarom dromen we van manieren om de Zilveren Verhalen meer naar buiten te brengen — tot bij mensen thuis of in de lokale dienstencentra. Wie weet groeit dat idee nog verder? Houd de pagina dus zeker in de gaten.

Verder bedachten we dat de bibliotheek zelf een bron van verhalen is. Misschien ligt daar net een kans voor mantelzorgers, familie of vrienden van mensen met dementie — om er materiaal te ontdekken, boeken of gespreksstarters te vinden, en inspiratie op te doen. Want wat zeg je nog, als woorden soms moeilijk worden? Misschien begint het bij luisteren, of bij een verhaal dat je zelf gewoon vertelt.

Gespreksstof genoeg in de bibliotheek dus. Nog geen échte verhalensessies, maar dat is ergens ook niet erg. We surfen op de golven van wat nodig is.
💬 Wil je er eens bijzijn? Dat kan nog in november (18/11) en in december (2/12, 16/12 en 30/12).

Bremdael – 7 november

Van hart tot hart

Sommige sessies lijken vanzelf te stromen.
Deze was er zo één. Opvallend: vorige keer in Bremdael diende ik nog de krant te nemen om de tijd rond te krijgen.
Deze keer moesten we stoppen — er was al één uur en vijftig minuten gepasseerd!
Maar de tijd werd zó goed besteed…

Er werd gelachen, geschreven, geluisterd en gedeeld — met een openheid die je niet kunt forceren.
Het voelde alsof iedereen elkaar aanvoelde: wanneer er ruimte was om te lachen, en wanneer er net even stilte mocht zijn.
En ja, soms gingen we in ons enthousiasme wat door elkaar roepen, maar ook dat kreeg z’n plaats.

Vanaf het eerste liedje zat de sfeer goed.
Twee ogen zo blauw weerklonk, zacht en herkenbaar, en er werd spontaan meegezongen.
Na een gedicht over dansen volgde de muziek van Tsjaikovski: Wals van de bloemen.
Bijna iedereen danste op de stoel — dat zette meteen de toon voor een vrolijke, speelse namiddag.
Er hing een soort lichtheid in de lucht. Het mocht, ook écht.


Humor en herkenning

Van dansen rolden we naar eten: gebakjes, patatjes, confituur.
Een speels gedicht over een meeneemgebakje deed iedereen grinniken. De patatjes stonden weer op het vuur, net als de aardbeien voor confituur — een zeer herkenbaar tafereel.

En toen kwam er een bijzonder verhaal. De aanleiding? Een trotinette!
Het resultaat? Ons eerste waargebeurde groepsgedicht.
Dat kersen op jenever voor miserie zorgen als kinderen ze stiekem naar binnen spelen, weten we nu ook weer.
Er werd gegierd van het lachen om al die gevolgen van dien…


Van verbeelding tot verbondenheid

Daarna kwamen de kaarten van het spel van de verbeelding — een idee van Kasper Bormans, dat telkens weer werkt als vonk voor nieuwe verhalen.
Vandaag ontstonden er knotsgekke taferelen:
een enthousiaste pauw en een blije schildpad bij de kapper —
Wat doen die twee bij de kapper?
Blijkbaar kregen ze de slappe lach (wij ook) en vlogen ze buiten (wij gelukkig niet).

Een tweede verhaal kon niet uitblijven: een spin die met een krokodil op reis ging en prompt de lotto won.
Er volgde ruzie over het geld — uiteraard.
Dat is altijd het geval, jammer genoeg, als er geld in het spel is.
En zo zat er dus  achter dat knotsgekke tafereel van de spin op de rug van de krokodil toch iets herkenbaars.

We konden ons op ons gemak voelen, zoeken naar woorden, en luidop lachen — precies omdat het veilig voelde om dat te doen.
Iedereen droeg iets bij: een mop, een herinnering, een rijm, een zin die bleef nazinderen.


Verhalen van vroeger

Verder doken we in herkenbare fragmenten uit de boeken In mijn tijd en Pure Nostalgie:
over oma’s koffiemolentje, autoloze zondagen, Dolle Mina en vrouwenmode in de jaren vijftig.
Ze riepen geuren en beelden op van lang geleden.
“De snelweg leeg, kinderen op rolschaatsen…”
Je zag het gewoon weer gebeuren.

Er volgden nog meer gedichten (zoals Geluk ) en verhalen (Minoes de poes),
die wel vaker opduiken bij Zilveren Verhalen.
Maar vooral het gelach bleef zich herhalen.


Gedichten als echo van gesprekken

Uit de gesprekken vloeiden kleine pareltjes van poëzie:
elfjes over vriendschap en de seizoenen,
en een groepsgedicht over wandelen in het bos.
Op het moment dat er lekkere koeken werden uitgedeeld om even van te genieten, kwamen er natuurlijk ook humoristische verzen over cake, koek, pralines én diëten.

Tussen het lachen door klonk ook verwondering.
Jawel, de bewoners van Patio in Bremdael kunnen wel degelijk rijmen en dichten —
zonder hun gat op te lichten!


Muziek als draad

De namiddag werd verder begeleid door muziek:
van Blijf je deze nacht bij mij (Salim Seghers, een verzoeknummer)
tot De soep is aangebrand (Anja Yelles) —
ah ja, we hadden het over koken.
Van Kopje koffie (V.O.F. de Kunst) tijdens de koffiepauze
tot Meneer Merlijn – Een mooie vogel wil ik zijn (Misha Marah),
aansluitend bij de knotsgekke dierenverhalen.

Afsluiten deden we vrolijk, met Oempalapapero van Marva —
handen in de lucht, meedansen, samen lachen.
Zo sloten we een warme, levendige namiddag af met een glimlach.


✨ Zo werd het een zeer geslaagde sessie.
Lijkt het wat rommelig als je dit leest? Ja, dat is ook zo — we doen veel op zo’n namiddag.
Van alles door elkaar: verhalen, muziek, poëzie, taart, gelach, en soms stilte.
Het is geen “noeste arbeid” van er zal gedicht worden
ik wil dat iedereen iets meeneemt uit zo’n sessie.
We genieten van lekkernijen, van verhalen en gedichten, van herinneringen,
maar vooral van elkaars gezelschap.

📸 Heb jij een leuke herinnering die je eens wil delen? Of op rijm wil zien staan?
👉 Deel ze gerust via info@zilverenverhalen.be
want in Bremdael kunnen ze dat vast en zeker verwezenlijken.

Herfst

De bladeren vallen van de bomen.
De koude wind is al gekomen.
Mensen ruimen de bladeren in de straten
en horen de schapen blaten.
We wandelen in de herfst graag in het bos,
want dat maakt onze zenuwen los.

Al dat lekkers

Ik eet een lekkere koek, 
maar sebiet pas ik niet meer in m’n broek!
Ik eet een lekkere cake,
en het is snel dat die broek te klein bleek...

We horen ons broek kraken,
dus we zullen ze maar groter maken.
Want ik ga pas op dieet,
als ik eerst pralines eet.

Nieuwe Kaai – 31 oktober

De laatste dag van oktober bracht, bijzonder genoeg, griezel én gezelligheid.
Een herfstige namiddag waarop verhalen ons vanzelf dichterbij deden kruipen.

We begonnen rustig, met een klassieker:
November” – Herman De Coninck.
Een gedicht dat eigenlijk niet past bij de tijd van het jaar — het is tenslotte Halloween!
Maar ergens past het perfect: het zit tussen vallen en beginnen, tussen wat voorbij is en wat blijft.
“Speciaal,” zei iemand, “ge moet er van nadenken.”

Daarna werd het luchtiger, met Slak in de herfst,
een eigenzinnig herfstgedicht over traagheid, roken (ik ben ondertussen wel een gestopte roker 😉) en vergissingen.
Een slak die bij niemand van de deelnemers in de tuin welkom bleek, maar gewoon een herfstblad bleek te zijn.

Dat vormde meteen het bruggetje naar een hele reeks herfstgedichten,
reeds vaker voorgelezen, maar het blijven klassiekers.
Over regen en kortere dagen, over mopperen en cocoonen.
De toon verschoof van “ik haat de herfst” naar “oké, herfst valt reuze mee” — een zachte verzoening met de seizoenen.

Tussen de gesprekken door kwamen ook herinneringen naar boven: kastanjes rapen, aan de Leuvense stoof zitten, geuren van soep en pannenkoeken.
De toon was gezet.

Maar het bleef natuurlijk 31 oktober…
En dus mocht er gerust wat griezel bij.

Ik las “Voorlezen” – Johanna Kruit (Plint),
een donker bos vol trollen en kinderen die zich schuilhouden.
Daarna “Man onder mijn bed” – Rian Visser (Plint),
waar de engste man juist diegene is die je niet ziet.

Met “Sebastiaan de spin” – Annie M.G. Schmidt kwamen we bij de spinnen terecht — koppig, eigenzinnig, net als wij.
Perfect voor Halloween, en toch net niet té eng.

En toen klonk plots muziek: In de stille Kempen.
Daarop volgde een nieuw, zelfgeschreven gedicht:
“Op de purperen hei”,
over wandelen in de herfstige hei, niet in de zomerse hei,
over stilte zoeken en rust vinden — niet buiten, maar in jezelf.


Na de poëzie kwam de verbeelding.

Met het Spel van de verbeelding van Kasper Bormans maakten we samen drie knotsgekke verhalen:

🐻 De beer en de kapotte bal – over een beer met een geheim dat hij niet kan vertellen. (Ah ja, want het is een beer, die praten niet.)
🦚 De pauw met een broek en een zakmes – die pauw zweeft zodra de zwaartekracht wegvalt. (Aha en zo kan de trage schildpad toch weer mee racen.)
🦏🐘 De neushoorn en de olifant ontsnappen uit de dierentuin, naar de woestijn van Jef – die ruzie maken over een spelletje, maar eindigen in vriendschap. Gelukkig is Jef zijn woestijn gratis. (De dierentuin is dat namelijk niet!)

De fantasie was groter dan de kamer zelf. Gegniffel en gegrinnik vulden de zithoek.
Heerlijk om te mogen beleven.


Daarna keerden we terug naar poëzie.

Een luchtige limerick: Diefstal,
een ondeugend versje over een hartendiefje.

Een teder moment met Afasie,
voor wie woorden zoekt en toch gevonden wordt.

En tenslotte drie limericks uit de reeks “Een kwartier
humor over dutjes, dokters en eeuwige vertraging.

En omdat er nooit genoeg woorden zijn,
maakten we er samen nog nieuwe: drie elfjes.

De laatste daarvan was:

prima
gezellige woonst
de nieuwe kaai
we wonen hier graag
welkom

Niet alleen een gedicht dat perfect verwoordt waar de medewerkers van de Nieuwe Kaai keihard voor werken en dus in slagen, maar ook een samenvatting van de hele namiddag: welkom, warm en wonderlijk.

Toen klonken de woorden: “De tijd zit erop.”
Natuurlijk moest dan het lied van Bobbejaan Schoepen volgen: Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Toen dat lied de ruimte vulde, glimlachten we allemaal — een beetje moe, maar zeker voldaan.

De herfst mag nog even blijven.

✨ Niet alleen door de griezel en gezelligheid een speciale sessie, maar zeker ook door onze geweldige ‘Wat Alz’ verhalen dankzij het spel van de verbeelding van Kasper Bormans!

📸 Gebruik jij je fantasie nog steeds? Dat kan dus! Wat levert jouw knotsgekke fantasie je op?

👉Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be of verzin het gewoon…

Kwartierke – limericks


Een kwartierke I
Ik zeg vastberaden ‘een kwartier’.
‘t Is nodig en niet voor ’t plezier:
een klein dutje doen,
én niet tot de noen.
Hij weet da’k het zeg in een delier.

Een kwartierke II
We moeten nu toch snel vertrekken.
Ik roep daarom fel: ‘nondedekke’.
Want hij kan niet mee.
Hij zit op ‘t wc.
Zal waarschijnlijk ook niet doortrekken.

Een kwartierke III
Zelfs mannen, die verder wel deugen,
vertellen soms één grote leugen:
Maar écht, een kwartier?!
Dat doet haar plezier:
Hij snoozet kort. Dat blijft haar verheugen.

Een kwartierke IV
Ik knoei met iets brandends en chemisch,
dus ga naar de arts voor iets medisch.
Hij wijst me de deur.
Te laat?! Wat een zeur…
Dat is hier toch steeds academisch?

Een kwartierke V
Er was eens een geheim agente,
maar ’t was echt geen goei, geen decente.
Ze was super slecht!
Dit deed ze dus echt:
Verraadt ’t hoofdkwartier voor wat centen….