Regen

We horen de regen tegen de raam tikken, 
de ene kan zich er wel naar schikken
anderen vinden regen maar niets.

Koud, vervelend en nat vinden we de regen,
maar regenjas, paraplu en kapje en we kunnen er wel tegen
Zo vertrek ik voor de ronde van Frankrijk met de fiets

Soms is het goed weer, soms is het slecht weer,
dus we kijken naar het weerbericht, elke keer
vakkundig door Armand Pien gegeven.

Soms word ik slecht gezind van regenachtig weer,
ik drink wat regenwater of uit het meer,
de plantjes vinden regen goed om te leven.

Nieuwe Kaai – 8 december 2025

Op 8 december begon onze namiddag eerder formeel. We hadden het over de vrouw en haar broek: hoe dat ooit niet “mocht”, hoe streng regels vroeger konden zijn, en hoe gek het eigenlijk is dat iets zo gewoons ooit een strijd was. En natuurlijk werd er gelachen: “een broek is gewoon gemakkelijk” — zeker als je wilt bewegen, fietsen of gewoon comfortabel zitten, zonder gedoe.

Daarna kwam het thema kledij en naaien vanzelf mee. Snit en naad, vakschool, zelf kleren maken — soms zelfs met wat er maar voorhanden was. Uit die gesprekken ontstond het rijmgedicht van de namiddag.

We bleven nog even in de goeie ouwe tijd met muziek, dansherinneringen en het plezier van bewegen — zelfs al blijft dat vandaag soms bij “in je hoofd meedansen”. We maakten samen een elfje: kort en vrolijk, alsof het zo uit een danszaal kwam aangewaaid.

En toen… nam de namiddag een heerlijke afslag: duiven.
Niet een beetje. Geen “ah ja, mijn nonkel had er ook”. Nee: duiven als passie, als traditie, als spanning. Als het systeem van inkorven en wachten. Als zondagen waarop alles draaide rond dat ene moment: komen ze terug of komen ze niet?

Er werd verteld over duiven leren vliegen — eerst kleine afstanden, dan steeds verder — en over hoe straf het blijft dat ze hun weg naar huis terugvinden. Er kwamen cafés en zalen ter sprake, plekken van vroeger, herkenbare namen, en dat typische gevoel dat plots ontstaat: amai… we kennen elkaar precies via via.

Op het einde was er zóveel gesprek en zoveel herinnering, dat er geen nieuw gedicht meer “af” is geraakt. Maar eigenlijk was dat óók een mooie conclusie: sommige sessies eindigen niet met een laatste versregel, maar met een tafel vol verhalen die blijven rondcirculeren — zoals duiven boven de stad.

Het afsluitende liedje dat we beluisterden, was dan ook niet toevallig Blauwe geschelpte van Bobbejaan Schoepen.

✨ Zo werd het weer een mooie sessie. Deze keer zonder eigen verhalen, maar met gesprekken die zó op gang kwamen dat luisteren vanzelf de hoofdrol kreeg. En ik wist weer: hiervoor kom ik.

📸 Wat heeft jouw voorkeur: vertellen of luisteren?

👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

Snit en naad

Op de vakschool deed ik snit en naad.
De mooiste richting die bestaat!
je kan dan je eigen kledij maken
zelfs van een stuk gordijn of een laken.
Je wordt van die eigen kledij vrolijk en content,
zeker wanneer je zo mooi gekleed bent.

Nieuwe Kaai – 28 november 2025

Voorleesweek: bekende woorden, nieuwe verhalen

Sommige namiddagen voelen als een warm deken dat langzaam over de tafel wordt gelegd: een beetje poëzie, een beetje babbel, een beetje muziek, en ondertussen — bijna zonder dat je het merkt — wordt er een hele wereld aan herinneringen opengetrokken.

Omdat het Voorleesweek was, koos ik deze keer bewust voor een paar heel bekende teksten. Gedichten die mensen herkennen nog vóór ze goed en wel begonnen zijn, en die ineens iets in beweging zetten: “Ah ja… dat ken ik nog.”

We startten met het prachtige Avondliedeke III van Alice Nahon — dat rustige, zachte gedicht waarin je even “in je eigen hart” gaat kijken, voor je de dag loslaat.

Daarna gingen we verder met Jantje zag eens pruimen hangen”: een klassieker die meteen herinneringen opriep aan vroeger, aan regels, gehoorzaamheid, en aan die typische kinderlijke verleiding: “Ach… vijf pruimen merkt toch niemand?” Er werd gelachen en bevestigd: ja, dit kenden mensen echt nog.

En alsof het vanzelf zo hoorde, kwamen er nog meer bekende flarden voorbij: poëziealbum-zinnen, kleine regels die ergens in het geheugen zijn blijven plakken.


Sinterklaas in elf woorden (en in een hele jeugd)

Vanaf de jeugdige poëziealbums was de brug naar Sinterklaas snel gemaakt. Niet als groot spektakel, maar als herinnering aan wachten, spanning, chocolade, braaf zijn (of toch proberen).

We maakten samen een elfje — eenvoudig, helder, perfect zoals het hoort:

Daarna zetten we ons aan een rijmgedicht — en dat werd een prachtige groepsprestatie. Het ging over “wijs maken”, dromen als kind, daken, de schoorsteen, cadeaus… en het ouderwetse idee dat ze boos worden als je stout bent. Tot het helemaal klopte.

Er kwam applaus — en vooral: die warme bevestiging aan tafel: “Dat is heel goed gedaan.”
En ja: even werd er ook gelachen om de praktische vraag die bij Zilveren Verhalen vaker terugkomt: wat rijmt er in godsnaam op …. ?


Over kerstbomen, “de juiste volgorde” en hoe het vroeger was

Van Sinterklaas was het een kleine stap naar Kerstmis. En daar ging het verrassend lang over: zet je de boom pas na de Sint? Was dat vroeger echt “zo”? En hoe zat dat met katholiek/protestants, kerststal versus kerstboom? Een limerick over de juiste chronologie gaf nog geen uitsluitsel.

Je voelde: iedereen heeft wel een versie van “de juiste volgorde”.

En alsof het helemaal in de sfeer paste, las ik ook nog een andere eigen limerick over een echtpaar uit Weelde — met een trouwring in de kerstboom en… een Sint die de boom op de schroothoop kiepert. Absurd, en juist daarom zo passend.


Herfst, spruitjes en de geur van natte sjaals

Chaos als altijd, het is nog herfst, dus  gingen we een heel andere kant op: herfstherinneringen. De geur van natte handschoenen in huis. Kastanjes rapen. Dieren knutselen. En dan ineens: spruitjes.

Het korte verhaal uit ‘Ik weet nog goed’ van Joke De Jonge over “tamme kastanjes” die eigenlijk een trucje bleken (spruitjes verstopt!) zorgde voor herkenning en weerstand tegelijk: er kwam een koor van “Nee! Nee! Nee!” toen ik vroeg of spruitjes lekker waren.

En zo werd eten ineens een mini-thema: spruitjes, witlof, stoof, “mijn portie mag jij hebben”… Het voelde huiselijk, alsof we even allemaal in dezelfde keuken van vroeger stonden.


Dierenkaarten, fantasie en een haai op het dak

We sloten af met het spel van de verbeelding (van Kasper Bormans) en de al bekende dierenkaarten. En hoe heerlijk was dat: een haai en een vlinder die elkaar tegenkomen, en uiteindelijk allebei gewoon… rusten.

De vlinder zat op de rug van de haai om uit te blazen (die moest “veel vliegen”), en dan gingen ze samen naar… het dak. Omdat ze moe waren van het zwemmen én het vliegen. Logisch, vond iedereen. En eerlijk: soms is dat het mooiste aan verhalen. Dat ze nergens “naartoe moeten”, behalve naar een plek waar je even mag liggen.

Daarna kwamen er nog combinaties zoals een ezel en een vleermuis, ergens tussen stal en boomhut, met de onvermijdelijke conclusie: een ezel kan niet vliegen… maar in een verhaal mag alles.


Muziek als dessert

Zoals vaker eindigden we met muziek: Nederlandstalig, herkenbaar, gezellig. Even samen luisteren, even mee neuriën, even “op de goede manier” chaotisch. En vooral: samen.


Tot slot

Het was een sessie met veel ingrediënten: bekende gedichten, eigen werk, Sinterklaas, kerstregels, herfstgeuren, dierenverhalen en liedjes. En toch viel alles mooi samen in één sfeer: warm, licht, grappig en menselijk.

Echtpaar

Er was eens een echtpaar uit Weelde, 
dat jaren al lief en leed deelde.
Zij vond hem zo lief,
Zij zijn hartedief.
’t Was Kerstmis dat hen haast verdeelde!

Hij wou aan haar eens iets moois geven.
Een trouwring! Da’s echt voor het leven.
In de kerstboom hing,
de dure trouwring.
Heel hoog bij de piek aan het zweven.

Maar op die noodlottige avond,
hun huwelijk bijna in de afgrond!
Hij kwam gewoon thuis,
er was iets niet pluis:
De boom was weg van waar hij eerst stond.

Zo kwaad op de vrouw van zijn dromen.
Hoe is het zover toch gekomen?
Hij riep: ‘kom nu, zeg:
Waarom de boom weg?
Wie heeft nu iets tegen kerstbomen?’

De Sint had het Weelds huis betreden!
De heilige man was tevreden,
Hij haatte zijn broer.
de kerstman zijn tour
is later. Dus wordt kerst vermeden.


Sint gooide de boom op de schroothoop.
Toen zag hij de trouwring. De nieuwkoop.
Hij had toen wat schroom,
terug met die boom.
Voor ’t echtpaar excuses. De afloop:

De trouwring was niet weggesmeten.
Of Toch niet met hun medeweten.
Het echtpaar ook schroom.
Te vroeg met de boom….
dat zullen ze nooit meer vergeten.

Sinterklaas

Sinterklaas en zwarte piet gaan komen,
dat willen ze ons wijs maken.
Als kind konden we van hen dromen.
en zwarte piet liep over de daken.

Hij kwam door de schoorsteen met een zak cadeaus,
dat maakt alle kinderen blij,
Maar als we stout zijn worden ze boos
dus zijn we braaf voor hen allebei