Al dat lekkers

Ik eet een lekkere koek, 
maar sebiet pas ik niet meer in m’n broek!
Ik eet een lekkere cake,
en het is snel dat die broek te klein bleek...

We horen ons broek kraken,
dus we zullen ze maar groter maken.
Want ik ga pas op dieet,
als ik eerst pralines eet.

Nieuwe Kaai – 31 oktober

De laatste dag van oktober bracht, bijzonder genoeg, griezel én gezelligheid.
Een herfstige namiddag waarop verhalen ons vanzelf dichterbij deden kruipen.

We begonnen rustig, met een klassieker:
November” – Herman De Coninck.
Een gedicht dat eigenlijk niet past bij de tijd van het jaar — het is tenslotte Halloween!
Maar ergens past het perfect: het zit tussen vallen en beginnen, tussen wat voorbij is en wat blijft.
“Speciaal,” zei iemand, “ge moet er van nadenken.”

Daarna werd het luchtiger, met Slak in de herfst,
een eigenzinnig herfstgedicht over traagheid, roken (ik ben ondertussen wel een gestopte roker 😉) en vergissingen.
Een slak die bij niemand van de deelnemers in de tuin welkom bleek, maar gewoon een herfstblad bleek te zijn.

Dat vormde meteen het bruggetje naar een hele reeks herfstgedichten,
reeds vaker voorgelezen, maar het blijven klassiekers.
Over regen en kortere dagen, over mopperen en cocoonen.
De toon verschoof van “ik haat de herfst” naar “oké, herfst valt reuze mee” — een zachte verzoening met de seizoenen.

Tussen de gesprekken door kwamen ook herinneringen naar boven: kastanjes rapen, aan de Leuvense stoof zitten, geuren van soep en pannenkoeken.
De toon was gezet.

Maar het bleef natuurlijk 31 oktober…
En dus mocht er gerust wat griezel bij.

Ik las “Voorlezen” – Johanna Kruit (Plint),
een donker bos vol trollen en kinderen die zich schuilhouden.
Daarna “Man onder mijn bed” – Rian Visser (Plint),
waar de engste man juist diegene is die je niet ziet.

Met “Sebastiaan de spin” – Annie M.G. Schmidt kwamen we bij de spinnen terecht — koppig, eigenzinnig, net als wij.
Perfect voor Halloween, en toch net niet té eng.

En toen klonk plots muziek: In de stille Kempen.
Daarop volgde een nieuw, zelfgeschreven gedicht:
“Op de purperen hei”,
over wandelen in de herfstige hei, niet in de zomerse hei,
over stilte zoeken en rust vinden — niet buiten, maar in jezelf.


Na de poëzie kwam de verbeelding.

Met het Spel van de verbeelding van Kasper Bormans maakten we samen drie knotsgekke verhalen:

🐻 De beer en de kapotte bal – over een beer met een geheim dat hij niet kan vertellen. (Ah ja, want het is een beer, die praten niet.)
🦚 De pauw met een broek en een zakmes – die pauw zweeft zodra de zwaartekracht wegvalt. (Aha en zo kan de trage schildpad toch weer mee racen.)
🦏🐘 De neushoorn en de olifant ontsnappen uit de dierentuin, naar de woestijn van Jef – die ruzie maken over een spelletje, maar eindigen in vriendschap. Gelukkig is Jef zijn woestijn gratis. (De dierentuin is dat namelijk niet!)

De fantasie was groter dan de kamer zelf. Gegniffel en gegrinnik vulden de zithoek.
Heerlijk om te mogen beleven.


Daarna keerden we terug naar poëzie.

Een luchtige limerick: Diefstal,
een ondeugend versje over een hartendiefje.

Een teder moment met Afasie,
voor wie woorden zoekt en toch gevonden wordt.

En tenslotte drie limericks uit de reeks “Een kwartier
humor over dutjes, dokters en eeuwige vertraging.

En omdat er nooit genoeg woorden zijn,
maakten we er samen nog nieuwe: drie elfjes.

De laatste daarvan was:

prima
gezellige woonst
de nieuwe kaai
we wonen hier graag
welkom

Niet alleen een gedicht dat perfect verwoordt waar de medewerkers van de Nieuwe Kaai keihard voor werken en dus in slagen, maar ook een samenvatting van de hele namiddag: welkom, warm en wonderlijk.

Toen klonken de woorden: “De tijd zit erop.”
Natuurlijk moest dan het lied van Bobbejaan Schoepen volgen: Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Toen dat lied de ruimte vulde, glimlachten we allemaal — een beetje moe, maar zeker voldaan.

De herfst mag nog even blijven.

✨ Niet alleen door de griezel en gezelligheid een speciale sessie, maar zeker ook door onze geweldige ‘Wat Alz’ verhalen dankzij het spel van de verbeelding van Kasper Bormans!

📸 Gebruik jij je fantasie nog steeds? Dat kan dus! Wat levert jouw knotsgekke fantasie je op?

👉Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be of verzin het gewoon…

Kwartierke – limericks


Een kwartierke I
Ik zeg vastberaden ‘een kwartier’.
‘t Is nodig en niet voor ’t plezier:
een klein dutje doen,
én niet tot de noen.
Hij weet da’k het zeg in een delier.

Een kwartierke II
We moeten nu toch snel vertrekken.
Ik roep daarom fel: ‘nondedekke’.
Want hij kan niet mee.
Hij zit op ‘t wc.
Zal waarschijnlijk ook niet doortrekken.

Een kwartierke III
Zelfs mannen, die verder wel deugen,
vertellen soms één grote leugen:
Maar écht, een kwartier?!
Dat doet haar plezier:
Hij snoozet kort. Dat blijft haar verheugen.

Een kwartierke IV
Ik knoei met iets brandends en chemisch,
dus ga naar de arts voor iets medisch.
Hij wijst me de deur.
Te laat?! Wat een zeur…
Dat is hier toch steeds academisch?

Een kwartierke V
Er was eens een geheim agente,
maar ’t was echt geen goei, geen decente.
Ze was super slecht!
Dit deed ze dus echt:
Verraadt ’t hoofdkwartier voor wat centen….





Op de purperen hei

Mijn huisje staat misschien wat eenzaam,
maar er loopt ook wel eens een kat rond.
Op een herfstavond, stond ik alleen,
en, ach, dit meisje zocht even wat rust.

Hoe schoon nog de wereld, de herfstige hei,
de bladeren vallen van de bomen, dat maakt me blij
Hoe schoon nog de wereld, de herfstige hei,
ik zoek gewoon wat stilte en wat tijd voor mij.

De stille kempen groeien zorgzaam
en er staan nog berken in de grond.
Op een herfstavond, wandel ik alleen,
en, ach, dat die todolijst mijn voeten kust.

Hoe schoon nog de wereld, de herfstige hei,
ik vind in de natuur elke dag tijd voor mij!
Hoe schoon nog de wereld, de herfstige hei,
ik zoek geen rust meer, want vind die in mij.

Elfjes

herfst
tussenin bomen
geur is lekker
rode en groene kleuren
mooi!

warmte
onze voeten
warmen lekker op
aan de leuvense stoof
tevreden

prima
gezellige woonst
de nieuwe kaai
we wonen hier graag
welkom


Afasie

Ik vind geen woorden!
Wat is dit? Jouw naam? Zijn naam? Hoe heet dat?
Je vindt geen woorden.
Zeg me alleen dit: blijf ik jouw lieve schat?

Ik vind geen woorden!
Hoe moet ik het noemen, hoe ik me voel?
Er zijn geen woorden.
Als ik je hand neem, weet je wat ik bedoel.

Ik blijf je vinden, lieve schat,
ook al voel je je verloren.
Je vindt er geen woorden voor,
maar ik blijf je horen.

Slak in de herfst

Zat ik een sigaretje te roken voor ik ging lopen,
kwam er een slak aangekropen.
Nu ja, kruipen… Ze was wat traag.
En door die rook zag ik het wat vaag.

Misschien ben ik zelf ook niet zo snel.
Was de slak een vrouwtje? Mannetje kan ook wel.
Wat doet die slak hier nu nog?
Er is al genoeg geslijm op de wereld, toch?

Wat zo’n arme slak niet kan veroorzaken!
Maar het kan haar (of hem) niet raken.
Ze kruipt door, trekt zich er niets van aan,
of ja, kruipen, een soort van slijmerig gaan.

Dus zo was ik wat over het leven aan het denken
over wat mijn geslaakte zuchten de wereld nog kan schenken.
Een slak laat pas sporen na!
Ik ben al blij wanneer ik mijn zinnen kan afmak… Bijna…

Bij al dat gepeins viel er wat as van mijn sigaret.
De slak was daar niet zo mee opgezet.
Zij (of hij) vloog in brand.
Wat was er aan de hand?

Zit ik zo na te denken over het leven…
Door de rook en de duisternis dacht ik heel even
dat er een slak was die om mijn zorgen gaf.
Bleek het een herfstblad te zijn. Viel gewoon van de boom af.