Van schoolherinneringen tot purperen heide

“Hebben jullie iets met gedichten?” Het leek aanvankelijk van niet. Maar toen de eerste woorden van Jantje zag eens pruimen hangen klonken, kwam de herkenning al. Ook het Avondliedeke van Alice Nahon bracht ons terug naar de schoolbanken. “Dat hebben wij vroeger op school geleerd, hè?”

Zo begon een gesprek over de schooltijd. Over het plezier van andere leerlingen ontmoeten, maar ook over punten en onaangename ervaringen. Aan tafel bleken verschillende mensen zelf lesgegeven te hebben. Muziek, snit en naad, het middelbaar onderwijs… Er zat zelfs een voormalige directrice bij. Mijn bekentenis dat op tijd komen nooit mijn sterkste kant was geweest, kreeg plots een ander publiek.

Was het vroeger strenger op school? Daar kwam geen eenvoudig ja of nee op. Het hing af van de school, van de mensen en van de omstandigheden. De korte gedichtjes over wiskunde, geschiedenis, turnen en Nederlands sloten aan bij die herinneringen.

Daarna verlieten we de schoolbanken voor een verhaal over een typemachine. Een meisje zoekt vergeefs naar de knop om naar de volgende regel te gaan, terwijl haar moeke rustig uitlegt hoe de hendel werkt. Ook de afwas met de hand en het blauwe blikje Nivea kregen een plaats in het verhaal. “Levensecht”, klonk het achteraf.

We praatten over zelf verhalen verzinnen en schrijven. Een deelnemer vertelde over het opschrijven van dagelijkse gebeurtenissen. Een ander herinnerde zich nog wel verhalen verzonnen te hebben, maar niet meer waarover ze gingen.

Vervolgens kreeg onze fantasie vrij spel met een verhalenspel. Een eenzame slang ontmoette een verlegen neushoorn. Wat zou er gebeuren? De neushoorn probeerde de slang te pakken, maar die was hem te snel af. Toen belandden de dieren samen in een bootje. Dat kantelde. De neushoorn kon niet zwemmen en de slang verdween. Het werd een onverwacht donker avontuur, waarin iedereen mee mocht verzinnen. Er waren geen foute antwoorden.

Kilometers ver: purper

Voor ons gezamenlijke elfje kozen we de heide. Meteen kwamen er woorden en beelden: goede geuren, heide plukken en een uitzicht dat maar blijft doorgaan. De Kalmthoutse Heide werd genoemd. Zo ver je kon kijken, zag je purper.

Samen zochten we naar de woorden voor elke regel. Dit werd ons elfje.

Het gesprek ging nog even verder over de uitgestrektheid van de heide en over wandelen en fietsen op de zandgrond. Aansluitend luisterden we naar In de stille Kempen. “Dat is een klassieker”, werd er gezegd.

Van bloemen naar wensen

In een volgend verhaal hielp nichtje Noortje in de tuin. Alleen trok zij de margrietjes uit en liet ze de paardenbloemen staan. Die vond ze veel mooier: daar kon je tegen blazen en een wens bij doen. Wat voor de ene onkruid is, kan voor een ander iets bijzonders zijn.

Het blazen tegen paardenbloemen was herkenbaar. Maar wat zouden we vandaag wensen? Een nieuwe auto, bijvoorbeeld. Iemand had niet meteen nog een wens: in zekere mate waren die al vervuld. Een andere deelnemer wenste dat er geen oorlog meer zou zijn. Tussendoor was er ook ruimte voor een kwinkslag. Op mijn voorstel om een gewenst miljoen euro aan mij te geven, volgde prompt: “Moet gij maar werken.”

“Ik heb jullie opgehouden met verhalen en gedichten”, zei ik aan het einde. Daar kwam een warme reactie op: “Dat kan je geen ophouden noemen. Het was te mooi.”

Een mooie laatste gedachte na een voormiddag waarin we samen herinnerden, fantaseerden en woorden zochten.

Geef een reactie