Op dinsdag 6 oktober schoof ik opnieuw aan bij de tafel in de CADO in LDC Albert Van Dyck. Nog voor de eerste gedichten klonken, ging het al over kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Met al die mensen zou zelfs deze grote tafel te klein kunnen worden. Dan maar in twee shiften eten. Of drie!

Er was ook iemand voor het eerst bij. Gedichten schrijven was niet meteen zijn hobby; golfen en voetbal lagen hem meer. Hij vertelde dat hij tot zijn 94ste had gegolft. Inmiddels was hij 95. Voor golf moest je geduld hebben, vonden we. Voor een gedicht misschien ook wel. Gelukkig konden we samen naar de woorden zoeken.

Herfstkleuren en de verwarming hoger

Ik had limericks over de seizoenen meegebracht. Op winter, zomer en lente valt nog wel iets te rijmen. Maar herfst? Dat woord maakte het me behoorlijk moeilijk. De herfst zelf verdeelde de tafel ook een beetje. De ene genoot van de kleuren van de bladeren en het korter worden van de dagen, de andere koos liever voor de lente en de bloemen.

We praatten over thee drinken, donkere ochtenden en Halloween. Daarna schreven we samen een elfje. De bladeren verkleurden, het werd kouder en de verwarming mocht weer wat hoger. Het laatste woord kwam vanzelf: gezelligheid.

Speelgoed van vroeger

Een verhaal over een bromtol bracht ons bij het speelgoed van vroeger. We haalden herinneringen op aan diabolo’s, stelten en potjes met touwtjes om op te lopen. Er kwamen houten treintjes, speelgoedauto’s en een View-Master voorbij. Bij de modeltreinen hoorde soms ook een papa die er verstand van had. En die natuurlijk mee moest spelen.

Ook de hoelahoep kwam ter sprake. Sommige dingen blijven plezant, hoe oud ze ook zijn. Van de speelgoedherinneringen maakten we een tweede elfje.

Een liedje en een stukje appeltaart

Met een boekje vol weetjes reisden we verder naar de jaren tachtig. Van tennis en de Rubiks kubus kwamen we bij Sandra Kim terecht. Haar overwinning met J’aime la vie riep herkenning op. Ik zette het liedje even op: ook muziek kon ons terugbrengen naar vroeger.

Daarna las ik een verhaal over appeltaart voor. Over appeltjes van de buren, vlechtwerk van deeg en stiekem snoepen voor de taart klaar is. Aan tafel vulden we het menu graag aan: een bolletje ijs, wat room, kaneel… Van praten over eten krijg je vanzelf zin in iets lekkers.

We sloten af met nog een herfstgedicht van mij. Daarin werd eerst flink gezaagd over regen, Halloween en korte dagen. Maar uiteindelijk bleek ook het cocoonen onder iets warms zijn charme te hebben. Mijn stem begon het ondertussen op te geven. Ook dat lag volgens de tafel aan de herfst. Zo kreeg het seizoen toch nog het laatste woord.

Geef een reactie