
Ik keerde vandaag terug naar WZC De Vliet voor een tweede sessie van Zilveren Verhalen. Deze keer verzamelde zich een kleine groep bewoners in een leefruimte, en deze bewoners waren vooral aandachtige luiseraars. Het was een rustige namiddag, met minder spontane reacties dan ik gewoon ben, maar dat maakte de sfeer niet minder warm. (Gelukkig was er een goede airco 😉 ). Soms zit de kracht van een sessie net in het samen luisteren.
We begonnen met enkele bekende gedichten. Jantje zag eens pruimen hangen bracht meteen herkenning, net als Avondliedeke van Alice Nahon. Tot mijn verrassing konden verschillende bewoners delen van het gedicht zelfs nog mee opzeggen. Het blijft bijzonder hoe poëzie die tientallen jaren geleden op school werd geleerd, zo lang in het geheugen kan blijven leven.
Daarna vertelde ik een nieuw verhaal over Jef, die dolgraag wil dansen met Margrietje. Hij telt koppig tot vier terwijl een wals natuurlijk in drie gaat. Gelukkig helpt Margrietje hem op weg en eindigt het verhaal in een geslaagde dans. Dat vormde meteen de brug naar Zie ik de lichtjes van de Schelde, zonder twijfel het hoogtepunt van de namiddag. Verschillende bewoners zongen spontaan mee en genoten zichtbaar van het lied. Later volgden, op vraag van de groep, nog Aan het strand van Oostende, Duivenkot en Eén kopje koffie. Muziek bleek deze keer duidelijk de sleutel tot verbinding.
Natuurlijk mocht ook de poëzie niet ontbreken. We lazen samen enkele zomerse elfjes uit Dichter bij de seizoenen, een gedicht van Annie M.G. Schmidt over de hitte, Onder de appelboom van Rutger Kopland, Geluk van Toon Hermans en een zomerse pantoum. De bewoners luisterden aandachtig, maar voelden weinig behoefte om zelf lange gedichten te schrijven. Dat hoeft ook niet. Niet elke sessie vraagt om veel woorden.
Toch ontstond er, vanuit de gesprekken over de zomer, een klein gezamenlijk elfje. Elf eenvoudige woorden die mooi samenvatten waar de groep spontaan naartoe ging: genieten van de zomer, muziek en fijne herinneringen.
Later vertelde ik ook twee verhalen over Minoes de poes, die ’s nachts absoluut niet wil slapen en er bovendien een gewoonte van maakt om koffietassen van tafel te gooien. Die herkenbare kattenstreken zorgden voor enkele glimlachen en vormden een leuke overgang naar het afsluitende koffielied.
Na afloop gaf een van de bewoners aan dat de vragen die ik stelde soms wat moeilijk waren om te beantwoorden. Dat was voor mij een waardevolle bedenking. Niet elke groep wil uitgebreid vertellen; soms is luisteren al meer dan voldoende. Deze sessie herinnerde me eraan dat Zilveren Verhalen niet alleen draait om zelf schrijven of veel interactie, maar evenzeer om samen genieten van verhalen, gedichten en muziek. Ook dat zijn waardevolle ontmoetingen.