Nieuwe Kaai – 14 november 2025

Appeltaart, honden en muziek voor het gemoed

Soms begint een namiddag al meteen met een glimlach. Deze keer was dat dankzij een eenvoudig, maar raak gedicht: “Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder. Een vis is blij met water, een eskimo met kou, een bloempje met de bijtjes – en wij, wij waren die namiddag vooral blij met elkaar. Het zette meteen de toon: samen zijn, samen luisteren en samen lachen.

Daarna doken we een verhaal in over… appeltaart uit het boek Ik weet nog goed van Joke de Jonge. Niet zomaar een taart, maar “de lekkerste appeltaart van heel de wereld”, met vlechtwerk bovenop en rozijntjes in het deeg. Terwijl Truus en Piet in het verhaal herinneringen ophaalden, gebeurde dat rond de tafel ook: wie bakte er vroeger zelf? Wie mocht er van het deeg proeven? Het was bijna alsof we de geur van versgebakken taart écht konden ruiken. Ik kreeg bijna naar mijn voeten dat ik zo’n appeltaart niet gewoon had meegebracht.

We lazen ook een stukje non-fictie over vroeger uit het boek In mijn tijd van Elke Uijtewaal, toen jongeren soms hun tanden lieten trekken en een kunstgebit kregen als “cadeau”. Dat zorgde voor verbaasde reacties, herkenning én wat gegrom richting tandarts. Het contrast met nu – fluoride, tandpasta, betere tandzorg – zorgde voor gesprekjes over snoepen, tanden poetsen en bang zijn voor de tandarts.

Daarna kwam de koffie aan de beurt. Eerst in de vorm van een limerick, daarna via een herkenbaar Nederlandstalig liedje, één kopje koffie van V.O.F. De Kunst. Koffie als opstarter van de dag, als troost, als beetje “gezelligheid in een tas”: iedereen had er wel een gedachte of herinnering bij. Muziek hielp om de verhalen los te maken – en om af en toe zacht mee te neuriën.

Een langer verhaal over bingo en een flamingo bracht dan weer humor én ontroering samen. Wat begint als een spelletje met een gekke hoofdprijs, groeit uit tot een verhaal over vriendschap, gezien worden en zachter worden voor elkaar. Herkenbaar in een woonzorgcentrum, waar kleine gebaren en samen spelletjes spelen vaak méér betekenen dan je op het eerste gezicht denkt.

In het tweede deel van de sessie gingen we zelf aan het schrijven. Eerst maakten we samen een gedicht over wandelen in het bos met de honden: de vrijheid, de zorg om ze niet kwijt te raken, en de simpele vreugde van zo’n herfstdag. Even later volgde een tweede groepsgedicht over muziek – hoe die altijd goed doet, zeker als je wat slechtgezind bent. De woorden kwamen stap voor stap, maar de ideeën waren duidelijk: natuur, dieren, muziek en herinneringen doen allemaal deugd.

Tussendoor hadden we het over de winter die eraan komt: sneeuwmannen bouwen, glibberige wegen, bang zijn om met de auto of fiets de baan op te moeten, maar ook de schoonheid van een sneeuwtapijt en het kinderlijke plezier van in de sneeuw spelen. Een gedicht over de vijf zintuigen nodigde uit om te praten over wat we graag ruiken, horen, zien, voelen en proeven – van sneeuwpret tot chocolaatjes.

We sloten weer af met een gedicht over geluk: niet als iets groots en ongrijpbaars, maar in kleine dingen. Een glimlach, iemand die de afwas doet, een danspas, een liedje. Geluk in een verhaal, een kop koffie, een herinnering, een grap, een deelmoment in de zithoek.

✨Zo werd het opnieuw een warme sessie vol geluksmomentjes. Gaat het echt over die flamingo in dat ene verhaal? Is de koffie die rijmt écht zo belangrijk? Neen, vooral connectie maken, écht met elkaar spreken en luisteren, dat is belangrijk. De zilveren verhalen geven alleen een aanzet.

📸 Wat geeft jou net dat duwtje in de rug om echt in connectie te gaan?

👉Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be en blijf het vooral gewoon doen en ervaren!

5 zintuigen

Soms ligt er wat op m’n tong.
Ik proef mijn woorden.
Niets op het puntje en zeker geen hart. Ik proef.
Ik proef alles.
Ik houd me nu aan m’n woord
dat ik tijd heb.

Soms zit er iets in m’n oren.
Ik hoor jouw stem.
Geen herinnering of waan. Ik hoor.
Ik hoor alles.
Ik hoor weer thuis.
waar ik eerder verloren was.

Soms zit er iets in m’n neus.
Ik kan weer ruiken.
Geen gepeuter of stank. Ik ruik.
Ik ruik de wereld.
Ik ben een ruiker
Dat de wereld mooi ruikt met jou erin.

Soms zit er iets op m’n huid.
Het zijn de kriebels.
Geen kippenvel of jeuk. Ik voel.
Ik voel alles.
Ik voel me geborgen
In jouw armen.

Soms zit er iets in m’n ogen.
Ik zie de wereld dan.
Geen roze bril of blinde vlek. Ik zie.
Ik zie alles.
Ik ben de ziener.
Jou zie ik het liefst van al.


Bingo


Het was een gewone spelnamiddag in het rusthuis.
Ze speelden het simpele spelletje bingo.
Iedereen bad echter en sloeg continu een kruis.
De hoofdprijs was namelijk een flamingo.

De nummers afroepen ging voor iedereen te traag.
Ze wilden allemaal winnen,
maar vooral Charel wou de flamingo heel graag.
Voor hem kon de pret dan pas beginnen.

Hij wou de flamingo wat blauwe druiven voeren.
Om eens te kijken of het beest anders zou kleuren.
Hij wou met het blauwe dier dan gaan toeren.
Zodat mensen voor geld de flamingo konden keuren.

Charel kon niet altijd goed volgen tijdens het spel.
Hij was namelijk zenuwachtig voor wat komen zou.
Het was een geniaal plan, dat wist hij wel,
maar wat als die flamingo anders zou kleuren dan blauw.

Hij was zo ontzettend aan het zweten,
daardoor miste hij het nummertje 10.
Hij kon niet zeggen hoe ze heette,
maar zijn buurvrouw had dat gezien.

Eigenlijk was haar hulp een wonder.
Iedereen dong namelijk zo naar de hoofdprijs.
Dat maakte haar meteen zo bijzonder.
Bovendien was Charel eigenlijk nogal eigenwijs.

Hij zou nooit een ander willen helpen met iets.
Zeker geen vrouw waarvan hij de naam niet wist
Dus hij was stomverbaasd en zei helemaal niets.
Ze vroeg: ‘Ga je nog danku zeggen of ga je chagrijnig in de kist?’

Hij mompelde iets, maar het was geen uiting van dankbaarheid.
Ze zei: ‘Ik durf nooit goed roepen als ik een volle kaart bereik,
dat ik toch mee doe is puur voor de bezigheid.
Het is daarom dat ik wat met jou meekijk.’

Charel herpakte zich toen gauw.
‘Ik kan mijn eigen flamingo winnen’,
zei hij met een gemene snauw,
‘Met mee loeren moet je dus niet beginnen!’

‘Ga jij gerust verder met sukkelen en grommen,
Dan volg ik de afgeroepen nummertjes wat.’
Hij riep heel luid ‘godverdomme!’.
Toen ze zei: ’14 is net geweest, wist je dat?’

‘Waarom wil jij per se een flamingo?
Ik kan er effectief iets mee bereiken.
Jij doet enkel voor de lol mee met bingo,
zodat je tijd wat zou verstrijken.’

‘Je kent me misschien helemaal niet,
Ik heb je echter al een tijdje in het oog.
Je vloekt en provoceert alsof niemand het hoort of ziet.
Maar luister nu naar mijn volgende betoog:

Je kan niets meer bereiken in het leven,
Dan zorg te dragen voor een ander persoon.
Ook al hebben wij nog maar even,
Ik vind die houding heel gewoon.

Je kan chagrijnig zijn en snauwen op ieder mens.
Ik snap dat het leven nog weinig voor je lijkt te bieden.
Toch heb ik voor jou nog een enkele wens:
Ik weet niet wat er in je leven al geschiedde.

Het was misschien ellende of verdriet.
Je lijkt me alleszins ontzettend moe.
Veranderen hoef je van mij niet.
Ik wens je gewoon wat meer vreugde toe

Laat me dus helpen met het winnen van die flamingo.
Ik volg de nummertjes voor jou.
En als we een volle kaart hebben met deze bingo.
Probeer dan luid te roepen zonder een snauw.’

De namiddag ging nog steeds traag voorbij.
Evengoed in stilte zaten ze naast elkaar.
Stiekem was hij wel blij
en apprecieerde hij haar woorden en gebaar.

Geen van beiden won spijtig genoeg de hoofdprijs.
Charel was vastberaden het beest dan gewoon te stelen.
Hij was tenslotte eigenwijs.
De andere ouderen waren niet zo rap maar wel met velen.

Hij vroeg haar voor de diefstal om wat afleiding.
Dus toen fakete ze een hartaanval.
Hij ging ervandoor, maar had met een rolstoel een aanrijding.
De botsing gaf een ongelooflijke knal.

De vrouw begon haar aanval te laten verzwakken.
De zorg was over dit herstel stomverbaasd.
Charel kreeg in de chaos het beest te pakken.
Hij had zich ontzettend gehaast.

Hij zweette nog erger dan daarvoor,
maar was zo fier als een pauw.
‘Nu kan ik er met de flamingo vandoor.’
‘Ik weet iets beters,’ zei de oude vrouw.

‘Laat het beestje toch gewoon vrij.
Dan kan het nog vliegen zijn verdere leven.
Dat maakt ons pas blij.
Want dan kunnen we een anders iets geven.’

Charel keek de vrouw ongemakkelijk aan.
Het was lang geleden en hij was wat onbekwaam,
Maar stamelend wou hij er toch voor gaan:
‘Wat is eigenlijk je naam?’

‘Ik ben Lieva zei ze toen, wie ben jij?’
Charel gaf toen ook zijn naam prijs.
‘Vanaf nu ben je niet meer alleen, maar is het wij.’
Die uitspraak bracht hem van de wijs.

Vanaf toen stal hij toch niet meer zo veel.
En hij leerde Lieva om wat luider te spreken,
ook al kreeg ze het daarvan in haar keel.
Ze hebben sindsdien niet meer van elkaars zijde geweken.


Zo zie je maar wat een spelletje bingo
in een mensenleven allemaal veranderen kan.
Het had ook wel wat te maken met die flamingo,
maar vooral met de liefde die voortvloeide ervan.






Bibliotheek Turnhout – oktober, november

Zilveren Verhalen in de Bibliotheek – over woorden, nabijheid en luisteren

Toegegeven: een duo kan je (nog) geen groep noemen, maar de voorbije weken hebben we in de bibliotheek wél waardevolle gesprekken gevoerd.
We spraken niet alleen over dementie en over verhalen, maar vooral over de kracht van die verhalen — in elke fase van het leven.

Het ging over verhalen bij het levenseinde: hoe woorden of herinneringen steun kunnen bieden, vlak voor én na een afscheid. Niet alleen bij dementie, maar ook in de laatste levensfase, kunnen verhalen troostend én helend werken.

We hadden het ook over hoe moeilijk het soms is om nog tot in de bibliotheek te geraken. Daarom dromen we van manieren om de Zilveren Verhalen meer naar buiten te brengen — tot bij mensen thuis of in de lokale dienstencentra. Wie weet groeit dat idee nog verder? Houd de pagina dus zeker in de gaten.

Verder bedachten we dat de bibliotheek zelf een bron van verhalen is. Misschien ligt daar net een kans voor mantelzorgers, familie of vrienden van mensen met dementie — om er materiaal te ontdekken, boeken of gespreksstarters te vinden, en inspiratie op te doen. Want wat zeg je nog, als woorden soms moeilijk worden? Misschien begint het bij luisteren, of bij een verhaal dat je zelf gewoon vertelt.

Gespreksstof genoeg in de bibliotheek dus. Nog geen échte verhalensessies, maar dat is ergens ook niet erg. We surfen op de golven van wat nodig is.
💬 Wil je er eens bijzijn? Dat kan nog in november (18/11) en in december (2/12, 16/12 en 30/12).

Bremdael – 7 november

Van hart tot hart

Sommige sessies lijken vanzelf te stromen.
Deze was er zo één. Opvallend: vorige keer in Bremdael diende ik nog de krant te nemen om de tijd rond te krijgen.
Deze keer moesten we stoppen — er was al één uur en vijftig minuten gepasseerd!
Maar de tijd werd zó goed besteed…

Er werd gelachen, geschreven, geluisterd en gedeeld — met een openheid die je niet kunt forceren.
Het voelde alsof iedereen elkaar aanvoelde: wanneer er ruimte was om te lachen, en wanneer er net even stilte mocht zijn.
En ja, soms gingen we in ons enthousiasme wat door elkaar roepen, maar ook dat kreeg z’n plaats.

Vanaf het eerste liedje zat de sfeer goed.
Twee ogen zo blauw weerklonk, zacht en herkenbaar, en er werd spontaan meegezongen.
Na een gedicht over dansen volgde de muziek van Tsjaikovski: Wals van de bloemen.
Bijna iedereen danste op de stoel — dat zette meteen de toon voor een vrolijke, speelse namiddag.
Er hing een soort lichtheid in de lucht. Het mocht, ook écht.


Humor en herkenning

Van dansen rolden we naar eten: gebakjes, patatjes, confituur.
Een speels gedicht over een meeneemgebakje deed iedereen grinniken. De patatjes stonden weer op het vuur, net als de aardbeien voor confituur — een zeer herkenbaar tafereel.

En toen kwam er een bijzonder verhaal. De aanleiding? Een trotinette!
Het resultaat? Ons eerste waargebeurde groepsgedicht.
Dat kersen op jenever voor miserie zorgen als kinderen ze stiekem naar binnen spelen, weten we nu ook weer.
Er werd gegierd van het lachen om al die gevolgen van dien…


Van verbeelding tot verbondenheid

Daarna kwamen de kaarten van het spel van de verbeelding — een idee van Kasper Bormans, dat telkens weer werkt als vonk voor nieuwe verhalen.
Vandaag ontstonden er knotsgekke taferelen:
een enthousiaste pauw en een blije schildpad bij de kapper —
Wat doen die twee bij de kapper?
Blijkbaar kregen ze de slappe lach (wij ook) en vlogen ze buiten (wij gelukkig niet).

Een tweede verhaal kon niet uitblijven: een spin die met een krokodil op reis ging en prompt de lotto won.
Er volgde ruzie over het geld — uiteraard.
Dat is altijd het geval, jammer genoeg, als er geld in het spel is.
En zo zat er dus  achter dat knotsgekke tafereel van de spin op de rug van de krokodil toch iets herkenbaars.

We konden ons op ons gemak voelen, zoeken naar woorden, en luidop lachen — precies omdat het veilig voelde om dat te doen.
Iedereen droeg iets bij: een mop, een herinnering, een rijm, een zin die bleef nazinderen.


Verhalen van vroeger

Verder doken we in herkenbare fragmenten uit de boeken In mijn tijd en Pure Nostalgie:
over oma’s koffiemolentje, autoloze zondagen, Dolle Mina en vrouwenmode in de jaren vijftig.
Ze riepen geuren en beelden op van lang geleden.
“De snelweg leeg, kinderen op rolschaatsen…”
Je zag het gewoon weer gebeuren.

Er volgden nog meer gedichten (zoals Geluk ) en verhalen (Minoes de poes),
die wel vaker opduiken bij Zilveren Verhalen.
Maar vooral het gelach bleef zich herhalen.


Gedichten als echo van gesprekken

Uit de gesprekken vloeiden kleine pareltjes van poëzie:
elfjes over vriendschap en de seizoenen,
en een groepsgedicht over wandelen in het bos.
Op het moment dat er lekkere koeken werden uitgedeeld om even van te genieten, kwamen er natuurlijk ook humoristische verzen over cake, koek, pralines én diëten.

Tussen het lachen door klonk ook verwondering.
Jawel, de bewoners van Patio in Bremdael kunnen wel degelijk rijmen en dichten —
zonder hun gat op te lichten!


Muziek als draad

De namiddag werd verder begeleid door muziek:
van Blijf je deze nacht bij mij (Salim Seghers, een verzoeknummer)
tot De soep is aangebrand (Anja Yelles) —
ah ja, we hadden het over koken.
Van Kopje koffie (V.O.F. de Kunst) tijdens de koffiepauze
tot Meneer Merlijn – Een mooie vogel wil ik zijn (Misha Marah),
aansluitend bij de knotsgekke dierenverhalen.

Afsluiten deden we vrolijk, met Oempalapapero van Marva —
handen in de lucht, meedansen, samen lachen.
Zo sloten we een warme, levendige namiddag af met een glimlach.


✨ Zo werd het een zeer geslaagde sessie.
Lijkt het wat rommelig als je dit leest? Ja, dat is ook zo — we doen veel op zo’n namiddag.
Van alles door elkaar: verhalen, muziek, poëzie, taart, gelach, en soms stilte.
Het is geen “noeste arbeid” van er zal gedicht worden
ik wil dat iedereen iets meeneemt uit zo’n sessie.
We genieten van lekkernijen, van verhalen en gedichten, van herinneringen,
maar vooral van elkaars gezelschap.

📸 Heb jij een leuke herinnering die je eens wil delen? Of op rijm wil zien staan?
👉 Deel ze gerust via info@zilverenverhalen.be
want in Bremdael kunnen ze dat vast en zeker verwezenlijken.

Herfst

De bladeren vallen van de bomen.
De koude wind is al gekomen.
Mensen ruimen de bladeren in de straten
en horen de schapen blaten.
We wandelen in de herfst graag in het bos,
want dat maakt onze zenuwen los.