LDC Albert Van Dyck – 10 februari 2026

Op 10 februari vond de allereerste Zilveren Verhalen-voormiddag plaats in het LDC Albert Van Dyck. Een switch in locatie, waarom lees je: hier.

Spannend voor iedereen dus zoals het vaak gaat was dat eerst even aftasten, maar al gauw viel het welbekende ‘rijmen en dichten zonder uw gat af te lichten.’ Dat landde, dat was het. Daarmee waren we meteen vertrokken.

We startten met het sonnet over de winter (dat duidelijk niet pro-winter is), maar al snel bleek dat er wél wintersporters in de groep zaten. Ai. Sloeg ik hier de bal mis? Oostenrijk, sneeuwklassen, après-ski — het kwam allemaal voorbij. De winter bleek voor sommigen vooral gezond… en gezellig?! Gelukkig kwamen de verhalen vanzelf, daar zat ik niet mis.

Omdat februari ook de maand van de liefde is, las ik een liefdsgedicht voor.
Dat leidde tot een mooi gesprek over liefde, communicatie en “liefdestalen”: knuffels, woorden, of gewoon de vuilnis buiten zetten. Want ja — ook dat is liefde.

Daarna gingen samen schrijven.

Het onderwerp was snel gekozen: CADO. (De dagopvang)
Wat betekent deze plek voor jullie?

Er kwamen woorden als:

  • gezelschap
  • niet alleen thuis zitten
  • samen de gazet lezen
  • koffie die al klaarstaat
  • vers, zelf gemaakt eten
  • helpende handen
  • elkaar even missen en weer terugzien

En zo ontstond dit groepsgedicht:


Er werd terecht gezegd: “Daarmee is alles gezegd in een notendop.”

We lazen nog het korte kookgedicht wat leidde tot verhalen over koken voor zestig kinderen, frieten als paradepaardje, en experimenteren met soep.

Daarna volgde een verhaal “De typemachine”, wat herinneringen opriep aan daktylolessen, liefdesbrieven typen en het heerlijke ting-geluid op het einde van de lijn.

We sloten af met het gedicht Geluk”, waarin geluk zit in kleine dingen: een danspas, een grasspriet, iemand die de afwas doet.

✨ Het werd een heerlijke eerste sessie. Een klein maar fijn groepje van CADO maakte voor mij de start. Ik vroeg me meermaals af wie nu wie op z’n gemak stelt. Bedankt voor de fijne ontvangst!

👉Kom gerust langs. Om de 14 dagen op dinsdagvoormiddag in LDC Albert Van Dyck. Nog vragen? Mail me op info@zilverenverhalen.be of stel ze me in persoon 😉

CADO

Zo begint in CADO onze dag:
onthaald worden met de glimlach.

Iedereen is welkom, met de lach en de traan,
een plaats waar verhalen en emoties ontstaan.

We lezen de gazet
en iemand heeft de koffie al gezet.

De maaltijden worden vers gemaakt,
daarvoor wordt nooit gestaakt!

Van vrolijk tot naar:
Het team staat altijd voor ons klaar.

Links en rechts zijn helpende handen,
zo smeden we mooie banden.

Soms het even missen van elkaar,
terug samen komen met een lief gebaar.

Komen naar CADO
is echt een cadeau.

Bibliotheek Turnhout – december

Afsluiting Zilveren Verhalen in Bibliotheek Turnhout

De voorbije maanden vonden er enkele mooie Zilveren Verhalen-sessies plaats in de bibliotheek van Turnhout. In december sloten we daar voorlopig af.

Hoewel het telkens bijzonder waardevolle momenten waren, bleek het moeilijk om voldoende deelnemers te bereiken. Eén dame kwam wél trouw terug – telkens opnieuw – en zij maakte van elke sessie iets bijzonders. Rika, dankjewel voor je openheid, je herinneringen en je warmte. Ik heb ongelooflijk veel van je bij geleerd en genoten van onze babbels. Je maakte het meer dan de moeite waard.

Omdat ik merkte dat de drempel naar de bib voor sommige mensen toch wat hoger lag, heb ik besloten om Zilveren Verhalen verder te zetten in het Lokaal Dienstencentrum Albert Van Dyck. Daar zit ik nu tweewekelijks op dinsdagvoormiddag.

Het LDC is voor veel thuiswonende ouderen een meer vertrouwde plek. De setting voelt toegankelijker en hopelijk bereiken we zo meer mensen die zin hebben in verhalen, herinneringen en poëzie.

Een oprechte dankjewel aan Bibliotheek Turnhout voor het vertrouwen en de kans om dit project daar op te starten. Soms verandert een plek, maar het verhaal gaat verder. 💛

Wie graag aansluit in het LDC: welkom om de twee weken op dinsdagvoormiddag!

Sint Lucia – 9 december 2025

Sinterklaas brengt pakjes… en herinneringen

Op 9 december doken we in Sint Lucia nog één keer de sfeer van Sinterklaas in. Niet met een grote zak vol cadeaus, maar met een tafel vol verhalen: over chocolade van vroeger, over spanning in huis, over liedjes, over “braaf zijn” (of net niet) en over dat moment waarop je als kind plots doorhad: Sinterklaas bestaat niet echt.

We begonnen met een kort rijmgedichtje om de toon te zetten — en meteen zat het thema goed: de volgorde van december, de winterkriebel, en ja… de kerstboom die soms véél te vroeg verschijnt. (Schande, vonden sommigen. Helemaal terecht.)

Daarna lazen we een stukje achtergrond over Sinterklaas uit het boek ‘in mijn tijd’ van Elke Uijtewaal: hoe de intocht groot werd door televisie, hoe de figuur van Zwarte Piet doorheen de jaren veranderde, en hoe de cadeautjes vroeger vaak heel anders waren dan vandaag. En toen kwamen de herinneringen vanzelf.Herinneringen: spanning, snoep en soms een tegenvaller

Er werd gelachen met de klassieke dreiging: “als ge niet braaf zijt, gaat ge mee in de zak naar Spanje.” Sommigen vonden dat vroeger écht spannend. Anderen vertelden over dat ene kind in de straat dat “eigenlijk wel had mogen meegaan” (soms zijn bewoners heerlijk eerlijk ).

En er kwamen kleine details die alles warm maken: speculaas, letterkoekjes, chocolademannetjes… en chocolade van Jacques, met prentjes om te verzamelen. Zelfs het zilverpapier kreeg een plek in het geheugen: bewaren, netjes houden, alsof het ook ergens bij hoorde.

Ook “cadeautjes die tegenvielen” passeerden: wie een elektrische trein vroeg en een poppenkast kreeg, vergeet dat dus nooit meer. Dat soort verhalen blijven hangen — en maken tegelijk dat iedereen knikt: ja, zo was dat.

We schreven ook twee teksten, lees het elfje hier en het rijmgedicht hier.

Op een bepaald moment viel een zin die de hele voormiddag samenvatte:
we zijn geen kinderen meer, maar Sinterklaas brengt nog altijd iets — herinneringen.

Sinterklaas

strooi wat lekkers in een of andere hoek, 
staan we in het Grote Sinterklaas boek?
Zijn we braaf of zijn we stout?
Ook al zijn we dan wat oud,
hij komt nog steeds langs.
en brengt ons fijne herinneringen
of snoep en andere lekkere dingen
-------------------------------
Sinterklaas is een feest
zelfs al ben je niet braaf geweest.
Hij is er voor iedereen
ook al denk je dat niet meteen.
Het draait niet om wat hij geeft,
zolang je maar een fijne tijd beleeft.
Vol verwachting blijven we dromen:
waar zal de Sint dit jaar mee komen?

Nieuwe Kaai – 23 januari 2026

Blij dat ik weer in de Nieuwe kaai was, om te luisteren, te vertellen, te schrijven — en tussendoor ook gewoon even te zijn.

Ik bracht een winters gedicht mee (eerlijk: ik ben geen wintermens). De seizoenen cirkelen, de zon moet het soms allemaal weer goedmaken. Dat leverde meteen herkenning op: warmte, licht, maar ook dat gevoel dat je soms gewoon… opnieuw moet rechtstaan.

Daarna kwamen we terecht bij huisdieren. Ik las mijn eigen “beestenboel” voor — met duiven, geiten, ezels en poezen — geïnspireerd door de vorige sessie (waar de duiven al eens onderwerp van gesprek waren geweest).
En toen ging het open: wie had er dieren? Wie had er koeien? Paarden? Katten? En vooral: wie had er geen schrik… en wie juist wél?

Er kwam een stevig verhaal op tafel, eentje dat je niet verzint: een stier, een muur, en “randje kantje”. Er werd gelachen (want humor is ook overleven), maar je voelde ook: dit is écht gebeurd, dit zit in een lijf. En tegelijk: het werd verteld zoals verhalen soms verteld worden — met nuchterheid, met een knipoog, maar ook met respect.

We maakten samen een elfje, met woorden die uit de groep kwamen. Over voorzichtig zijn. Over inschatten. Over boerderij-dieren die je beter niet onderschat. Zo’n elfje is eigenlijk een mini-samenvatting van een hele levenservaring.

Daarna werd het tijd voor iets romantisch. Ik las een tekst voor over zintuigen — over horen, ruiken, voelen, zien — en hoe de wereld anders wordt “met jou erin”. En zoals dat gaat: dan komt er ineens een klassiek rijmpje boven (“rozen verwelken, scheepjes vergaan…”), en ook zo’n typische uitspraak die in de Kempen thuishoort:
“Rijmen en dichten zonder uw gat op te lichten.”
(Die hoor ik wel vaker…)

We praatten verder over hoe liefde voor iedereen anders is. Voor de één vanzelfsprekend, voor de ander werk. Voor de één zacht, voor de ander streng maar rechtvaardig. En uit dat gesprek groeide een tweede gedicht.

Tussendoor lazen we ook twee verhalen voor uit Ik weet nog goed (zo’n fantastisch boek dat meteen iets losmaakt), en er was muziek met La ballade des gens heureux, en daarna even de vaart erin met Herman van Veen (Opzij, opzij, opzij). Dat werkt altijd.

Ik las ook mijn eigen verhaal voor over de typmachine: tik-tik-tik… een belletje… paniek… en dan moeke die gewoon weet hoe het moet.

✨ Ondanks de mooie resultaten was het deze keer toch nog weer wat zoeken geweest voor mij. Soms voelde ik me verloren. Maar echt telkens weer bracht de warmte van de Nieuwe Kaai me bij de realiteit: gewoon aanwezig zijn, vertellen, samenhorigheid. Dàt is het belangrijkste. Niet resultaten of een soepele sessie. Gewoon zijn.

Sint Lucia – 20 januari 2026

We waren samen een uurtje, maar het voelde langer. Niet omdat de tijd traag ging — integendeel — maar omdat herinneringen zich opstapelden en elkaar begonnen te verwarmen.

Poëzie als vertrekpunt

We begonnen met poëzie, met een winters sonnet.

Al snel kwamen de eerste herinneringen boven. Niet abstract, maar heel concreet: hoe sneeuw eruitzag, hoe kou voelde op wangen, hoe je lichaam reageerde op winter.

Vanuit die gesprekken groeide een gezamenlijk gedicht. Regel per regel, herinnering per herinnering. Over sleeën op de Konijnenberg, een verloren sjaal, handschoenen “op de dool”, bloemen op de ruiten en ijzel die verraderlijk glad kon zijn.

Ook de warmte van vroeger kreeg een plek:

  • klompen die deugd deden aan de voeten
  • kolenkachels die aan moesten blijven
  • de Leuvense stoof
  • een “gevaarlijk duveltje” dat warmte gaf, maar ook rook en risico

Het gedicht werd een mozaïek van stemmen — niet nostalgisch alleen, maar eerlijk. Warm én vuil. Gezellig én gevaarlijk.

In het tweede halfuur verschoof het gesprek vanzelf naar het nu. Zijn winters veranderd? Waren ze vroeger kouder, of voelden ze kouder aan?
Er werd nagedacht over donsdekens, elektrische kacheltjes, beter geïsoleerde huizen. Over comfort, maar ook over hoe we de winter vandaag anders beleven.

De conclusie kwam niet in grote woorden, maar in een eenvoudige zin waar iedereen zich in kon vinden:

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.

Daarna werd er opnieuw gelezen:
het sneeuwgedicht van Toon Hermans, over liefde en lente onder wintervlokken
– een eigen verhaal over een typemachine en een moeder aan de afwas, waar geur van Dreft en geduldige uitleg herinneringen losmaakten
– en tot slot een nieuwjaarsgedicht, zacht en speels, met een glimlach en “een zoen van je kapoen”

Er werd geluisterd, herkend, gelachen. En vooral: gedeeld.

✨ Het werd een sessie over de winter, die uiteindelijk vooral warmte bracht.

📸 Wat brengt jou warmte op een koude dag?

👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be!