LDC Albert Van Dyck – 24 februari 2026

Afgelopen dinsdag verzamelden we in LDC Albert Van Dyck met een warme CADO-groep voor een sessie vol herinneringen, muziek en lentegevoel.

We begonnen met een glimlach rond het thema ochtendhumeur. Een tas koffie, een kop thee, wat goede muziek — soms is dat genoeg om de dag goed te starten. Er werd spontaan gelachen: “Volgens mij kom jij altijd vrolijk uit je bed!”

Van daaruit ging het tempo omhoog met een gedicht over een auto, snelheid en de politie, waarna de verhalen loskwamen. Rallycross, een auto die op zijn neus stond, een noodlanding met een vliegtuig… Er werd dapper gereden én naverteld (gelukkig!). Heerlijk die verhalen van de deelnemers.


Het sonnet over dieren bracht een andere sfeer.
Hondje Fleur, vissen in de vijver, een zorgpapegaai die op schouders zit — huisdieren bleken niet zomaar dieren, maar gezelschap, troost en herinnering.

“Dat is iets dat ik wel mis,” klonk het zacht.


Het verhaal over Jef die haastig de trein neemt zorgde voor herkenning.

Treinen brachten ons naar:

  • de zoo van Antwerpen
  • Blankenberge
  • Oostende
  • daguitstappen uit de kindertijd

“Met de trein naar zee,” dat blijft iets speciaals.


Zoals vaker schreven we ook een gezamenlijk gedicht.
We kozen voor een eenvoudig maar hoopvol thema: het weer. Vandaag kregen we een voorproefje van de lente. Lees ons groepsgedicht hier.


We luisterden tussendoor nog naar volgende nummers.

  • Ik spring uit een vliegmachien
  • Tulpen uit Amsterdam
  • Het is altijd lente in de ogen van de tandartsassistente

Er werd meegezongen, gelachen en zelfs licht gedanst in de stoelen.


We sloten af met een zacht liefdesgedicht over woorden vinden — of net niet vinden — maar elkaar toch blijven horen.

✨ En zo werd deze februaridag langzaam een voorproefje van de lente. 🌷

👉 Geniet jij al van het warmere weer? Of wacht je op de échte lente op 21 maart? Laat een reactie via info@zilverenverhalen.be

Lentegevoel

de zon mag beginnen schijnen
laat onze zorgen wegkwijnen

de bloesems zullen komen
we kunnen weer gaan dromen

van een terrasje met goed weer
de lenteschoonmaak elke keer

de vogeltjes die terug fluiten
dan kom je met de glimlach buiten

na regen komt zonneschijn
laat het snel al ‘morgen’ zijn!

Nieuwe Kaai – 20 februari 2026

Thema: liefde, vriendschap en… een spiegeltent

Op 20 februari kwamen we samen in De Nieuwe Kaai voor een Zilveren Verhalen-voormiddag in het teken van liefde (Ah ja, Valentijn). We luisterden naar poëzie en liedjes, haalden herinneringen op, en schreven opnieuw samen.

We startten met een bekend gedicht: “Voor een dag van morgen” van Hans Andreus. Een tekst die meteen de toon zette: teder, eerlijk, en ergens ook een beetje weemoedig.

Daarna las ik een paar eigen teksten voor, waaronder “Jij (met de cactus, de spaghetti en de fleece) — en van daaruit rolden we vanzelf in een gesprek over kleine gelukjes, bloemen in huis en het gevoel van thuiskomen. Eén zin bleef hangen: “Als er niks van bloemen in huis staat en je komt thuis, dan voel je je precies niet thuis.”
Bloemen bleken voor sommigen echt een vaste gewoonte: kopen, krijgen, plukken… en vooral: elke week iets in huis.

We schreven die voormiddag twee elfjes en één gewoon liefdesgedicht.

1) Elfje – Boeket
Een eenvoudig, warm elfje — over geven, rozen, en gezelligheid.

2) Elfje – Spiegeltent
Naar aanleiding van het verhaal (en de herinneringen) over de spiegeltent: dansen, praten, kusjes… en de vraag die blijft hangen: zie ik je terug?
Het elfje eindigde mooi met één woord dat alles samenvatte: verliefdheid.

3) Liefde (groepsgedicht)
We bouwden samen aan een rijmend gedicht over liefde: buitengewoon, elkaar graag zien, kussen… maar ook het afscheid: zwaaien, wenen, een afscheidszoen en “tot wederziens”.

Verder klonken nog twee gedichten: alfabet en elektrieker.

Er werd ook gezongen en geluisterd tussendoor. We haalden onder andere “Ik ben verliefd op jou” van Paul Severs, erbij “Ik geef je een roosje, mijn roosje” (Conny Vandenbos), later ook “Chéri” (Eddy Wally) en “Margrietje” (Louis Neefs), we eindigden met “Lichtjes van de Schelde” (Bobbejaan Schoepen). Liedjes die meteen iets losmaakten: herkenning, melancholie, humor… en goesting om mee te zingen. Ze maakten het geheel van verhalen en herinneringen helemaal af.

Er passeerden nog een verrassend gedichtje de revue: Vinnie. Ach, het moet niet altijd zo romantisch zijn dus. 😉 We sloten af met nog een bekend gedicht over vriendschap: “Vriend” van Toon Hermans — en met de gedachte dat één goede vriend(in), of een goeie buur, soms al wonderen doet.

✨Merci om te luisteren, te zingen, te herinneren en mee te schrijven. 💛

👉 Ook met Valentijn een mooi liefdesgedicht geschreven? Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

Liefde

de liefde is toch schoon
zo goed en buitengewoon
we zien elkander graag
en we kussen elkaar

zwaaien en wenen aan de trein,
kon hij maar heel de week bij mij zijn
we geven een afscheidszoen
en tot wederziens.

Alfabet

Denk niet dat ik je met het volgende beetneem.
Het alfabet begint met de letter A en eindigt met Z.
Ja, ik heb vroeger op school goed opgelet.
Toch zit ik met een groot probleem.

Om te zeggen wat ik nu voel,
dat kan ik niet op één twee drie vier.
Zelfs op een groot vel papier.
kan ik niet goed beschrijven wat ik bedoel.

Ik blijf hier maar wat bedremmeld staan.
Het alfabet is veel te klein,
om volledig te kunnen zijn.
Je weet misschien wel waar ik naartoe wil gaan?

Ik moet het echt kunnen zeggen vandaag.
Wat ik bij jou voel en wat jij voor mij doet…
Vooruit, ik fluister het met een verlegen snoet:
Ik zie je graag!


Jos en Hugo in de spiegeltent

Jos en Hugo zijn op een feestje.
Een dorpsfeest in een spiegeltent. Houten vloer, bierglazen, lichtjes die zich duizend keer herhalen in het glas achter de toog.

Ze staan naast elkaar. Pint in de hand. Goede vrienden.

Dan komt Olga.

Ze stapt recht op Hugo af.
“Is dit plekje vrij?”

Jos en Hugo kennen Olga niet, maar dat duurt niet lang.

Ze stelt zich voor en babbelt tegen Hugo. Over de muziek. Over hoe warm het is. Ze lacht luid, vrij, zonder schroom. Hugo lacht terug. Jos staat ernaast en zegt niets.

Ze wisselen een blik, Jos en Hugo.
Zie je dat?
Ze heeft ‘iets’ voor jou Hugo.

Olga zegt geen woord tegen Jos. Geen blik. Geen vraag. Alsof hij er niet staat.
Later ziet hij haar bij haar vriendinnen. Ze is levendig, aanwezig, mooi. Hij voelt een steek van jaloezie. Niet alleen om haar — ook om Hugo.

De avond eindigt rommelig. Ze praatten niet veel meer en het afscheid is te kort.

“Tot volgende week?” vraagt Hugo.

“Ja,” zegt Jos.

Maar het klinkt niet zoals vrienden normaal afscheid nemen.


De week daarna is er opnieuw feest.

Jos twijfelt. Maar hij gaat toch.
Alleen.

Hij heeft Hugo een hele week niet gesproken. Jos had geen behoefte om Hugo te zien. Hoewel ze normaal gezien de deur bij elkaar plat lopen. Er hangt iets tussen hen wat ze niet uitspreken. Is het Olga?

De spiegeltent is weer warm. Weer vol. Maar zonder Hugo voelt het toch anders, minder vertrouwd.

Jos staat opnieuw aan de toog.

En dan voelt hij een hand op zijn arm.

“Mag ik hier even staan?”

Olga. Een warme blos op haar wang. En ook bij Jos nu.

Hij kijkt haar aan. Even weet hij niet wat te zeggen.

“Waar is je vriend?” vraagt ze.

“Geen idee,” zegt Jos schouderophalend. “Druk, denk ik.”

Ze knikt. Alsof ze iets begrijpt wat hij niet zegt.

Even is het stil. De muziek speelt. Mensen dansen.

“Mag ik u iets vragen?” zegt ze dan.

Jos knikt.

“Waarom keek deed ge alsof ik niet bestond vorig eweek.”

Hij lacht ongemakkelijk. “Dat deed gij toch?”

Ze schudt haar hoofd. “Ik durfde niet.”

Hij zwijgt.

“Ik wilde eigenlijk met u praten,” zegt ze. “Maar ge stond daar zo… samen. En hij babbelde vanzelf terug. Dat was gemakkelijker.”

Het duurt even voor het landt.

“Dus… gij had niets voor Hugo?”

Ze lacht. “Hugo? Nee.”

“Maar ge sprak alleen hem aan.”

“Omdat ik u te hard zag zitten, slimmerik” zegt ze. “Dat is soms ingewikkeld.”

Hij voelt hoe zijn borst warm wordt. Hoe zijn jaloezie ineens oplost als sneeuw in bier.

“Dat is dom,” zegt hij.

“Ja,” zegt ze. “Maar ook een beetje schoon.”

Ze lachen.  

Soms loopt de kortste weg naar iemand niet rechtdoor.
Soms moet je twee avonden wachten in dezelfde spiegeltent voor het glas eindelijk helder wordt.

Later op de avond springt Jos nog binnen bij Hugo om alles uit te leggen. Maar eerst nog een dansje met Olga.

Elektrieker

Kwam een vrouw bij de elektrieker:
“Heb weer last van kortsluiting in mijn hoofd.
Het gaat opnieuw niet zoals beloofd,
die pilletjes maken me alleen maar fanatieker.

Ik wil gewoon zijn, normaal zoals jan en alleman.”
De man fronste even zijn wenkbrauwen:
“Ik zal je dit toe vertrouwen:
zo’n kortsluiting, daar ken ik helemaal niets van.

Stop echter met vergelijken
en leef je eigen leven.
Dat zal je het meeste geven.
De toekomst zal ook voor jou mooi blijken.

Ik ben een elektrieker van niets.
Jouw kortsluitingen kan ik niet voorkomen.
Daar kunnen we alleen van dromen.
Toch weet ik wel degelijk iets:

Je bent niet alleen.
Als je hoofd begint te knetteren,
kom naar mij om wat te tetteren.
Want ik ga nergens heen.”

Jij

Als mijn koffie te warm is, 
voeg ik wat melk toe,
zodat ik niets van de dag mis.
Want soms ben ik echt zo moe.

Als mijn dag wat kleur mist,
koop ik er een plantje bij.
Dat het een cactus wordt, is al beslist.
Zo’n prikkelbaar ding maakt me blij.

Als mijn maag te hard knort,
maak ik gauw lekkere spaghetti klaar.
Dat is pas eten waar je blij van wordt.
Ja hoor, mijn glimlach is weer daar.

Als ik het buiten maar niets vind,
kruip ik onder m’n fleece.
Ik ben wel vaker slecht gezind,
dat dekentje maakt dat ik de realiteit even verlies.

Koffie met melk, een cactus, spaghetti of een fleece.
Het doet allemaal veel voor mij.
Maar er is iets dat ik boven alles verkies:
Dat ben jij.

Vinnie

Ik schrijf een versje voor m’n vriendje,
want dat verdient ie.
Hij is zo sterk en zo stoer, weet je.
Grappig? Dat maar een beetje.

Soms gaat hij weg, vrolijk en blij,
dan breekt dat hartje van mij.
Ai. Ai. Au.
Maar dan hoor ik gelukkig weer z’n miauw.