Minoes De Poes

Minoes, dat is natuurlijk onze poes.

Ze komt op schoot kruipen als ze knuffels wil.

Ze komt tegen je been schuren als ze aaitjes wil.

En als ze honger heeft? Dan hoor je vast en zeker een luide en hoge ‘miauw’.

Minoes gaat soms ook wel eens buiten, op zwerftocht.

Ik heb geen idee waar ze dan blijft.

Wie weet gluurt ze binnen, bij de buren? Of steekt ze onvoorzichtig de straat over? Ik hoop maar van niet!

Soms neemt ze een muisje mee naar huis.

Ze wil dan samen spelen, maar daar is die muis helemaal niet mee opgezet.

Ooit heeft ze een vogeltje mee binnen genomen. Ze zag er zo fier uit.

De vogel? Die zag er heel dood uit.

Ik wou het vogeltje afpakken en eigenlijk in de tuin begraven.

Maar wat gebeurde toen?

OEF! FLADDER FLADDER.
Het vogeltje leefde nog!

Hoe leuk ik Minoes de poes ook vind, toen heb ik ze weggejaagd van het zwarte vogeltje.

Minoes bleef achter de vogel springen en dat beest vloog hoog, bovenop de gordijnen. En overal kleine vogelstrontjes. Aia ai.

Ik wil je alleen maar helpen, riep ik nog tegen de vogel, maar de vogel fladderde alleen maar heftiger en ik hoorde de vogel piepen.

Dan maar een raam open zetten en met de bezem erachter.

Wat had Minoes een plezier, wat had de vogel een angst en ik? Ik was chaotisch met de bezem achter de vogel aan het rennen, hem proberen te sturen richting raam.

En opeens, opeens was het zover, de vogel vond het open raam en vloog terug de wijde wereld in.

Minoes?

Minoes keek zeer beteuterd. Opeens was ze niet alleen haar speelkameraadje kwijt, maar evengoed haar avondmaal.

Gebakje

Als een meeneemgebakje
steek ik je in een doosje
ik proef niet van je,
maar laat het stukje
aan iedereen zien.
Een toonmoment van hoe
lekker je bent.
Ik steek je terug weg
in m’n meeneemdoosje.
Want ze eten je nog op
en ik wil je niet kwijt.

Circus

De acrobaat doet zijn sprong.
Hij voelt zich eeuwig jong.
Doet het allemaal zonder plan.
Is het iets dat nog kan?

De jongleur doet zijn truc.
Zijn dag kan niet meer stuk.
De magie betovert iedereen.
Ben je er al over heen?

De clown doet haar dans.
Het is de laatste kans,
op geluk of een bedeesde lach.
Is het iets dat nog mag?

Het circus sluit zijn deuren.
Het plannen zal niet gebeuren.
De magie gooide je overboord.
Zijn lach heb je nooit meer gehoord.

Liefdesgedicht

Soms heb ik zin in spaghetti bolognaise,
of frietjes met mayonaise.
Eigenlijk is zowat alles van eten goed,
dan krijg ik best een vrolijk gemoed.

Ik houd ervan om buiten te zijn,
een doodgemepte wesp is ook fijn.
Want ongegeneerde moord is leuk en plezant,
maar pas op, maak van een mug geen olifant.

Ik word vrolijk van wat knutselen boven,
al kan ik echte dure kunst niet beloven.
Want knoeien doe ik al van de kleuterklas
en ik denk niet dat het al ooit beter was.

Ik dans graag op The Andrew Sisters of op ska
alsof ik gevoel voor ritme heb en echt besta.
Op andere momenten lig ik rustig in de zetel te scrollen
en begint mijn hoofd van nonsens te tollen.

Ik rijm nu gewoon wat over de toffe dingen in het leven.
Deze tekst is dus stompzinnig, maar helemaal voor jou geschreven.
Want ik kan veel leuks benoemen met behulp van poëzie,
maar ik zal nooit kunnen beschrijven hoe graag ik je wel zie.

Nieuwe Kaai: verslag 22/8 DEEL 1

Nieuwe Kaai – Geluk, puree en Turnhout

Deze tweede keer in de Nieuwe Kaai was ik al heel wat minder zenuwachtig, toch weet ik: elke sessie verrast opnieuw. Deze keer begonnen we luchtig, met een kwinkslag dat ik vooral niet moet zingen (“dan lopen jullie allemaal weg”). Maar verhalen en gedichten? Dat kan ik, en daar komen we voor!

Eerst blikten we terug naar de vorige keer. Het groepsgedicht Eerste auto en het eerbetoon De zon werden nog eens voorgelezen. Herkenning en glimlachen alom. Wat hadden ze dat toch prachtig geschreven.

Daarna las ik mijn gedicht Geluk. Het zette meteen de toon: waar zit geluk in? In een glimlach, een danspas, een vakantie, of gewoon in iemand die de afwas voor je doet. “Waar worden jullie blij van?” vroeg ik. Het antwoord: van goed weer, van wandelen, van fietsen… en bij één deelnemer vooral van zijn boerderij. Koeien, kippen, varkens – en urenlang melken. Met de hand, natuurlijk.

Op dat moment luisterden we naar Ann Christy’s bekende lied Gelukkig zijn. Een zucht van herkenning door de zithoek.

Daarna kwamen de foto’s op tafel: aardappelen die puree beloven, een pot met confituur. Dat leidde naar mijn luchtige gedicht Koken. Het koken (en knoeien) bracht meteen gespreksstof: wie kookte er vroeger, wat aten ze het liefst? Pizza en hamburgers passeerden, maar ook gewoon “alles wat vettig is.” (Dat zei ik 😉)

Dat leidde tot een eerste groepscreatie: het gedicht Lekker eten. Kort, krachtig en herkenbaar.

Ik vroeg de deelnemers waar ze nog een gedicht over wilden schrijven en dat bleek Turnhout te zijn. Dus we trokken de stad in. Ik vroeg: wat betekent Turnhout voor jullie? De markt, de Sint-Pieterskerk, de kasseien – alles kwam voorbij. Samen maakten we het gedicht Turnhout, compleet met een extra slotstrofe: We willen hier blijven wonen voor altijd, Turnhout staat aan de top, hoera!

👉 En toen… kwam het circus in beeld. Clowns, tenten, schooluitstappen en kermissen. Maar hoe dat precies poëzie werd? Dat lees je in deel twee. 😉.


📸 Heb jij ook een verhaal over geluk, koken of je stad Turnhout?
👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be – misschien hoor je het wel terug in een volgende sessie.