
Vrijdag 8 mei kwamen we opnieuw samen voor Zilveren Verhalen in wzc De Nieuwe Kaai. Vooraf was ik een beetje zenuwachtig. Ik had namelijk niet zoveel nieuw werk bij als anders. Sommige teksten hadden een aantal bewoners al eens gehoord. Maar zoals zo vaak bleek dat helemaal geen probleem te zijn. Integendeel zelfs. Een deelneemster vertelde dat ze De Typmachine nog kende van een vorige keer, maar dat ze het opnieuw een mooi verhaal vond. Dat was eigenlijk een fijne reminder: niet alles moet altijd nieuw zijn om opnieuw te raken.
Verder las ik nog enkele eigen teksten voor, waaronder dus De Typmachine, maar ook terug Versje voor beginners, Gebakje, Alfabet, Elektrieker en Vijf zintuigen. Daarnaast lazen we ook samen het prachtige gedicht Voor een dag van morgen van Hans Andreus.
Zoals altijd schreven we ook vooral samen nieuwe poëzie. We begonnen met elfjes — korte gedichtjes van elf woorden. Het eerste ontstond rond stilte en bergen.
Een gedichtje dat tegelijk poëtisch én heerlijk spontaan werd. Ik moest er alleszins om grinniken.
Daarna schreven we een tweede elfje over De Nieuwe Kaai zelf.
Ook het langere groepsgedicht over De Nieuwe Kaai bracht veel herkenning naar boven. Bewoners vertelden hoe de buurt veranderd is doorheen de jaren, over de oude boten, het water, de gezelligheid en het vakantiegevoel dat de Kaai hen geeft. Er werd gelachen toen het gedicht uiteindelijk eindigde met een “kater” na een bezoek aan het Boothuis.
Later ontstond ook nog een bijzonder liefdesgedicht dat begon als een elfje en langzaam veranderde in een rijmgedicht.
Wat deze sessie opnieuw zo mooi maakte, was hoe ernstig en grappig perfect naast elkaar mochten bestaan. Er werd gepraat over ouder worden, technologie, herinneringen en liefde, maar even goed werd er gelachen met typemachines, advocaten en katers aan het water.
Dankjewel aan iedereen van De Nieuwe Kaai voor alweer een warme namiddag vol verhalen, muziek, humor en poëzie. 💙