
Op de vakschool deed ik snit en naad.
De mooiste richting die bestaat!
je kan dan je eigen kledij maken
zelfs van een stuk gordijn of een laken.
Je wordt van die eigen kledij vrolijk en content,
zeker wanneer je zo mooi gekleed bent.

Op de vakschool deed ik snit en naad.
De mooiste richting die bestaat!
je kan dan je eigen kledij maken
zelfs van een stuk gordijn of een laken.
Je wordt van die eigen kledij vrolijk en content,
zeker wanneer je zo mooi gekleed bent.
Voorleesweek: bekende woorden, nieuwe verhalen
Sommige namiddagen voelen als een warm deken dat langzaam over de tafel wordt gelegd: een beetje poëzie, een beetje babbel, een beetje muziek, en ondertussen — bijna zonder dat je het merkt — wordt er een hele wereld aan herinneringen opengetrokken.
Omdat het Voorleesweek was, koos ik deze keer bewust voor een paar heel bekende teksten. Gedichten die mensen herkennen nog vóór ze goed en wel begonnen zijn, en die ineens iets in beweging zetten: “Ah ja… dat ken ik nog.”
We startten met het prachtige Avondliedeke III van Alice Nahon — dat rustige, zachte gedicht waarin je even “in je eigen hart” gaat kijken, voor je de dag loslaat.
Daarna gingen we verder met “Jantje zag eens pruimen hangen”: een klassieker die meteen herinneringen opriep aan vroeger, aan regels, gehoorzaamheid, en aan die typische kinderlijke verleiding: “Ach… vijf pruimen merkt toch niemand?” Er werd gelachen en bevestigd: ja, dit kenden mensen echt nog.
En alsof het vanzelf zo hoorde, kwamen er nog meer bekende flarden voorbij: poëziealbum-zinnen, kleine regels die ergens in het geheugen zijn blijven plakken.
Sinterklaas in elf woorden (en in een hele jeugd)
Vanaf de jeugdige poëziealbums was de brug naar Sinterklaas snel gemaakt. Niet als groot spektakel, maar als herinnering aan wachten, spanning, chocolade, braaf zijn (of toch proberen).
We maakten samen een elfje — eenvoudig, helder, perfect zoals het hoort:
Daarna zetten we ons aan een rijmgedicht — en dat werd een prachtige groepsprestatie. Het ging over “wijs maken”, dromen als kind, daken, de schoorsteen, cadeaus… en het ouderwetse idee dat ze boos worden als je stout bent. Tot het helemaal klopte.
Er kwam applaus — en vooral: die warme bevestiging aan tafel: “Dat is heel goed gedaan.”
En ja: even werd er ook gelachen om de praktische vraag die bij Zilveren Verhalen vaker terugkomt: wat rijmt er in godsnaam op …. ?
Over kerstbomen, “de juiste volgorde” en hoe het vroeger was
Van Sinterklaas was het een kleine stap naar Kerstmis. En daar ging het verrassend lang over: zet je de boom pas na de Sint? Was dat vroeger echt “zo”? En hoe zat dat met katholiek/protestants, kerststal versus kerstboom? Een limerick over de juiste chronologie gaf nog geen uitsluitsel.
Je voelde: iedereen heeft wel een versie van “de juiste volgorde”.
En alsof het helemaal in de sfeer paste, las ik ook nog een andere eigen limerick over een echtpaar uit Weelde — met een trouwring in de kerstboom en… een Sint die de boom op de schroothoop kiepert. Absurd, en juist daarom zo passend.
Herfst, spruitjes en de geur van natte sjaals
Chaos als altijd, het is nog herfst, dus gingen we een heel andere kant op: herfstherinneringen. De geur van natte handschoenen in huis. Kastanjes rapen. Dieren knutselen. En dan ineens: spruitjes.
Het korte verhaal uit ‘Ik weet nog goed’ van Joke De Jonge over “tamme kastanjes” die eigenlijk een trucje bleken (spruitjes verstopt!) zorgde voor herkenning en weerstand tegelijk: er kwam een koor van “Nee! Nee! Nee!” toen ik vroeg of spruitjes lekker waren.
En zo werd eten ineens een mini-thema: spruitjes, witlof, stoof, “mijn portie mag jij hebben”… Het voelde huiselijk, alsof we even allemaal in dezelfde keuken van vroeger stonden.
Dierenkaarten, fantasie en een haai op het dak
We sloten af met het spel van de verbeelding (van Kasper Bormans) en de al bekende dierenkaarten. En hoe heerlijk was dat: een haai en een vlinder die elkaar tegenkomen, en uiteindelijk allebei gewoon… rusten.
De vlinder zat op de rug van de haai om uit te blazen (die moest “veel vliegen”), en dan gingen ze samen naar… het dak. Omdat ze moe waren van het zwemmen én het vliegen. Logisch, vond iedereen. En eerlijk: soms is dat het mooiste aan verhalen. Dat ze nergens “naartoe moeten”, behalve naar een plek waar je even mag liggen.
Daarna kwamen er nog combinaties zoals een ezel en een vleermuis, ergens tussen stal en boomhut, met de onvermijdelijke conclusie: een ezel kan niet vliegen… maar in een verhaal mag alles.
Muziek als dessert
Zoals vaker eindigden we met muziek: Nederlandstalig, herkenbaar, gezellig. Even samen luisteren, even mee neuriën, even “op de goede manier” chaotisch. En vooral: samen.
Tot slot
Het was een sessie met veel ingrediënten: bekende gedichten, eigen werk, Sinterklaas, kerstregels, herfstgeuren, dierenverhalen en liedjes. En toch viel alles mooi samen in één sfeer: warm, licht, grappig en menselijk.

‘k Begin van de winter te dromen:
m’n outfit voor nieuwjaar klaarstomen,
een bal in een boom…
Da’s waar ik van droom,
maar eerst moet de Sint nog langs komen!

Er was eens een echtpaar uit Weelde,
dat jaren al lief en leed deelde.
Zij vond hem zo lief,
Zij zijn hartedief.
’t Was Kerstmis dat hen haast verdeelde!
Hij wou aan haar eens iets moois geven.
Een trouwring! Da’s echt voor het leven.
In de kerstboom hing,
de dure trouwring.
Heel hoog bij de piek aan het zweven.
Maar op die noodlottige avond,
hun huwelijk bijna in de afgrond!
Hij kwam gewoon thuis,
er was iets niet pluis:
De boom was weg van waar hij eerst stond.
Zo kwaad op de vrouw van zijn dromen.
Hoe is het zover toch gekomen?
Hij riep: ‘kom nu, zeg:
Waarom de boom weg?
Wie heeft nu iets tegen kerstbomen?’
De Sint had het Weelds huis betreden!
De heilige man was tevreden,
Hij haatte zijn broer.
de kerstman zijn tour
is later. Dus wordt kerst vermeden.
Sint gooide de boom op de schroothoop.
Toen zag hij de trouwring. De nieuwkoop.
Hij had toen wat schroom,
terug met die boom.
Voor ’t echtpaar excuses. De afloop:
De trouwring was niet weggesmeten.
Of Toch niet met hun medeweten.
Het echtpaar ook schroom.
Te vroeg met de boom….
dat zullen ze nooit meer vergeten.

Sinterklaas en zwarte piet gaan komen,
dat willen ze ons wijs maken.
Als kind konden we van hen dromen.
en zwarte piet liep over de daken.
Hij kwam door de schoorsteen met een zak cadeaus,
dat maakt alle kinderen blij,
Maar als we stout zijn worden ze boos
dus zijn we braaf voor hen allebei

Sinterklaas
Zwarte Piet
Speelgoed en chocolade
Hij komt ’s nachts binnen
Vrolijk

Voorlezen voor alle leeftijden
In het kader van de Voorleesweek stond deze sessie in Bremdael helemaal in het teken van luisteren. Want voorlezen is niet alleen iets voor kinderen — het is er voor iedereen. Zeker wanneer lezen moeilijker wordt, of wanneer woorden beter binnenkomen als iemand ze voor je draagt.
We begonnen zacht, met herkenbare en warme gedichten. “Ik ben blij met jou” zette meteen de toon: eenvoudige beelden, duidelijke taal, en een glimlach die vanzelf kwam. Daarna volgde een gedicht over handen — handen die ouder worden, maar nog altijd weten waarvoor ze dienen: om vast te houden, te aaien, nabij te zijn. Dat zorgde voor herkenning en kleine, liefdevolle reacties in de groep.
Troost kwam binnen met het gedicht “Wat helpt?” van Stijn De Paepe. Een lange opsomming van alles wat zou kunnen helpen wanneer het moeilijk gaat — vloeken, bidden, huilen, praten, zwijgen — en vooral de geruststelling dat er geen juiste manier is. Doe ondertussen maar wat helpt. Er werd aandachtig geluisterd; dit was zo’n tekst die tijd nodig heeft, en die ook kreeg.
Naast luisteren was er ook ruimte om zelf te schrijven. We maakten samen een elfje rond het thema school — herinneringen die meteen naar boven kwamen, met juffrouwen, braaf zijn, en af en toe ook een beetje deugniet zijn. Het resultaat werd eenvoudig en oprecht elfje.
Daarna bleef het voorlezen centraal staan. Bekende gedichten uit de schooltijd kwamen voorbij, zoals De Pruimenboom en Het is goed in ’t eigen hart te kijken. Gedichten die velen nog herkenden, of die minstens een vertrouwd gevoel opriepen. Er werd gelachen, gereageerd, en af en toe stil geluisterd.
Ook humor kreeg zijn plek, met luchtigere teksten en herkenbare situaties. En via verhalen en gedichten over ouder worden, liefde en het dagelijkse leven ontstonden vanzelf kleine gesprekken — niet geforceerd, maar gewoon omdat woorden soms iets losmaken.
We sloten af zonder haast. Niet alles hoeft “af” te zijn in één sessie. Soms is het genoeg er samen geluisterd werd, en dat er even ruimte was om te zijn wie je bent — met herinneringen, met aandacht, met een glimlach.
✨ Zo werd het ook in Bremdael een waardevolle voorleesnamiddag.
Minder zelf schrijven deze keer, maar des te meer gedeelde woorden. En uiteindelijk is dát waar het om draait.

Juffrouw
Altijd braaf
Soms wat deugniet
We vinden het leuk
School

Heeft het een ziel?
Soms begint een sessie met een klein gedichtje (“Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder) en eindigt ze met een grote vraag.
Eerst kwam nog troost op tafel met het prachtige gedicht “Wat helpt?” van Stijn De Paepe: een lange lijst mogelijkheden (vloeken, bidden, huilen, praten, lopen, zwijgen…) die eigenlijk maar één boodschap draagt: doe ondertussen maar wat helpt. Er werd geluisterd, geknikt, en ook gelachen — want in die opsomming zit tegelijk een soort luchtigheid die spanning wegneemt.
Daarna werd de aandacht heel natuurlijk naar woorden getrokken. Ik las een kort zelfgeschreven gedicht over het tekort aan woorden (afasie), en precies dát bracht ons bij de kernvraag van de voormiddag:
Wanneer is een gedicht eigenlijk goed?
Eén iemand zei het meteen raak:
“Als een gedicht goed is, is het alsof het er altijd al geweest is.”
Alsof je het niet “maakt”, maar “vindt”. Alsof je even een medium wordt dat iets opvangt en neerschrijft.
Een ander voegde er iets aan toe dat minstens even belangrijk voelde:
“Een gedicht is goed als er een ziel in zit. Als het uit iemand zijn buik komt.”
Niet rijmen om te rijmen. Niet presteren om te presteren.
Maar iets dat raakt — al is het soms pas bij een tweede of derde lezing, zoals bij een schilderij, een film, of een liedje dat je pas later écht hoort.
We spraken over schrappen (ballast weg!), over de essentie, over hoe kunst soms ontstaat door weg te nemen in plaats van toe te voegen. En dan besloten we: als we het toch over gedichten hebben… dan schrijven we er samen één.
Het groepsgedicht vind je hier.
Na het schrijven was er nog ruimte om te genieten van enkele bekende gedichten — alsof we even mochten proeven van verschillende smaken taal. Van het “Avondliedeke III” van Alice Nahon (tijdloos, werd gezegd), tot het beeldende gedicht over het echtpaar in de trein van Willem Wilmink (“Echtpaar op de trein”), en de wonderlijke vertraging van Vasalis (“Tijd”).
En ook humor mocht niet ontbreken: het ultrakorte liefdesgedicht van Vondel — “U nu” — zorgde voor gegniffel en commentaar, zoals alleen een groep Zilveren Vertellers dat kan.
We sloten af met dankbaarheid en een gevoel dat niet luid hoefde te zijn om echt te zijn:
een sessie waarin woorden niet moesten imponeren, maar gewoon mochten landen.
✨ Zo werd het een weer een mooie sessie. Deze keer met minder eigen verhalen, want in het kader van de Voorleesweek. Maar zolang het moment samen maar waardevol is, maakt het weinig uit wat we lezen, wel dat we lezen.
📸 Wanneer vindt jij een gedicht écht goed? Heb je een favoriet?
👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

Heeft het een ziel…
Bestaat het al…
dan zullen we voelen.
Geforceerd rijmen…
Zomaar om te presteren…
dat zullen we afwijzen.
Een buikgevoel volgen…
Schrappen wat niet past…
zo raken harten vervuld.