De schommel

Schommelen is simpel te beginnen:
Je lichaam moet helemaal gestrekt zijn.
Maak je dan in één beweging heel klein.
Herhaal dit tot je hoogte gaat winnen

Je draait nooit echt volledig in het rond.
‘t Is ritme waarin je verzeild geraakt.
Maar pas op als je de schommeling staakt.
Bevriezen is absoluut niet gezond.

Maar toch doet het wisselen me verdriet.
Men zegt dat niemand er ooit echt afvliegt.
Eeuwige beloftes geloof ik niet.

De dwaze vlucht van mijn schommel bedriegt.
Ik durf hopen dat ik ooit wel geniet
van een wind die me wat heen en weer wiegt.

Ik wil dansen

Ik leef zonder ritmegevoel of enige muzikaliteit.
Maar laat ons genieten van wat zottigheid.
De chachacha of een rumba eventueel.
De vogeltjesdans? Weet ik veel.
De macarena is ook een leuke dans.
Ik geef jouw tenen geen enkele overlevingskans.
Jij bent een dans in mijn hoofd,
terwijl er mij rust is beloofd.
En zo heb ik het niet liever hoor!
We dansen ons hele leven door.
Zolang ik maar met jou op de dansvloer mag staan,
kan ik die stapjes achteruit ook wel aan.

Huishouden Limericks

Het huishouden en andere rampspoed 1
Er zijn mensen die hem vereren:
een robot om het huis te keren.
Tot mijn grote spijt
is mijn Roomba kwijt.
Kan hij de rommel niet bezweren?

Het huishouden en andere rampspoed 2
Het strijkijzer staat te verstoffen,
mijn was heeft het niet erg getroffen.
Mijn hemd aan de kant,
ik strijk met de hand!
Wie strijkt nog? Wie vindt dat nog tof he?

Het huishouden en andere rampspoed 3
De stofzuiger is luid aan het loeien.
Een rood licht begint ook te gloeien?!
het ding – BOEM - ontploft!
voor niks afgestoft
Mijn werk kan blijkbaar niemand wat boeien….

Het huishouden en andere rampspoed 4
De zon kan mijn klusjes verzachten,
maar wat gaan mijn vrienden verwachten?
Een feest met mooi weer!
‘Draai ’t vlees nog een keer!’
De afwas staat ook weer te wachten…

Het huishouden en andere rampspoed 5
De volgende taak komt al kloppen:
Ik moet de wc nog ontstoppen.
Dat vind ik pas goor,
dus ik schrijf niets hoor,
de rampspoedreeks zal nu dan stoppen.

Te koop: ochtendhumeur

Het piekeren, de somberheid en al die zooi ben ik beu als kou pap.
Mijn ochtendhumeur ligt al even rond te slingeren, dus ophalen mag rap.

Veel ben ik er niet meer mee, het mag weg voor een mooie prijs.
Wel op eigen risico, mijn gedachten doen soms eigenwijs.

Nog beter: ik geef je gratis dat verkeerde been uit bed.
Of neen, mijn innerlijke mopperpot spoel ik door het toilet.

Kogel door de kerk: ik gooi mijn donkerheid vandaag gewoon in de gracht.
Hoewel sluikstorten niet mag, lijkt me dat nu eens goed gedacht!

Minoes De Poes

Minoes, dat is natuurlijk onze poes.

Ze komt op schoot kruipen als ze knuffels wil.

Ze komt tegen je been schuren als ze aaitjes wil.

En als ze honger heeft? Dan hoor je vast en zeker een luide en hoge ‘miauw’.

Minoes gaat soms ook wel eens buiten, op zwerftocht.

Ik heb geen idee waar ze dan blijft.

Wie weet gluurt ze binnen, bij de buren? Of steekt ze onvoorzichtig de straat over? Ik hoop maar van niet!

Soms neemt ze een muisje mee naar huis.

Ze wil dan samen spelen, maar daar is die muis helemaal niet mee opgezet.

Ooit heeft ze een vogeltje mee binnen genomen. Ze zag er zo fier uit.

De vogel? Die zag er heel dood uit.

Ik wou het vogeltje afpakken en eigenlijk in de tuin begraven.

Maar wat gebeurde toen?

OEF! FLADDER FLADDER.
Het vogeltje leefde nog!

Hoe leuk ik Minoes de poes ook vind, toen heb ik ze weggejaagd van het zwarte vogeltje.

Minoes bleef achter de vogel springen en dat beest vloog hoog, bovenop de gordijnen. En overal kleine vogelstrontjes. Aia ai.

Ik wil je alleen maar helpen, riep ik nog tegen de vogel, maar de vogel fladderde alleen maar heftiger en ik hoorde de vogel piepen.

Dan maar een raam open zetten en met de bezem erachter.

Wat had Minoes een plezier, wat had de vogel een angst en ik? Ik was chaotisch met de bezem achter de vogel aan het rennen, hem proberen te sturen richting raam.

En opeens, opeens was het zover, de vogel vond het open raam en vloog terug de wijde wereld in.

Minoes?

Minoes keek zeer beteuterd. Opeens was ze niet alleen haar speelkameraadje kwijt, maar evengoed haar avondmaal.

Gebakje

Als een meeneemgebakje
steek ik je in een doosje
ik proef niet van je,
maar laat het stukje
aan iedereen zien.
Een toonmoment van hoe
lekker je bent.
Ik steek je terug weg
in m’n meeneemdoosje.
Want ze eten je nog op
en ik wil je niet kwijt.

Circus

De acrobaat doet zijn sprong.
Hij voelt zich eeuwig jong.
Doet het allemaal zonder plan.
Is het iets dat nog kan?

De jongleur doet zijn truc.
Zijn dag kan niet meer stuk.
De magie betovert iedereen.
Ben je er al over heen?

De clown doet haar dans.
Het is de laatste kans,
op geluk of een bedeesde lach.
Is het iets dat nog mag?

Het circus sluit zijn deuren.
Het plannen zal niet gebeuren.
De magie gooide je overboord.
Zijn lach heb je nooit meer gehoord.

Liefdesgedicht

Soms heb ik zin in spaghetti bolognaise,
of frietjes met mayonaise.
Eigenlijk is zowat alles van eten goed,
dan krijg ik best een vrolijk gemoed.

Ik houd ervan om buiten te zijn,
een doodgemepte wesp is ook fijn.
Want ongegeneerde moord is leuk en plezant,
maar pas op, maak van een mug geen olifant.

Ik word vrolijk van wat knutselen boven,
al kan ik echte dure kunst niet beloven.
Want knoeien doe ik al van de kleuterklas
en ik denk niet dat het al ooit beter was.

Ik dans graag op The Andrew Sisters of op ska
alsof ik gevoel voor ritme heb en echt besta.
Op andere momenten lig ik rustig in de zetel te scrollen
en begint mijn hoofd van nonsens te tollen.

Ik rijm nu gewoon wat over de toffe dingen in het leven.
Deze tekst is dus stompzinnig, maar helemaal voor jou geschreven.
Want ik kan veel leuks benoemen met behulp van poëzie,
maar ik zal nooit kunnen beschrijven hoe graag ik je wel zie.