Sint Lucia – 27 november 2025

Heeft het een ziel?

Soms begint een sessie met een klein gedichtje (“Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder) en eindigt ze met een grote vraag.

Eerst kwam nog troost op tafel met het prachtige gedicht Wat helpt? van Stijn De Paepe: een lange lijst mogelijkheden (vloeken, bidden, huilen, praten, lopen, zwijgen…) die eigenlijk maar één boodschap draagt: doe ondertussen maar wat helpt. Er werd geluisterd, geknikt, en ook gelachen — want in die opsomming zit tegelijk een soort luchtigheid die spanning wegneemt.

Daarna werd de aandacht heel natuurlijk naar woorden getrokken. Ik las een kort zelfgeschreven gedicht over het tekort aan woorden (afasie), en precies dát bracht ons bij de kernvraag van de voormiddag:

Wanneer is een gedicht eigenlijk goed?

Eén iemand zei het meteen raak:

“Als een gedicht goed is, is het alsof het er altijd al geweest is.”
Alsof je het niet “maakt”, maar “vindt”. Alsof je even een medium wordt dat iets opvangt en neerschrijft.

Een ander voegde er iets aan toe dat minstens even belangrijk voelde:

“Een gedicht is goed als er een ziel in zit. Als het uit iemand zijn buik komt.”
Niet rijmen om te rijmen. Niet presteren om te presteren.
Maar iets dat raakt — al is het soms pas bij een tweede of derde lezing, zoals bij een schilderij, een film, of een liedje dat je pas later écht hoort.

We spraken over schrappen (ballast weg!), over de essentie, over hoe kunst soms ontstaat door weg te nemen in plaats van toe te voegen. En dan besloten we: als we het toch over gedichten hebben… dan schrijven we er samen één.

Het groepsgedicht vind je hier.

Na het schrijven was er nog ruimte om te genieten van enkele bekende gedichten — alsof we even mochten proeven van verschillende smaken taal. Van het “Avondliedeke III” van Alice Nahon (tijdloos, werd gezegd), tot het beeldende gedicht over het echtpaar in de trein van Willem Wilmink (“Echtpaar op de trein”), en de wonderlijke vertraging van Vasalis (“Tijd”).

En ook humor mocht niet ontbreken: het ultrakorte liefdesgedicht van Vondel — “U nu” — zorgde voor gegniffel en commentaar, zoals alleen een groep Zilveren Vertellers dat kan.

We sloten af met dankbaarheid en een gevoel dat niet luid hoefde te zijn om echt te zijn:
een sessie waarin woorden niet moesten imponeren, maar gewoon mochten landen.

✨ Zo werd het een weer een mooie sessie. Deze keer met minder eigen verhalen, want in het kader van de Voorleesweek. Maar zolang het moment samen maar waardevol is, maakt het weinig uit wat we lezen, wel dat we lezen.

📸 Wanneer vindt jij een gedicht écht goed? Heb je een favoriet?
👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

(geen titel)

Heeft het een ziel…
Bestaat het al…
dan zullen we voelen.

Geforceerd rijmen…
Zomaar om te presteren…
dat zullen we afwijzen.

Een buikgevoel volgen…
Schrappen wat niet past…
zo raken harten vervuld.

Sint Lucia – 16 oktober 2025

De herfst was opnieuw het thema van de dag — en dat voelden we aan alles. In onze kring hing zacht licht, buiten dwarrelden bladeren en binnen was er dat typische mengsel van warmte en weemoed. Melancholie sloop binnen (“de kortere dagen…”) maar ook geborgenheid (“onder een deken, met koffie”).

We startten weer met de vijf herfst-limericks, een vleugje mopperhumor over regen en wind, maar vooral herkenning. Het leverde meteen gesprek op: de één vindt de herfst troostend mooi, de ander net wat triest “omdat je dan denkt aan wie er niet meer is.” Van daaruit schoven we natuurlijk naar ons eigen schrijven.

We zochten de juiste woorden en lieten zinnen vallen als bladeren. “Een herfstig gevoel bekruipt me,” klonk het. “Melancholie besluipt me.” “Het vallen van de bladeren is de zomer loslaten.” Iemand opperde “de eerste sneeuw,” maar we gunden die aan een volgend gedicht — vandaag bleef het bij herfst, lees het groepsgedicht zeker!

Tussen het schrijven door doken we in gedichten en liedjes. Annie M.G. Schmidt passeerde (met een speels telgedicht en de regenworm die naar de sterren kijkt), “Jantje zag eens pruimen hangen” zorgde voor herkenbaar gegniffel, en er werd zacht meegehumd met “Het dorp” van Wim Sonneveld. De herinneringen kwamen ook nu weer: sleetjes van vroeger, wintervijvers die “nu niet meer hard genoeg vriezen”, en een ondeugende anekdote over uitglijden in het park.

Daarna trokken we de maand in met rijmspel. Oktober kreeg kastanjes, kleuren en zelfs jagers met trompetten. We oefenden het rijm, herwerkten regels, en kozen uiteindelijk voor een luchtige wending. En zo belandden we bij een eenvoudige conclusie: het is maar hoe je het ziet — ga naar het bos en geniet.

Aan het einde klonk nog een knipoog naar de tijdgeest (“de aarde warmt op… jij bent een klimaatdichter!”).

✨ Warmte genoeg dus — in woorden, in herinneringen, en in het samenzijn. Weer een heerlijke sessie daar in Sint-Lucia.

📸 Vind jij de warmte in deze herfst? Hoe spendeer jij het liefst de maand oktober? Geniet je van de kleuren?

👉Vertel je verhaal gerust via info@zilverenverhalen.be … Weet me te vinden.

Oktober

Oktober, de leukste maand van het jaar,
bezorgt kastanjes kant en klaar,
zorgt dat bladeren in alle kleuren vallen.

Pas op, de trompetten van de jagers schallen!
De eekhoorntjes en fazanten slaan op de vlucht.
Gelukkig schieten de jagers maar in de lucht.

Voor de rest houden we wel van oktober,
met zijn natuur en zijn mensen heel sober.
Het is maar hoe je het ziet…
dus ga naar het bos en geniet.

Herfst

Een herfstig gevoel bekruipt me, 
melancholie besluipt me.
Het vallen van de bladeren
is de zomer loslaten.
De komst van de kortere dagen
is de donkerte binnenlaten.
De wind waait onze hoofden leeg
en toch voelen wij ons geborgen.

Sint Lucia – 7 oktober 2025

De herfst was het thema van de dag — en dat voelden we aan alles. Mist over het zachte mos, bladeren die dwarrelden als een deken, verhalen die naar kaneel en stoofpot roken.

We begonnen met een klassieker van Felix Timmermans, die de herfst bezong als een seizoen vol schoonheid én vergankelijkheid. Daarna volgden enkele herfstlimericks, ietwat klagende maar herkenbare herfstrijmpjes: over regen, kortere dagen. Een vleugje mopperhumor. Dat zorgde meteen voor gespreksstof: de een vond de herfst troostend mooi, de ander wat triest, “want dan denk je aan wie er niet meer is”.

Daarna trokken we het bos in — in woorden dan toch. Samen ontstond een groepsgedicht waarin het ruikt naar mos en Leuvense stoof, waarin mastenbollen worden geraapt en de winter buiten blijft.

Daarna volgden korte elfjes — kleine versjes in vijf regels. De deelnemers schreven over kleurrijke bladeren, dwarrelende rust, en ook over de gezelligheid van binnenblijven. Of over de gezelligheid in bed, inderdaad: gedurfd.

Verder was er ook vraag naar verhalen, dus ‘Jef was gehaast’ en ‘Minoes, de poes‘ passeerden weer. Hoog tijd om nog wat extra herfst- en winterverhalen te schrijven dus

✨ Het werd een middag vol geur, kleur en herinnering — van dennenbossen en Leuvense stoven tot herfstige melancholie op zoek naar paddenstoelen. En net als in de herfst zelf, zat er warmte in de kou — een stille dankbaarheid om het samenzijn.

📸Hoe zit het bij jou? Is de herfst een fijn seizoen? Zoek je graag de gezelligheid op van warme dekentjes én elkaar? Of ga je liever alvast in winterslaap wachtend op de lente?

👉Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be of gewoon met je naasten….

Elfjes herfst


Herfst
Kleurrijke bladeren
dwarrelen naar beneden
als een deken gespreid
Rust

Warmte
Chauffage aan!
Kleren mogen uit.
Samen gezellig in bed.
Gedurfd.

Paddenstoelen
Lekkere champignonroomsoep…
met vers brood.
Chanterellen in de pan…
Smakelijk!

Herfst

Zoals vroeger gaan we door het bos,
mist hangt over het zachte mos.
We willen mastenbollen rapen.
Om in de zetel te slapen
maken we de Leuvense stoof aan
en dat voelt heel aangenaam.
Zo hebben we zeker warme voeten in huis.
Laat de winter dus maar thuis.

Sint Lucia, 4 juli 2025

Vervoer en Verhalen – van muur tot motorrem

In deze sessie gingen we… op reis. Niet naar het buitenland, maar door de herinneringen van onze deelnemers. Over auto’s zonder rijles, camionettes zonder spiegels en boter onder de rok. De weg naar vroeger bleek geplaveid met warme anekdotes, ontroerende momenten én flink wat humor.

“Ik leerde rijden zonder rijschool. Gewoon in de auto van mijn broer gestapt.”

De eerste verhalen gingen over de auto: hoe sommigen hem jarenlang gebruikten zonder ooit een ongeval, en anderen hem meteen al tegen een muur reden (letterlijk).
Iemand reed zelfs met een camion door heel België – “vooral hout geleverd, maar probeer maar eens te draaien met zo’n dubbelwagen”. Een ander herinnerde zich haar eerste keer achteruitrijden: “Ik reed uit de garage en pats – tegen de muur. Mijn pa was niét content.”

“In mijn camionette zat geen achteruitkijkspiegel. Dan wordt parkeren een avontuur.”

Treinen passeerden ook – met vertragingen, gesprekken met conducteurs en dromerige blikken uit het raam. Eén gedicht ging over reizen zonder bestemming, over hoe we allemaal onderweg zijn, soms wat verloren, soms net heel bewust.

“De conducteur wist het ook niet meteen. Misschien staat de wereld best af en toe stil.”

En dan was er plots boter.

Plotseling rolden we richting de smokkelverhalen, want waarom ook niet? Over de leuvense stoof (waar je met je rok tegen moest staan om te kijken of er boter over je enkels droop), over waaiers van zand om douaniers te misleiden, en over wat nu eigenlijk goede boter was (“Margarine was geen boter – dat plakte ge aan de muur.”)..

“Ze hebben me nooit gepakt. Maar die boter zat wél onder m’n rok, ja.”


Volgende halte: een gedicht over rimpels en liefde, of een droomtuin vol hortensia’s?
Hou de website in de gaten voor meer verhalen uit Sint Lucia.
En wie weet – herken jij jezelf.

📸 Heb je zelf ook zo’n verhaal over je eerste auto, de trein naar school, of smokkel aan de grens?
👉 Laat het ons weten via info@zilverenverhalen.be

Benieuwd naar welke gedichten deze herinneringen konden oproepen? Lees dan: de auto en de trein!

De dieren op de boerderij

De dieren op de boerderij

Op een boerderij is ’t goed om te zijn.
Bij ons staan er dieren groot en klein.
Er staan bij ons kiekes en koeien,
de kiekes scharrelen, de koeien loeien.
Je kan naar ons komen met propere schoenen,
maar achteraf de koeienvlaai eraf boenen.
Een boer ben je altijd en je wordt zo geboren,
je koeien kan je zelfs op vakantie aan zee horen.