Sint Lucia – 9 december 2025

Sinterklaas brengt pakjes… en herinneringen

Op 9 december doken we in Sint Lucia nog één keer de sfeer van Sinterklaas in. Niet met een grote zak vol cadeaus, maar met een tafel vol verhalen: over chocolade van vroeger, over spanning in huis, over liedjes, over “braaf zijn” (of net niet) en over dat moment waarop je als kind plots doorhad: Sinterklaas bestaat niet echt.

We begonnen met een kort rijmgedichtje om de toon te zetten — en meteen zat het thema goed: de volgorde van december, de winterkriebel, en ja… de kerstboom die soms véél te vroeg verschijnt. (Schande, vonden sommigen. Helemaal terecht.)

Daarna lazen we een stukje achtergrond over Sinterklaas uit het boek ‘in mijn tijd’ van Elke Uijtewaal: hoe de intocht groot werd door televisie, hoe de figuur van Zwarte Piet doorheen de jaren veranderde, en hoe de cadeautjes vroeger vaak heel anders waren dan vandaag. En toen kwamen de herinneringen vanzelf.Herinneringen: spanning, snoep en soms een tegenvaller

Er werd gelachen met de klassieke dreiging: “als ge niet braaf zijt, gaat ge mee in de zak naar Spanje.” Sommigen vonden dat vroeger écht spannend. Anderen vertelden over dat ene kind in de straat dat “eigenlijk wel had mogen meegaan” (soms zijn bewoners heerlijk eerlijk ).

En er kwamen kleine details die alles warm maken: speculaas, letterkoekjes, chocolademannetjes… en chocolade van Jacques, met prentjes om te verzamelen. Zelfs het zilverpapier kreeg een plek in het geheugen: bewaren, netjes houden, alsof het ook ergens bij hoorde.

Ook “cadeautjes die tegenvielen” passeerden: wie een elektrische trein vroeg en een poppenkast kreeg, vergeet dat dus nooit meer. Dat soort verhalen blijven hangen — en maken tegelijk dat iedereen knikt: ja, zo was dat.

We schreven ook twee teksten, lees het elfje hier en het rijmgedicht hier.

Op een bepaald moment viel een zin die de hele voormiddag samenvatte:
we zijn geen kinderen meer, maar Sinterklaas brengt nog altijd iets — herinneringen.

Sinterklaas

strooi wat lekkers in een of andere hoek, 
staan we in het Grote Sinterklaas boek?
Zijn we braaf of zijn we stout?
Ook al zijn we dan wat oud,
hij komt nog steeds langs.
en brengt ons fijne herinneringen
of snoep en andere lekkere dingen
-------------------------------
Sinterklaas is een feest
zelfs al ben je niet braaf geweest.
Hij is er voor iedereen
ook al denk je dat niet meteen.
Het draait niet om wat hij geeft,
zolang je maar een fijne tijd beleeft.
Vol verwachting blijven we dromen:
waar zal de Sint dit jaar mee komen?

Sint Lucia – 20 januari 2026

We waren samen een uurtje, maar het voelde langer. Niet omdat de tijd traag ging — integendeel — maar omdat herinneringen zich opstapelden en elkaar begonnen te verwarmen.

Poëzie als vertrekpunt

We begonnen met poëzie, met een winters sonnet.

Al snel kwamen de eerste herinneringen boven. Niet abstract, maar heel concreet: hoe sneeuw eruitzag, hoe kou voelde op wangen, hoe je lichaam reageerde op winter.

Vanuit die gesprekken groeide een gezamenlijk gedicht. Regel per regel, herinnering per herinnering. Over sleeën op de Konijnenberg, een verloren sjaal, handschoenen “op de dool”, bloemen op de ruiten en ijzel die verraderlijk glad kon zijn.

Ook de warmte van vroeger kreeg een plek:

  • klompen die deugd deden aan de voeten
  • kolenkachels die aan moesten blijven
  • de Leuvense stoof
  • een “gevaarlijk duveltje” dat warmte gaf, maar ook rook en risico

Het gedicht werd een mozaïek van stemmen — niet nostalgisch alleen, maar eerlijk. Warm én vuil. Gezellig én gevaarlijk.

In het tweede halfuur verschoof het gesprek vanzelf naar het nu. Zijn winters veranderd? Waren ze vroeger kouder, of voelden ze kouder aan?
Er werd nagedacht over donsdekens, elektrische kacheltjes, beter geïsoleerde huizen. Over comfort, maar ook over hoe we de winter vandaag anders beleven.

De conclusie kwam niet in grote woorden, maar in een eenvoudige zin waar iedereen zich in kon vinden:

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.

Daarna werd er opnieuw gelezen:
het sneeuwgedicht van Toon Hermans, over liefde en lente onder wintervlokken
– een eigen verhaal over een typemachine en een moeder aan de afwas, waar geur van Dreft en geduldige uitleg herinneringen losmaakten
– en tot slot een nieuwjaarsgedicht, zacht en speels, met een glimlach en “een zoen van je kapoen”

Er werd geluisterd, herkend, gelachen. En vooral: gedeeld.

✨ Het werd een sessie over de winter, die uiteindelijk vooral warmte bracht.

📸 Wat brengt jou warmte op een koude dag?

👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be!

Winter

De sneeuw dwarrelt naar benee
kinderen op een slee
op de konijnenberg spelen
we waren met velen

door de wind op onze wangen
blijven we naar de lente verlangen,
door de koude naar school
een sjaal kwijt en een handschoen op de dool

winter is ijzel en gevaarlijke gladheid
Waar is de tijd?
de bloemen op de ruiten
toen was het pas koud buiten

voor de warmte zal de vuile kolenkachel aan moeten
klompen deden deugd aan onze voeten
ze leggen op de Leuvense stoof deden we ook
een gevaarlijk duveltje werd warm en had veel rook

nu zijn de winters minder eng
ze lijken minder streng,
maar we kunnen beter verwarmen en koken,
we moeten niet meer met hout of kolen stoken

Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.





Sint Lucia – 27 november 2025

Heeft het een ziel?

Soms begint een sessie met een klein gedichtje (“Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder) en eindigt ze met een grote vraag.

Eerst kwam nog troost op tafel met het prachtige gedicht Wat helpt? van Stijn De Paepe: een lange lijst mogelijkheden (vloeken, bidden, huilen, praten, lopen, zwijgen…) die eigenlijk maar één boodschap draagt: doe ondertussen maar wat helpt. Er werd geluisterd, geknikt, en ook gelachen — want in die opsomming zit tegelijk een soort luchtigheid die spanning wegneemt.

Daarna werd de aandacht heel natuurlijk naar woorden getrokken. Ik las een kort zelfgeschreven gedicht over het tekort aan woorden (afasie), en precies dát bracht ons bij de kernvraag van de voormiddag:

Wanneer is een gedicht eigenlijk goed?

Eén iemand zei het meteen raak:

“Als een gedicht goed is, is het alsof het er altijd al geweest is.”
Alsof je het niet “maakt”, maar “vindt”. Alsof je even een medium wordt dat iets opvangt en neerschrijft.

Een ander voegde er iets aan toe dat minstens even belangrijk voelde:

“Een gedicht is goed als er een ziel in zit. Als het uit iemand zijn buik komt.”
Niet rijmen om te rijmen. Niet presteren om te presteren.
Maar iets dat raakt — al is het soms pas bij een tweede of derde lezing, zoals bij een schilderij, een film, of een liedje dat je pas later écht hoort.

We spraken over schrappen (ballast weg!), over de essentie, over hoe kunst soms ontstaat door weg te nemen in plaats van toe te voegen. En dan besloten we: als we het toch over gedichten hebben… dan schrijven we er samen één.

Het groepsgedicht vind je hier.

Na het schrijven was er nog ruimte om te genieten van enkele bekende gedichten — alsof we even mochten proeven van verschillende smaken taal. Van het “Avondliedeke III” van Alice Nahon (tijdloos, werd gezegd), tot het beeldende gedicht over het echtpaar in de trein van Willem Wilmink (“Echtpaar op de trein”), en de wonderlijke vertraging van Vasalis (“Tijd”).

En ook humor mocht niet ontbreken: het ultrakorte liefdesgedicht van Vondel — “U nu” — zorgde voor gegniffel en commentaar, zoals alleen een groep Zilveren Vertellers dat kan.

We sloten af met dankbaarheid en een gevoel dat niet luid hoefde te zijn om echt te zijn:
een sessie waarin woorden niet moesten imponeren, maar gewoon mochten landen.

✨ Zo werd het een weer een mooie sessie. Deze keer met minder eigen verhalen, want in het kader van de Voorleesweek. Maar zolang het moment samen maar waardevol is, maakt het weinig uit wat we lezen, wel dat we lezen.

📸 Wanneer vindt jij een gedicht écht goed? Heb je een favoriet?
👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be

(geen titel)

Heeft het een ziel…
Bestaat het al…
dan zullen we voelen.

Geforceerd rijmen…
Zomaar om te presteren…
dat zullen we afwijzen.

Een buikgevoel volgen…
Schrappen wat niet past…
zo raken harten vervuld.

Sint Lucia – 16 oktober 2025

De herfst was opnieuw het thema van de dag — en dat voelden we aan alles. In onze kring hing zacht licht, buiten dwarrelden bladeren en binnen was er dat typische mengsel van warmte en weemoed. Melancholie sloop binnen (“de kortere dagen…”) maar ook geborgenheid (“onder een deken, met koffie”).

We startten weer met de vijf herfst-limericks, een vleugje mopperhumor over regen en wind, maar vooral herkenning. Het leverde meteen gesprek op: de één vindt de herfst troostend mooi, de ander net wat triest “omdat je dan denkt aan wie er niet meer is.” Van daaruit schoven we natuurlijk naar ons eigen schrijven.

We zochten de juiste woorden en lieten zinnen vallen als bladeren. “Een herfstig gevoel bekruipt me,” klonk het. “Melancholie besluipt me.” “Het vallen van de bladeren is de zomer loslaten.” Iemand opperde “de eerste sneeuw,” maar we gunden die aan een volgend gedicht — vandaag bleef het bij herfst, lees het groepsgedicht zeker!

Tussen het schrijven door doken we in gedichten en liedjes. Annie M.G. Schmidt passeerde (met een speels telgedicht en de regenworm die naar de sterren kijkt), “Jantje zag eens pruimen hangen” zorgde voor herkenbaar gegniffel, en er werd zacht meegehumd met “Het dorp” van Wim Sonneveld. De herinneringen kwamen ook nu weer: sleetjes van vroeger, wintervijvers die “nu niet meer hard genoeg vriezen”, en een ondeugende anekdote over uitglijden in het park.

Daarna trokken we de maand in met rijmspel. Oktober kreeg kastanjes, kleuren en zelfs jagers met trompetten. We oefenden het rijm, herwerkten regels, en kozen uiteindelijk voor een luchtige wending. En zo belandden we bij een eenvoudige conclusie: het is maar hoe je het ziet — ga naar het bos en geniet.

Aan het einde klonk nog een knipoog naar de tijdgeest (“de aarde warmt op… jij bent een klimaatdichter!”).

✨ Warmte genoeg dus — in woorden, in herinneringen, en in het samenzijn. Weer een heerlijke sessie daar in Sint-Lucia.

📸 Vind jij de warmte in deze herfst? Hoe spendeer jij het liefst de maand oktober? Geniet je van de kleuren?

👉Vertel je verhaal gerust via info@zilverenverhalen.be … Weet me te vinden.

Oktober

Oktober, de leukste maand van het jaar,
bezorgt kastanjes kant en klaar,
zorgt dat bladeren in alle kleuren vallen.

Pas op, de trompetten van de jagers schallen!
De eekhoorntjes en fazanten slaan op de vlucht.
Gelukkig schieten de jagers maar in de lucht.

Voor de rest houden we wel van oktober,
met zijn natuur en zijn mensen heel sober.
Het is maar hoe je het ziet…
dus ga naar het bos en geniet.

Herfst

Een herfstig gevoel bekruipt me, 
melancholie besluipt me.
Het vallen van de bladeren
is de zomer loslaten.
De komst van de kortere dagen
is de donkerte binnenlaten.
De wind waait onze hoofden leeg
en toch voelen wij ons geborgen.