Bremdael – 26 februari 2026

Op donderdag 26 februari verzamelden we opnieuw in Bremdael voor een lange, warme sessie vol poëzie, muziek, herinneringen en zelfgemaakte versjes.l

We begonnen met een gedicht over geluk. Niet groots of spectaculair, maar gewoon in het kleine.

Daarna luisterden we naar ‘Gelukkig zijn’ van Ann Christy. Dat paste perfect en er werd spontaan meegezongen. Geluk bleek iets wat soms ver weg lijkt, maar toch telkens weer terugkomt. Al zeker vandaag.


Een gedicht over de seizoenen bracht ons bij het verlangen naar zon en warmte.

“De herfst is voorbij, de winter is gekomen… de lente wordt beter voor mij.”

Voor sommigen ging het niet eens over het weer, maar gewoon over iets veel eenvoudigers:
“Ik wil mijn kinderen zien.”

Daarna lazen we een fragment over de vroegere lenteschoonmaak uit ‘Nostalgie’ van GT Rovers— ramen open, groene zeep, matrassen kloppen, kastpapier vervangen, lavendelzakjes tegen de motten… Alles moest spic en span zijn voor Pasen.

De vraag kwam spontaan: “Was dat echt zo?”
En ja — er werd bevestigd dat de lente vroeger écht een grote kuis betekende.


We schreven verder ook samen een versje over het verschil met vorige week. Naar buiten kijken en de zon zien. Heerlijk. En natuurlijk luisterden we ook naar ‘Laat de zon in je hart’ van Willy Sommers. En ook ‘tandartsassistente’ van Peter de Koning paste helemaal in het rijtje.

Er kwamen warme woorden voorbij in het gedicht “Jij”, maar ook een speelse limerick waarin Cupido net werd weggestuurd.

Liefde bleek vele vormen te hebben: romantisch, praktisch, moederlijk, of gewoon samen door één deur kunnen.


Het beroepengedicht bracht een hele stroom herinneringen op gang.

Wat wilden jullie worden?

  • Schrijnwerker
  • Huisvrouw
  • Astronaut
  • Minister
  • Dierenarts
  • Textielarbeidster
  • Voor de kinderen zorgen

Sommigen waren tevreden met wat ze geworden zijn.
Anderen droomden nog even verder.


Eten en koken en een omelet brachten verhalen los over stoofvlees, pannenkoeken, mosselen en soep in de diepvries. Wat waren de favoriete gerechten van de deelnemers? En wie kookte er graag?

We maakten samen een elfje.

Van beroepen gingen we naar vroeger: strenge nonnen, aparte speelplaatsen voor jongens en meisjes, koude voeten, stout zijn, en vooral: snel naar huis willen. Dat werd onverwachts nog een groepsgedicht.

Het verhaal van Minoes de poes bracht herkenning (en veel gelach).
En helemaal op het einde werd er nog gedanst in een gedicht en later ook zachtjes in de stoel met ‘Chéri’ van Eddy Wally


✨ Het werd een lange sessie, maar deugddoend.We sloten af zoals altijd: samen én en beetje warmer dan we begonnen waren.

👉 Heb jij recent nog wat geschreven? Deel het via info@zilverenverhalen.be! Kan ik het ook eens voorlezen??

Zon

Het is buiten schoon weer
da’s iets anders deze keer.
Vorige week was regen regen regen,
nu komen we de zon tegen!

Die brengt blijdschap en plezier,
maakt ons ook gelukkig hier.
Moeten we niet ver hier vandaan!
Kunnen we in de zon staan.

School

onze meester is een reus
en heeft een lange neus
ons voeten altijd koud
de kinderen soms stout
ik ben m’n schooltas vergeten
de hond heeft m’n huiswerk opgegeten
was school al maar gedaan
dan kon ik naar huis gaan

Bremdael – 27 november 2025

Voorlezen voor alle leeftijden

In het kader van de Voorleesweek stond deze sessie in Bremdael helemaal in het teken van luisteren. Want voorlezen is niet alleen iets voor kinderen — het is er voor iedereen. Zeker wanneer lezen moeilijker wordt, of wanneer woorden beter binnenkomen als iemand ze voor je draagt.

We begonnen zacht, met herkenbare en warme gedichten. “Ik ben blij met jou” zette meteen de toon: eenvoudige beelden, duidelijke taal, en een glimlach die vanzelf kwam. Daarna volgde een gedicht over handen — handen die ouder worden, maar nog altijd weten waarvoor ze dienen: om vast te houden, te aaien, nabij te zijn. Dat zorgde voor herkenning en kleine, liefdevolle reacties in de groep.

Troost kwam binnen met het gedicht “Wat helpt?” van Stijn De Paepe. Een lange opsomming van alles wat zou kunnen helpen wanneer het moeilijk gaat — vloeken, bidden, huilen, praten, zwijgen — en vooral de geruststelling dat er geen juiste manier is. Doe ondertussen maar wat helpt. Er werd aandachtig geluisterd; dit was zo’n tekst die tijd nodig heeft, en die ook kreeg.

Naast luisteren was er ook ruimte om zelf te schrijven. We maakten samen een elfje rond het thema school — herinneringen die meteen naar boven kwamen, met juffrouwen, braaf zijn, en af en toe ook een beetje deugniet zijn. Het resultaat werd eenvoudig en oprecht elfje.

Daarna bleef het voorlezen centraal staan. Bekende gedichten uit de schooltijd kwamen voorbij, zoals De Pruimenboom en Het is goed in ’t eigen hart te kijken. Gedichten die velen nog herkenden, of die minstens een vertrouwd gevoel opriepen. Er werd gelachen, gereageerd, en af en toe stil geluisterd.

Ook humor kreeg zijn plek, met luchtigere teksten en herkenbare situaties. En via verhalen en gedichten over ouder worden, liefde en het dagelijkse leven ontstonden vanzelf kleine gesprekken — niet geforceerd, maar gewoon omdat woorden soms iets losmaken.

We sloten af zonder haast. Niet alles hoeft “af” te zijn in één sessie. Soms is het genoeg er samen geluisterd werd, en dat er even ruimte was om te zijn wie je bent — met herinneringen, met aandacht, met een glimlach.

✨ Zo werd het ook in Bremdael een waardevolle voorleesnamiddag.
Minder zelf schrijven deze keer, maar des te meer gedeelde woorden. En uiteindelijk is dát waar het om draait.

Bremdael – 7 november

Van hart tot hart

Sommige sessies lijken vanzelf te stromen.
Deze was er zo één. Opvallend: vorige keer in Bremdael diende ik nog de krant te nemen om de tijd rond te krijgen.
Deze keer moesten we stoppen — er was al één uur en vijftig minuten gepasseerd!
Maar de tijd werd zó goed besteed…

Er werd gelachen, geschreven, geluisterd en gedeeld — met een openheid die je niet kunt forceren.
Het voelde alsof iedereen elkaar aanvoelde: wanneer er ruimte was om te lachen, en wanneer er net even stilte mocht zijn.
En ja, soms gingen we in ons enthousiasme wat door elkaar roepen, maar ook dat kreeg z’n plaats.

Vanaf het eerste liedje zat de sfeer goed.
Twee ogen zo blauw weerklonk, zacht en herkenbaar, en er werd spontaan meegezongen.
Na een gedicht over dansen volgde de muziek van Tsjaikovski: Wals van de bloemen.
Bijna iedereen danste op de stoel — dat zette meteen de toon voor een vrolijke, speelse namiddag.
Er hing een soort lichtheid in de lucht. Het mocht, ook écht.


Humor en herkenning

Van dansen rolden we naar eten: gebakjes, patatjes, confituur.
Een speels gedicht over een meeneemgebakje deed iedereen grinniken. De patatjes stonden weer op het vuur, net als de aardbeien voor confituur — een zeer herkenbaar tafereel.

En toen kwam er een bijzonder verhaal. De aanleiding? Een trotinette!
Het resultaat? Ons eerste waargebeurde groepsgedicht.
Dat kersen op jenever voor miserie zorgen als kinderen ze stiekem naar binnen spelen, weten we nu ook weer.
Er werd gegierd van het lachen om al die gevolgen van dien…


Van verbeelding tot verbondenheid

Daarna kwamen de kaarten van het spel van de verbeelding — een idee van Kasper Bormans, dat telkens weer werkt als vonk voor nieuwe verhalen.
Vandaag ontstonden er knotsgekke taferelen:
een enthousiaste pauw en een blije schildpad bij de kapper —
Wat doen die twee bij de kapper?
Blijkbaar kregen ze de slappe lach (wij ook) en vlogen ze buiten (wij gelukkig niet).

Een tweede verhaal kon niet uitblijven: een spin die met een krokodil op reis ging en prompt de lotto won.
Er volgde ruzie over het geld — uiteraard.
Dat is altijd het geval, jammer genoeg, als er geld in het spel is.
En zo zat er dus  achter dat knotsgekke tafereel van de spin op de rug van de krokodil toch iets herkenbaars.

We konden ons op ons gemak voelen, zoeken naar woorden, en luidop lachen — precies omdat het veilig voelde om dat te doen.
Iedereen droeg iets bij: een mop, een herinnering, een rijm, een zin die bleef nazinderen.


Verhalen van vroeger

Verder doken we in herkenbare fragmenten uit de boeken In mijn tijd en Pure Nostalgie:
over oma’s koffiemolentje, autoloze zondagen, Dolle Mina en vrouwenmode in de jaren vijftig.
Ze riepen geuren en beelden op van lang geleden.
“De snelweg leeg, kinderen op rolschaatsen…”
Je zag het gewoon weer gebeuren.

Er volgden nog meer gedichten (zoals Geluk ) en verhalen (Minoes de poes),
die wel vaker opduiken bij Zilveren Verhalen.
Maar vooral het gelach bleef zich herhalen.


Gedichten als echo van gesprekken

Uit de gesprekken vloeiden kleine pareltjes van poëzie:
elfjes over vriendschap en de seizoenen,
en een groepsgedicht over wandelen in het bos.
Op het moment dat er lekkere koeken werden uitgedeeld om even van te genieten, kwamen er natuurlijk ook humoristische verzen over cake, koek, pralines én diëten.

Tussen het lachen door klonk ook verwondering.
Jawel, de bewoners van Patio in Bremdael kunnen wel degelijk rijmen en dichten —
zonder hun gat op te lichten!


Muziek als draad

De namiddag werd verder begeleid door muziek:
van Blijf je deze nacht bij mij (Salim Seghers, een verzoeknummer)
tot De soep is aangebrand (Anja Yelles) —
ah ja, we hadden het over koken.
Van Kopje koffie (V.O.F. de Kunst) tijdens de koffiepauze
tot Meneer Merlijn – Een mooie vogel wil ik zijn (Misha Marah),
aansluitend bij de knotsgekke dierenverhalen.

Afsluiten deden we vrolijk, met Oempalapapero van Marva —
handen in de lucht, meedansen, samen lachen.
Zo sloten we een warme, levendige namiddag af met een glimlach.


✨ Zo werd het een zeer geslaagde sessie.
Lijkt het wat rommelig als je dit leest? Ja, dat is ook zo — we doen veel op zo’n namiddag.
Van alles door elkaar: verhalen, muziek, poëzie, taart, gelach, en soms stilte.
Het is geen “noeste arbeid” van er zal gedicht worden
ik wil dat iedereen iets meeneemt uit zo’n sessie.
We genieten van lekkernijen, van verhalen en gedichten, van herinneringen,
maar vooral van elkaars gezelschap.

📸 Heb jij een leuke herinnering die je eens wil delen? Of op rijm wil zien staan?
👉 Deel ze gerust via info@zilverenverhalen.be
want in Bremdael kunnen ze dat vast en zeker verwezenlijken.

Herfst

De bladeren vallen van de bomen.
De koude wind is al gekomen.
Mensen ruimen de bladeren in de straten
en horen de schapen blaten.
We wandelen in de herfst graag in het bos,
want dat maakt onze zenuwen los.