
We waren samen een uurtje, maar het voelde langer. Niet omdat de tijd traag ging — integendeel — maar omdat herinneringen zich opstapelden en elkaar begonnen te verwarmen.
Poëzie als vertrekpunt
We begonnen met poëzie, met een winters sonnet.
Al snel kwamen de eerste herinneringen boven. Niet abstract, maar heel concreet: hoe sneeuw eruitzag, hoe kou voelde op wangen, hoe je lichaam reageerde op winter.
Vanuit die gesprekken groeide een gezamenlijk gedicht. Regel per regel, herinnering per herinnering. Over sleeën op de Konijnenberg, een verloren sjaal, handschoenen “op de dool”, bloemen op de ruiten en ijzel die verraderlijk glad kon zijn.
Ook de warmte van vroeger kreeg een plek:
- klompen die deugd deden aan de voeten
- kolenkachels die aan moesten blijven
- de Leuvense stoof
- een “gevaarlijk duveltje” dat warmte gaf, maar ook rook en risico
Het gedicht werd een mozaïek van stemmen — niet nostalgisch alleen, maar eerlijk. Warm én vuil. Gezellig én gevaarlijk.
In het tweede halfuur verschoof het gesprek vanzelf naar het nu. Zijn winters veranderd? Waren ze vroeger kouder, of voelden ze kouder aan?
Er werd nagedacht over donsdekens, elektrische kacheltjes, beter geïsoleerde huizen. Over comfort, maar ook over hoe we de winter vandaag anders beleven.
De conclusie kwam niet in grote woorden, maar in een eenvoudige zin waar iedereen zich in kon vinden:
Of het nu koud of warm is,
elke tijd heeft zijn charmes.
Daarna werd er opnieuw gelezen:
– het sneeuwgedicht van Toon Hermans, over liefde en lente onder wintervlokken
– een eigen verhaal over een typemachine en een moeder aan de afwas, waar geur van Dreft en geduldige uitleg herinneringen losmaakten
– en tot slot een nieuwjaarsgedicht, zacht en speels, met een glimlach en “een zoen van je kapoen”
Er werd geluisterd, herkend, gelachen. En vooral: gedeeld.
✨ Het werd een sessie over de winter, die uiteindelijk vooral warmte bracht.
📸 Wat brengt jou warmte op een koude dag?
👉 Deel het via info@zilverenverhalen.be!