Voorleesweek: bekende woorden, nieuwe verhalen
Sommige namiddagen voelen als een warm deken dat langzaam over de tafel wordt gelegd: een beetje poëzie, een beetje babbel, een beetje muziek, en ondertussen — bijna zonder dat je het merkt — wordt er een hele wereld aan herinneringen opengetrokken.
Omdat het Voorleesweek was, koos ik deze keer bewust voor een paar heel bekende teksten. Gedichten die mensen herkennen nog vóór ze goed en wel begonnen zijn, en die ineens iets in beweging zetten: “Ah ja… dat ken ik nog.”
We startten met het prachtige Avondliedeke III van Alice Nahon — dat rustige, zachte gedicht waarin je even “in je eigen hart” gaat kijken, voor je de dag loslaat.
Daarna gingen we verder met “Jantje zag eens pruimen hangen”: een klassieker die meteen herinneringen opriep aan vroeger, aan regels, gehoorzaamheid, en aan die typische kinderlijke verleiding: “Ach… vijf pruimen merkt toch niemand?” Er werd gelachen en bevestigd: ja, dit kenden mensen echt nog.
En alsof het vanzelf zo hoorde, kwamen er nog meer bekende flarden voorbij: poëziealbum-zinnen, kleine regels die ergens in het geheugen zijn blijven plakken.
Sinterklaas in elf woorden (en in een hele jeugd)
Vanaf de jeugdige poëziealbums was de brug naar Sinterklaas snel gemaakt. Niet als groot spektakel, maar als herinnering aan wachten, spanning, chocolade, braaf zijn (of toch proberen).
We maakten samen een elfje — eenvoudig, helder, perfect zoals het hoort:
Daarna zetten we ons aan een rijmgedicht — en dat werd een prachtige groepsprestatie. Het ging over “wijs maken”, dromen als kind, daken, de schoorsteen, cadeaus… en het ouderwetse idee dat ze boos worden als je stout bent. Tot het helemaal klopte.
Er kwam applaus — en vooral: die warme bevestiging aan tafel: “Dat is heel goed gedaan.”
En ja: even werd er ook gelachen om de praktische vraag die bij Zilveren Verhalen vaker terugkomt: wat rijmt er in godsnaam op …. ?
Over kerstbomen, “de juiste volgorde” en hoe het vroeger was
Van Sinterklaas was het een kleine stap naar Kerstmis. En daar ging het verrassend lang over: zet je de boom pas na de Sint? Was dat vroeger echt “zo”? En hoe zat dat met katholiek/protestants, kerststal versus kerstboom? Een limerick over de juiste chronologie gaf nog geen uitsluitsel.
Je voelde: iedereen heeft wel een versie van “de juiste volgorde”.
En alsof het helemaal in de sfeer paste, las ik ook nog een andere eigen limerick over een echtpaar uit Weelde — met een trouwring in de kerstboom en… een Sint die de boom op de schroothoop kiepert. Absurd, en juist daarom zo passend.
Herfst, spruitjes en de geur van natte sjaals
Chaos als altijd, het is nog herfst, dus gingen we een heel andere kant op: herfstherinneringen. De geur van natte handschoenen in huis. Kastanjes rapen. Dieren knutselen. En dan ineens: spruitjes.
Het korte verhaal uit ‘Ik weet nog goed’ van Joke De Jonge over “tamme kastanjes” die eigenlijk een trucje bleken (spruitjes verstopt!) zorgde voor herkenning en weerstand tegelijk: er kwam een koor van “Nee! Nee! Nee!” toen ik vroeg of spruitjes lekker waren.
En zo werd eten ineens een mini-thema: spruitjes, witlof, stoof, “mijn portie mag jij hebben”… Het voelde huiselijk, alsof we even allemaal in dezelfde keuken van vroeger stonden.
Dierenkaarten, fantasie en een haai op het dak
We sloten af met het spel van de verbeelding (van Kasper Bormans) en de al bekende dierenkaarten. En hoe heerlijk was dat: een haai en een vlinder die elkaar tegenkomen, en uiteindelijk allebei gewoon… rusten.
De vlinder zat op de rug van de haai om uit te blazen (die moest “veel vliegen”), en dan gingen ze samen naar… het dak. Omdat ze moe waren van het zwemmen én het vliegen. Logisch, vond iedereen. En eerlijk: soms is dat het mooiste aan verhalen. Dat ze nergens “naartoe moeten”, behalve naar een plek waar je even mag liggen.
Daarna kwamen er nog combinaties zoals een ezel en een vleermuis, ergens tussen stal en boomhut, met de onvermijdelijke conclusie: een ezel kan niet vliegen… maar in een verhaal mag alles.
Muziek als dessert
Zoals vaker eindigden we met muziek: Nederlandstalig, herkenbaar, gezellig. Even samen luisteren, even mee neuriën, even “op de goede manier” chaotisch. En vooral: samen.
Tot slot
Het was een sessie met veel ingrediënten: bekende gedichten, eigen werk, Sinterklaas, kerstregels, herfstgeuren, dierenverhalen en liedjes. En toch viel alles mooi samen in één sfeer: warm, licht, grappig en menselijk.