
Heeft het een ziel?
Soms begint een sessie met een klein gedichtje (“Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder) en eindigt ze met een grote vraag.
Eerst kwam nog troost op tafel met het prachtige gedicht “Wat helpt?” van Stijn De Paepe: een lange lijst mogelijkheden (vloeken, bidden, huilen, praten, lopen, zwijgen…) die eigenlijk maar één boodschap draagt: doe ondertussen maar wat helpt. Er werd geluisterd, geknikt, en ook gelachen — want in die opsomming zit tegelijk een soort luchtigheid die spanning wegneemt.
Daarna werd de aandacht heel natuurlijk naar woorden getrokken. Ik las een kort zelfgeschreven gedicht over het tekort aan woorden (afasie), en precies dát bracht ons bij de kernvraag van de voormiddag:
Wanneer is een gedicht eigenlijk goed?
Eén iemand zei het meteen raak:
“Als een gedicht goed is, is het alsof het er altijd al geweest is.”
Alsof je het niet “maakt”, maar “vindt”. Alsof je even een medium wordt dat iets opvangt en neerschrijft.
Een ander voegde er iets aan toe dat minstens even belangrijk voelde:
“Een gedicht is goed als er een ziel in zit. Als het uit iemand zijn buik komt.”
Niet rijmen om te rijmen. Niet presteren om te presteren.
Maar iets dat raakt — al is het soms pas bij een tweede of derde lezing, zoals bij een schilderij, een film, of een liedje dat je pas later écht hoort.
We spraken over schrappen (ballast weg!), over de essentie, over hoe kunst soms ontstaat door weg te nemen in plaats van toe te voegen. En dan besloten we: als we het toch over gedichten hebben… dan schrijven we er samen één.
Het groepsgedicht vind je hier.
Na het schrijven was er nog ruimte om te genieten van enkele bekende gedichten — alsof we even mochten proeven van verschillende smaken taal. Van het “Avondliedeke III” van Alice Nahon (tijdloos, werd gezegd), tot het beeldende gedicht over het echtpaar in de trein van Willem Wilmink (“Echtpaar op de trein”), en de wonderlijke vertraging van Vasalis (“Tijd”).
En ook humor mocht niet ontbreken: het ultrakorte liefdesgedicht van Vondel — “U nu” — zorgde voor gegniffel en commentaar, zoals alleen een groep Zilveren Vertellers dat kan.
We sloten af met dankbaarheid en een gevoel dat niet luid hoefde te zijn om echt te zijn:
een sessie waarin woorden niet moesten imponeren, maar gewoon mochten landen.
✨ Zo werd het een weer een mooie sessie. Deze keer met minder eigen verhalen, want in het kader van de Voorleesweek. Maar zolang het moment samen maar waardevol is, maakt het weinig uit wat we lezen, wel dat we lezen.
📸 Wanneer vindt jij een gedicht écht goed? Heb je een favoriet?
👉 Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be