Appeltaart, honden en muziek voor het gemoed

Soms begint een namiddag al meteen met een glimlach. Deze keer was dat dankzij een eenvoudig, maar raak gedicht: “Ik ben blij met jou.” van Marianne Busser en Ron Schröder. Een vis is blij met water, een eskimo met kou, een bloempje met de bijtjes – en wij, wij waren die namiddag vooral blij met elkaar. Het zette meteen de toon: samen zijn, samen luisteren en samen lachen.

Daarna doken we een verhaal in over… appeltaart uit het boek Ik weet nog goed van Joke de Jonge. Niet zomaar een taart, maar “de lekkerste appeltaart van heel de wereld”, met vlechtwerk bovenop en rozijntjes in het deeg. Terwijl Truus en Piet in het verhaal herinneringen ophaalden, gebeurde dat rond de tafel ook: wie bakte er vroeger zelf? Wie mocht er van het deeg proeven? Het was bijna alsof we de geur van versgebakken taart écht konden ruiken. Ik kreeg bijna naar mijn voeten dat ik zo’n appeltaart niet gewoon had meegebracht.

We lazen ook een stukje non-fictie over vroeger uit het boek In mijn tijd van Elke Uijtewaal, toen jongeren soms hun tanden lieten trekken en een kunstgebit kregen als “cadeau”. Dat zorgde voor verbaasde reacties, herkenning én wat gegrom richting tandarts. Het contrast met nu – fluoride, tandpasta, betere tandzorg – zorgde voor gesprekjes over snoepen, tanden poetsen en bang zijn voor de tandarts.

Daarna kwam de koffie aan de beurt. Eerst in de vorm van een limerick, daarna via een herkenbaar Nederlandstalig liedje, één kopje koffie van V.O.F. De Kunst. Koffie als opstarter van de dag, als troost, als beetje “gezelligheid in een tas”: iedereen had er wel een gedachte of herinnering bij. Muziek hielp om de verhalen los te maken – en om af en toe zacht mee te neuriën.

Een langer verhaal over bingo en een flamingo bracht dan weer humor én ontroering samen. Wat begint als een spelletje met een gekke hoofdprijs, groeit uit tot een verhaal over vriendschap, gezien worden en zachter worden voor elkaar. Herkenbaar in een woonzorgcentrum, waar kleine gebaren en samen spelletjes spelen vaak méér betekenen dan je op het eerste gezicht denkt.

In het tweede deel van de sessie gingen we zelf aan het schrijven. Eerst maakten we samen een gedicht over wandelen in het bos met de honden: de vrijheid, de zorg om ze niet kwijt te raken, en de simpele vreugde van zo’n herfstdag. Even later volgde een tweede groepsgedicht over muziek – hoe die altijd goed doet, zeker als je wat slechtgezind bent. De woorden kwamen stap voor stap, maar de ideeën waren duidelijk: natuur, dieren, muziek en herinneringen doen allemaal deugd.

Tussendoor hadden we het over de winter die eraan komt: sneeuwmannen bouwen, glibberige wegen, bang zijn om met de auto of fiets de baan op te moeten, maar ook de schoonheid van een sneeuwtapijt en het kinderlijke plezier van in de sneeuw spelen. Een gedicht over de vijf zintuigen nodigde uit om te praten over wat we graag ruiken, horen, zien, voelen en proeven – van sneeuwpret tot chocolaatjes.

We sloten weer af met een gedicht over geluk: niet als iets groots en ongrijpbaars, maar in kleine dingen. Een glimlach, iemand die de afwas doet, een danspas, een liedje. Geluk in een verhaal, een kop koffie, een herinnering, een grap, een deelmoment in de zithoek.

✨Zo werd het opnieuw een warme sessie vol geluksmomentjes. Gaat het echt over die flamingo in dat ene verhaal? Is de koffie die rijmt écht zo belangrijk? Neen, vooral connectie maken, écht met elkaar spreken en luisteren, dat is belangrijk. De zilveren verhalen geven alleen een aanzet.

📸 Wat geeft jou net dat duwtje in de rug om echt in connectie te gaan?

👉Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be en blijf het vooral gewoon doen en ervaren!

Plaats een reactie