
De laatste dag van oktober bracht, bijzonder genoeg, griezel én gezelligheid.
Een herfstige namiddag waarop verhalen ons vanzelf dichterbij deden kruipen.
We begonnen rustig, met een klassieker:
“November” – Herman De Coninck.
Een gedicht dat eigenlijk niet past bij de tijd van het jaar — het is tenslotte Halloween!
Maar ergens past het perfect: het zit tussen vallen en beginnen, tussen wat voorbij is en wat blijft.
“Speciaal,” zei iemand, “ge moet er van nadenken.”
Daarna werd het luchtiger, met “Slak in de herfst”,
een eigenzinnig herfstgedicht over traagheid, roken (ik ben ondertussen wel een gestopte roker 😉) en vergissingen.
Een slak die bij niemand van de deelnemers in de tuin welkom bleek, maar gewoon een herfstblad bleek te zijn.
Dat vormde meteen het bruggetje naar een hele reeks herfstgedichten,
reeds vaker voorgelezen, maar het blijven klassiekers.
Over regen en kortere dagen, over mopperen en cocoonen.
De toon verschoof van “ik haat de herfst” naar “oké, herfst valt reuze mee” — een zachte verzoening met de seizoenen.
Tussen de gesprekken door kwamen ook herinneringen naar boven: kastanjes rapen, aan de Leuvense stoof zitten, geuren van soep en pannenkoeken.
De toon was gezet.
Maar het bleef natuurlijk 31 oktober…
En dus mocht er gerust wat griezel bij.
Ik las “Voorlezen” – Johanna Kruit (Plint),
een donker bos vol trollen en kinderen die zich schuilhouden.
Daarna “Man onder mijn bed” – Rian Visser (Plint),
waar de engste man juist diegene is die je niet ziet.
Met “Sebastiaan de spin” – Annie M.G. Schmidt kwamen we bij de spinnen terecht — koppig, eigenzinnig, net als wij.
Perfect voor Halloween, en toch net niet té eng.
En toen klonk plots muziek: In de stille Kempen.
Daarop volgde een nieuw, zelfgeschreven gedicht:
“Op de purperen hei”,
over wandelen in de herfstige hei, niet in de zomerse hei,
over stilte zoeken en rust vinden — niet buiten, maar in jezelf.
Na de poëzie kwam de verbeelding.
Met het Spel van de verbeelding van Kasper Bormans maakten we samen drie knotsgekke verhalen:
🐻 De beer en de kapotte bal – over een beer met een geheim dat hij niet kan vertellen. (Ah ja, want het is een beer, die praten niet.)
🦚 De pauw met een broek en een zakmes – die pauw zweeft zodra de zwaartekracht wegvalt. (Aha en zo kan de trage schildpad toch weer mee racen.)
🦏🐘 De neushoorn en de olifant ontsnappen uit de dierentuin, naar de woestijn van Jef – die ruzie maken over een spelletje, maar eindigen in vriendschap. Gelukkig is Jef zijn woestijn gratis. (De dierentuin is dat namelijk niet!)
De fantasie was groter dan de kamer zelf. Gegniffel en gegrinnik vulden de zithoek.
Heerlijk om te mogen beleven.
Daarna keerden we terug naar poëzie.
Een luchtige limerick: “Diefstal”,
een ondeugend versje over een hartendiefje.
Een teder moment met “Afasie”,
voor wie woorden zoekt en toch gevonden wordt.
En tenslotte drie limericks uit de reeks “Een kwartier” –
humor over dutjes, dokters en eeuwige vertraging.
En omdat er nooit genoeg woorden zijn,
maakten we er samen nog nieuwe: drie elfjes.
De laatste daarvan was:
prima
gezellige woonst
de nieuwe kaai
we wonen hier graag
welkom
Niet alleen een gedicht dat perfect verwoordt waar de medewerkers van de Nieuwe Kaai keihard voor werken en dus in slagen, maar ook een samenvatting van de hele namiddag: welkom, warm en wonderlijk.
Toen klonken de woorden: “De tijd zit erop.”
Natuurlijk moest dan het lied van Bobbejaan Schoepen volgen: Zie ik de lichtjes van de Schelde.
Toen dat lied de ruimte vulde, glimlachten we allemaal — een beetje moe, maar zeker voldaan.
De herfst mag nog even blijven.
✨ Niet alleen door de griezel en gezelligheid een speciale sessie, maar zeker ook door onze geweldige ‘Wat Alz’ verhalen dankzij het spel van de verbeelding van Kasper Bormans!
📸 Gebruik jij je fantasie nog steeds? Dat kan dus! Wat levert jouw knotsgekke fantasie je op?
👉Deel het gerust via info@zilverenverhalen.be of verzin het gewoon…