Een kwartierke I
Ik zeg vastberaden ‘een kwartier’.
‘t Is nodig en niet voor ’t plezier:
een klein dutje doen,
én niet tot de noen.
Hij weet da’k het zeg in een delier.
Een kwartierke II
We moeten nu toch snel vertrekken.
Ik roep daarom fel: ‘nondedekke’.
Want hij kan niet mee.
Hij zit op ‘t wc.
Zal waarschijnlijk ook niet doortrekken.
Een kwartierke III
Zelfs mannen, die verder wel deugen,
vertellen soms één grote leugen:
Maar écht, een kwartier?!
Dat doet haar plezier:
Hij snoozet kort. Dat blijft haar verheugen.
Een kwartierke IV
Ik knoei met iets brandends en chemisch,
dus ga naar de arts voor iets medisch.
Hij wijst me de deur.
Te laat?! Wat een zeur…
Dat is hier toch steeds academisch?
Een kwartierke V
Er was eens een geheim agente,
maar ’t was echt geen goei, geen decente.
Ze was super slecht!
Dit deed ze dus echt:
Verraadt ’t hoofdkwartier voor wat centen….
Vind-ik-leuk Aan het laden...
Gerelateerd
Een gedachte over “Kwartierke – limericks”