De typmachine

Tik tik tik tik tik tik – TING.

Ik ram met m’n vingers op de typmachine. Opeens gaat er een belletje. Wat is dat nu?

Ik typ verder, maar dat lukt maar eventjes. Het einde van de lijn. Jahaa, dat is er dus aan de hand. Mijn vingers kunnen even rusten van het rammen op de toetsen terwijl ik zoek wat er mis is met dit rottig machine. Zucht. Het lukt niet.

MOEKE… MOOEEEKE…
Ik roep gefrustreerd, maar krijg geen antwoord.

Dus ga ik maar op zoek naar haar. M’n moeke staat de afwas te doen. Ik voel me wat ontspannen en glimlach zelfs bij dit zicht. Toch charmant hoe ze steeds de afwas blijft doen, terwijl vokke en moeke al jaren een afwasmachine hebben staan. Ze zegt altijd dat ze de geur van Dreft zo lekker vindt. Bovendien vindt ze het heerlijk om na de afwas haar droge huid in te smeren met Nivea uit dat blauwe blik.

“Moeke?” vraag ik. “De typmachine werkt niet meer.”

“Oei, schat, wat heb je ermee gedaan?”

“Ik weet het niet, moeke. Hij wil niet naar de volgende lijn gaan! Waar staat de knop ‘enter’?”

M’n moeke begint te grinniken. Ik voel m’n norsheid terugkomen. Wat is er zo grappig aan een kapotte typmachine? Ik wilde een mooie, authentieke, ouderwetse brief schrijven — of nu ja, typen — voor een project op school. Maar zo gaat dat niet en ik heb geen tijd te verliezen!

Ik draai me om en wandel mompelend terug naar het kleine bureautje waarop de grijze typmachine staat.

“Laat maar,” zeg ik. “Laat ook maar, met die brol van vroeger.”

M’n moeke volgt me. “Schat,” zegt ze, “een typmachine heeft zo geen toets. Je moet met de hendel werken om naar de volgende lijn te gaan.” Ze glimlacht geduldig en toont me hoe het moet.

“Dat is iets gek,” zeg ik. “Dat had ik nooit kunnen verzinnen.”

Weer grinnikt m’n moeke. “Ja, schat, dat is wat anders dan een computer.”

Ze begint me alle knopjes uit te leggen en toont me hoe ik hoofdletters moet zetten (alle toetsen opeens omhoog!) en hoe ik eventueel het inktlint moet vervangen. Ze vertelt, en ik luister geduldig. Ook al noemt m’n moeke mij ‘schat’, dit vind ik nu eens écht schattig. Ze is helemaal terug gekatapulteerd naar vroegere tijden, toen ze tijdens haar bureaujob brieven typte voor haar baas.

“Nooit een foutje maken,” dat was het moeilijkste. Want je kan niet gewoon teruggaan met een typmachine, zoals op de computer.

“Wat vind je dan van de computer van nu, moeke?” vraag ik.

“Ach, schat, dat is allemaal niet aan mij besteed. Ik kan snel typen, maar de computers van tegenwoordig gaan me iets te snel. Er is toch niets leukers dan alles rustig, op het gemak, een vooral zorgvuldig doen.”

“Zoals je de afwas graag doet, moeke?”

“Helemaal, schat. Ik ken alles van typmachines, maar weinig van afwasmachines. Maar voor mij hoeft dat allemaal niet. Jij hebt altijd ‘geen tijd te verliezen’. Wel, ik doe alles op ’t gemakske en geniet ervan. En mijn afwas is toch even proper?”

“Dat is waar, moeke. Je bent een krak.”

“Zo,” zegt ze, “typ nu maar je brief verder voor school. En je weet: geen foutjes maken.”

“Goed, moeke. En daarna kom ik helpen afdrogen. Doen we dat samen én zorgvuldig.”

Nieuwjaarsbrief

Liefste,

Klop klop klop, een nieuw jaar staat voor de deur,
ik hoop op eentje zonder sleur.
2026 wordt het jaar waarop we blijven gaan,
en waarop we er voor elkaar staan!

Ik hoop op zon, elke dag,
iets waardoor ik toch steeds glimlach,
en als dat sneeuwen dan toch echt moet,
hoop ik geen sneeuwbal op je snoet!

Laten we het jaar samen goed inzetten,
en goed op elkaar letten.
Want vriendschap en elkaar graag zien,
dan verdubbelt je geluk met tien.

2025, ‘t is goed geweest ‘t is weer klaar!
Onze herinneringen gaan zachtjes mee naar 2026, het nieuwe jaar.
Laat ons genieten van de mooie momenten die zullen komen
en van nog vele vele mooie jaartjes dromen.

Een zoen van je kapoen.

Winter – sonnet


Van het jaar is dit seizoen maar een kwart.
Als de kou nu maar snel gaat verdwijnen,
begint de sneeuw wel weer weg te kwijnen.
Dan is er weer wat warmte in mijn hart.

Het prachtigste kwart komt dan snel binnen
met haar wilde bloesems aan de bomen.
Laat de lieve lente maar rap komen.
Ik wil aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

Van dit kwart zie ik echt niet het mooie.
De winter is voor mij ‘t onbeminde.
Liefst zou ik dit seizoen nu weggooien.

Laat de warmte de sneeuw nu verslinden.
Denk da’k de diepvries nog moet ontdooien,
want daar is evenveel wit te vinden.

seizoenen

De herfst is nu weer voorbij.
De winter is toch gekomen.
De lente wordt beter voor mij.
De zomer ver in m’n dromen.

Laat de donkere dagen weg gaan.
Niet meer stil in verdriet.
Ik wil terug recht staan.
Iets zonnigs in het verschiet.

Mijn seizoenen cirkelen weer.
Ik wou dat ik leven beter kon.
Het lijkt alsof ik niets leer.
Mijn hoop is geluk in de zon.

opa opa

Opa, opa, ik wil een slee,
wil er een maken, doe je niet mee?
Ik wil op het ijs gaan glijden,
dat zal me zó verblijden.
Ik wil zelf ook aan de slee meewerken,
je zal er niets op kunnen aanmerken.
Ik wil op het ijs wat slibberen,
dan vergeet ik de kou waarvan ik moet bibberen.
Opa, opa, gaan we die slee nu maken,
voor de sneeuw plots gaat verzaken?
Ik wil geen regen meer,
ik wil vooral veel ijs op het meer!

Ondersteboven in drievoud

Ondersteboven I
De boom staat al lang in de living,
Maar plots loopt de kat erop! Botsing!
De kerstboom valt om,
kat maalt er niet om…
De piek nu in de foute richting.

Ondersteboven II
‘Ik vind je zo knap’ niet geloven.
Hij blijft zich voor oudjaar uitsloven.
En tóch is het waar,
dus zeg hem toch maar:
‘Van jou ben ik ondersteboven.’

Ondersteboven III
Heel ver hier vandaan zijn er landen
waar ’t zomert en de zon blijft branden.
Het is al te gek,
zo een verre plek
waar Kerstmis gevierd wordt op stranden.

Echtpaar

Er was eens een echtpaar uit Weelde, 
dat jaren al lief en leed deelde.
Zij vond hem zo lief,
Zij zijn hartedief.
’t Was Kerstmis dat hen haast verdeelde!

Hij wou aan haar eens iets moois geven.
Een trouwring! Da’s echt voor het leven.
In de kerstboom hing,
de dure trouwring.
Heel hoog bij de piek aan het zweven.

Maar op die noodlottige avond,
hun huwelijk bijna in de afgrond!
Hij kwam gewoon thuis,
er was iets niet pluis:
De boom was weg van waar hij eerst stond.

Zo kwaad op de vrouw van zijn dromen.
Hoe is het zover toch gekomen?
Hij riep: ‘kom nu, zeg:
Waarom de boom weg?
Wie heeft nu iets tegen kerstbomen?’

De Sint had het Weelds huis betreden!
De heilige man was tevreden,
Hij haatte zijn broer.
de kerstman zijn tour
is later. Dus wordt kerst vermeden.


Sint gooide de boom op de schroothoop.
Toen zag hij de trouwring. De nieuwkoop.
Hij had toen wat schroom,
terug met die boom.
Voor ’t echtpaar excuses. De afloop:

De trouwring was niet weggesmeten.
Of Toch niet met hun medeweten.
Het echtpaar ook schroom.
Te vroeg met de boom….
dat zullen ze nooit meer vergeten.

5 zintuigen

Soms ligt er wat op m’n tong.
Ik proef mijn woorden.
Niets op het puntje en zeker geen hart. Ik proef.
Ik proef alles.
Ik houd me nu aan m’n woord
dat ik tijd heb.

Soms zit er iets in m’n oren.
Ik hoor jouw stem.
Geen herinnering of waan. Ik hoor.
Ik hoor alles.
Ik hoor weer thuis.
waar ik eerder verloren was.

Soms zit er iets in m’n neus.
Ik kan weer ruiken.
Geen gepeuter of stank. Ik ruik.
Ik ruik de wereld.
Ik ben een ruiker
Dat de wereld mooi ruikt met jou erin.

Soms zit er iets op m’n huid.
Het zijn de kriebels.
Geen kippenvel of jeuk. Ik voel.
Ik voel alles.
Ik voel me geborgen
In jouw armen.

Soms zit er iets in m’n ogen.
Ik zie de wereld dan.
Geen roze bril of blinde vlek. Ik zie.
Ik zie alles.
Ik ben de ziener.
Jou zie ik het liefst van al.