Jos en Hugo zijn op een feestje.
Een dorpsfeest in een spiegeltent. Houten vloer, bierglazen, lichtjes die zich duizend keer herhalen in het glas achter de toog.
Ze staan naast elkaar. Pint in de hand. Goede vrienden.
Dan komt Olga.
Ze stapt recht op Hugo af.
“Is dit plekje vrij?”
Jos en Hugo kennen Olga niet, maar dat duurt niet lang.
Ze stelt zich voor en babbelt tegen Hugo. Over de muziek. Over hoe warm het is. Ze lacht luid, vrij, zonder schroom. Hugo lacht terug. Jos staat ernaast en zegt niets.
Ze wisselen een blik, Jos en Hugo.
Zie je dat?
Ze heeft ‘iets’ voor jou Hugo.
Olga zegt geen woord tegen Jos. Geen blik. Geen vraag. Alsof hij er niet staat.
Later ziet hij haar bij haar vriendinnen. Ze is levendig, aanwezig, mooi. Hij voelt een steek van jaloezie. Niet alleen om haar — ook om Hugo.
De avond eindigt rommelig. Ze praatten niet veel meer en het afscheid is te kort.
“Tot volgende week?” vraagt Hugo.
“Ja,” zegt Jos.
Maar het klinkt niet zoals vrienden normaal afscheid nemen.
De week daarna is er opnieuw feest.
Jos twijfelt. Maar hij gaat toch.
Alleen.
Hij heeft Hugo een hele week niet gesproken. Jos had geen behoefte om Hugo te zien. Hoewel ze normaal gezien de deur bij elkaar plat lopen. Er hangt iets tussen hen wat ze niet uitspreken. Is het Olga?
De spiegeltent is weer warm. Weer vol. Maar zonder Hugo voelt het toch anders, minder vertrouwd.
Jos staat opnieuw aan de toog.
En dan voelt hij een hand op zijn arm.
“Mag ik hier even staan?”
Olga. Een warme blos op haar wang. En ook bij Jos nu.
Hij kijkt haar aan. Even weet hij niet wat te zeggen.
“Waar is je vriend?” vraagt ze.
“Geen idee,” zegt Jos schouderophalend. “Druk, denk ik.”
Ze knikt. Alsof ze iets begrijpt wat hij niet zegt.
Even is het stil. De muziek speelt. Mensen dansen.
“Mag ik u iets vragen?” zegt ze dan.
Jos knikt.
“Waarom keek deed ge alsof ik niet bestond vorig eweek.”
Hij lacht ongemakkelijk. “Dat deed gij toch?”
Ze schudt haar hoofd. “Ik durfde niet.”
Hij zwijgt.
“Ik wilde eigenlijk met u praten,” zegt ze. “Maar ge stond daar zo… samen. En hij babbelde vanzelf terug. Dat was gemakkelijker.”
Het duurt even voor het landt.
“Dus… gij had niets voor Hugo?”
Ze lacht. “Hugo? Nee.”
“Maar ge sprak alleen hem aan.”
“Omdat ik u te hard zag zitten, slimmerik” zegt ze. “Dat is soms ingewikkeld.”
Hij voelt hoe zijn borst warm wordt. Hoe zijn jaloezie ineens oplost als sneeuw in bier.
“Dat is dom,” zegt hij.
“Ja,” zegt ze. “Maar ook een beetje schoon.”
Ze lachen.
Soms loopt de kortste weg naar iemand niet rechtdoor.
Soms moet je twee avonden wachten in dezelfde spiegeltent voor het glas eindelijk helder wordt.
Later op de avond springt Jos nog binnen bij Hugo om alles uit te leggen. Maar eerst nog een dansje met Olga.